100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten
logo-home
Samenvatting vervoer Havo 4 + 5 $6.20
In winkelwagen

Samenvatting

Samenvatting vervoer Havo 4 + 5

 0 keer verkocht
  • Vak
  • Niveau

samenvatting vervoer methode: LWEO Havo 4 + 5

Voorbeeld 2 van de 6  pagina's

  • 30 mei 2022
  • 6
  • 2020/2021
  • Samenvatting
  • Middelbare school
  • 4
avatar-seller
Hoofdstuk 2 – Met de taxi of met de fiets

Het marktaandeel
Het marktaandeel is het procentuele aandeel van de afzet of omzet van een bedrijf in de totale
markt voor een bepaald product. In formule:

marktaandeel afzet = afzet bedrijf/ totale afzet op de markt (alle bedrijven) × 100%

marktaandeel omzet = omzet bedrijf/ totale omzet op de markt (alle bedrijven)× 100%

bedrijven met het grootste marktaandeel worden de marktleider genoemd. Meestal wordt het
marktaandeel berekent in de procenten van de afzet, maar het kan ook berekent worden van de
omzet. Zie formule hier boven.

Opbrengst, kosten en winst
Bedrijven streven naar zo veel mogelijk winst. De totale winst (TW) is het verschil tussen de totale
opbrengst (TO) en de totale kosten (TK). TW = TO – TK

De totale opbrengst is hetzelfde als de omzet en is prijs (p) × afzet(q). TO = P × q
De totale kosten bestaan uit twee onderdelen: constante kosten en variabele kosten.

De totale variabele kosten (TVK) zijn kosten die toenemen als er meer wordt geproduceerd. Ze zijn
afhankelijk van de productieomvang. Voorbeelden zijn grondstoffen, energie en loonkosten van
productiemedewerkers. Totale variabele kosten: Tvk = gvk x q.
Gvk = gemiddelde variabel kosten.

De totale constante kosten (TCK) zijn kosten die onafhankelijk zijn van de productieomvang.
De totale kosten kunnen worden berekend door de variabele en de constante kosten bij elkaar op te
tellen: TK = TVK + TCK

Als bedrijven te weinig produceren worden de constante kosten niet
geheel terugverdiend. Pas vanaf een bepaalde productieomvang
wordt er winst gemaakt. In het omslagpunt is de winst precies nul.
Het snijpunt van de TO-lijn en de TK-lijn is het break-evenpunt (BEP).
De bijbehorende afzet is de break-evenafzet (BEA) en de bijbehorende
omzet is de break-evenomzet (BEO). Voor het bereken van het break-
evenpunt moet je de formules van de vraag en de aanbod gelijk stellen.
Break even: TO = TK

De marginale opbrengst (MO) is de extra opbrengst van een extra
geproduceerd product. De marginale kosten (MK) zijn de extra kosten van
een extra geproduceerd product. De maximale totale winst wordt behaalt
wanneer de marginale opbrengst en de marginale kosten het zelfde zijn: MO = MK

Hoofdstuk 3 – verzekeren tegen risico’s
Premie = kans op schade x de gemiddelde hoogte van de verwachte schade

Risico-aversie
Veel mensen houden niet van risico’s en onverwachte vervelende gebeurtenissen. Dit is risico-
aversie: mensen zijn afkerig van risico’s en sluiten een verzekering af. Verzekeren is het afsluiten van
een overeenkomst met een verzekeraar, waarbij de verzekerde premie betaalt en recht heeft op een

, uitkering bij schade of een ongeluk. De meeste mensen willen de financiële gevolgen van een
onzekere gebeurtenis niet zelf dragen. Bij verzekeren wordt het risico gespreid over alle deelnemers
aan de verzekering.

Bij schadeverzekeringen maken we onderscheid tussen een WA-verzekering (Wettelijke
Aansprakelijkheid), waarbij alleen de schade aan anderen wordt vergoed en een allriskverzekering,
waarbij ook de eigen schade wordt vergoed. De WA-verzekering is verplicht de Allriskverzekering
niet.

Moreel wangedrag
Omdat ze toch verzekerd zijn kunnen mensen zich roekeloos gaan gedragen of te grote risico’s
nemen. Dat noemen we moreel wangedrag of moral hazard. Om dit te voorkomen hebben
verzekeringen vaak een eigen risico. Dit houdt in dat je een deel van de schade zelf moet betalen. Als
je eigenrisico bijvoorbeeld €100 is dan betaald de verzekering alles wat meer is dan die €100.

