College 3
Rest van de weefsels werken zelfde als in malpigi lichaam.
Hoe hoger bloeddruk is hoe meer bloed uit capillairen wordt geperst.
Bij herstel (dus tegenovergestelde) is ook voeding nodig. Dan is niet bloeddruk van belang, maar
osmotische waarde.
Bloeddruk –> ga eruit
Osmotische waarde→ wat komt weer terug in bloedvaten
Alleen bij capillairen want daar is 1 laag dun. Rode bloedcellen gaan er niet doorheen.
Osmose= wanneer water van ene naar andere kant verplaatst wordt
exocytose= wordt afgegeven aan weefsels
endocytose= wordt opgenomen in cellen en weefsel
Uitwisselingen van stoffen afhankelijk van: (gebeurt
alleen in cappilairen)
• Bloeddruk (hogere bloeddruk meer bloed uitgeperst)
• Osmotische waarde (voedingsstoffen erin, afvalstoffen
eruit)
• Diffusie (verschil in concentratie), via poriën en
exo-/endocytose (ook op basis van osmose)
• Watertransport(filtratie en osmose)
DOMF
Circulatie systeem→ lymfoiide systeem is hier klein deel van
bloedvaten→ hart weefsel hart
lymfevaten→ alleen weefsel richting het hart, niks terug (vocht wordt opgenomen uit weefsels,
daarna richting grote aders bij hart)
lymfeklieren→ knooppunten, waar meerdere vaten bij elkaar komen
Lymfoïde systeem:
• Beenmerg (achter pijpbeen)(hier worden rode bloedcellen gevormd en witte gerijpt)
produceert lymfocyten;
• Thymus (net boven hart, achter borstbeen) rijpt T-lymfocyten;
• Keel- en neusamandelen (hier verzamelen lymfocyten zich)
• Lymfeklieren/knoop (opgezwollen bij verkoudheid bv) hier verzamelen lymfocyten zich;
• Lever (hier verzamelen lymfocyten zich)
• Milt (hier verzamelen lymfocyten zich)
Blindedarm en dunne darmwand; hier verzamelen lymfocyten zich.
Bijna Tijd KLLM
, lymfevatenstelsel= = systema lymfoideum (lijkt op bloedvaten stelsel, veneuze systeem) vertakt
buizenstelsel.
Bestaat uit: Lymfe (3L)
• Ontstaat als weefselvocht wordt opgenomen in de lymfevaten
Lymfevaten vertakken zich en komen samen –> lymfeknopen (lymfeklieren)
Functie: vervoeren van weefselvocht
(hier nooit rode bloedcellen)
geen lymfevaten? Dikke enkels, vochtophoping (oedeem→ kuiltje)
hebben veel ver gelijkenis met venen
Lymfevaten Lymfevatenstelsel (vergelijkbaar met bloedvatenstelsel, vooral de venen)
1. Lymfecapillairen
• Endotheelcellen + lymfespleten
2. Lymfevaten (incl. Kleppen)
3. twee grote vaten:
• Ductus thoracicus (l)
• Ductus lymphaticus (r)
4. Komen uit bij grote venen vlakbij het hart
Halvemaanvormige kleppen in de lymfevaten (via volgende pompen weer omhoog):
- Adempomp
- Spierpomp
- Slagaderpomp
Bij afknijpen/geen goede werking van een lymfevat hoopt vocht op
• Stijfheid ontstaat dus minder makkelijk te bewegen bijv. enkel of pols
Rest van de weefsels werken zelfde als in malpigi lichaam.
Hoe hoger bloeddruk is hoe meer bloed uit capillairen wordt geperst.
Bij herstel (dus tegenovergestelde) is ook voeding nodig. Dan is niet bloeddruk van belang, maar
osmotische waarde.
Bloeddruk –> ga eruit
Osmotische waarde→ wat komt weer terug in bloedvaten
Alleen bij capillairen want daar is 1 laag dun. Rode bloedcellen gaan er niet doorheen.
Osmose= wanneer water van ene naar andere kant verplaatst wordt
exocytose= wordt