Averechtse selectie
Er zijn goede (lage) risico’s en slechte (hoge) risico’s. Als de premie voor iedereen gelijk is, kunnen
goede risico’s besluiten de verzekering op te zeggen, omdat de premie voor hen te hoog is (ze maken
toch weinig schade). Dan blijven alleen de slechte risico’s over en zal de premie drastisch stijgen. Er is
hier sprake van averechtse selectie: de goede (lage) risico’s verzekeren zich niet meer en alleen de
slechte (hoge) risico’s blijven over. Dit kan op verschillende manieren bestreden worden. Zo kan de
verzekering verplicht worden gesteld. Dit noem je collectieve dwang.

Bij een verplichte verzekering staat solidariteit tussen goede en slechte risico’s voorop. Je kunt
averechtse selectie ook tegen gaan door premiedifferentiatie. Dit houdt in dat de slechte risico’s
meer premie moeten betalen dan de goede.

Asymmetrische informatie
De verzekerden hebben kennis die de verzekeringsmaatschappij niet heeft. We noemen dit
asymmetrische informatie. Wanneer er door averechtse selectie of moreel wangedrag risico’s niet
meer te verzekeren zijn, functioneert de verzekeringsmarkt niet meer. Dit noem je marktfalen. Om
markt falen tegen te gaan zullen verzekeraars proberen meer informatie te krijgen van de potentiële
klant.

Hoofdstuk 4 – de lucht in

3 belangrijke reden om te gaan vliegen:
- Zakelijk personenvervoer, dit zijn vaak lijnvluchten (vaste verbindingen op vaste tijden)
- Toeristisch personenvervoer, dit zijn vaak chartervluchten
(reisorganisatie huurt dit vliegtuig)
- Goederen vervoer, goederen worden hiermee snel vervoert.

De vraag
De vraag (Qv) naar een bepaald goed is afhankelijk van een aantal
factoren: de prijs van het betreffende product, de prijs van andere
producten, het inkomen van de consumenten, de voorkeur (behoefte) van
de consument, het aantal consumenten en de stand van de economie.

De vraagfunctie geeft het verband tussen de vraag (Qv) en de prijs (P)
weer. Dit verband is negatief: als de prijs stijgt dan neemt de vraag af en

Dit zijn jouw voordelen als je samenvattingen koopt bij Stuvia:

Bewezen kwaliteit door reviews

Bewezen kwaliteit door reviews

Studenten hebben al meer dan 850.000 samenvattingen beoordeeld. Zo weet jij zeker dat je de beste keuze maakt!

In een paar klikken geregeld

In een paar klikken geregeld

Geen gedoe — betaal gewoon eenmalig met iDeal, creditcard of je Stuvia-tegoed en je bent klaar. Geen abonnement nodig.

Direct to-the-point

Direct to-the-point

Studenten maken samenvattingen voor studenten. Dat betekent: actuele inhoud waar jij écht wat aan hebt. Geen overbodige details!

Veelgestelde vragen

Wat krijg ik als ik dit document koop?

Je krijgt een PDF, die direct beschikbaar is na je aankoop. Het gekochte document is altijd, overal en oneindig toegankelijk via je profiel.

Tevredenheidsgarantie: hoe werkt dat?

Onze tevredenheidsgarantie zorgt ervoor dat je altijd een studiedocument vindt dat goed bij je past. Je vult een formulier in en onze klantenservice regelt de rest.

Van wie koop ik deze samenvatting?

Stuvia is een marktplaats, je koop dit document dus niet van ons, maar van verkoper annevgils. Stuvia faciliteert de betaling aan de verkoper.

Zit ik meteen vast aan een abonnement?

Nee, je koopt alleen deze samenvatting voor $6.20. Je zit daarna nergens aan vast.

Is Stuvia te vertrouwen?

4,6 sterren op Google & Trustpilot (+1000 reviews)

Afgelopen 30 dagen zijn er 73018 samenvattingen verkocht

Opgericht in 2010, al 15 jaar dé plek om samenvattingen te kopen

Begin nu gratis

Laatst bekeken door jou


$6.20
  • (0)
In winkelwagen
Toegevoegd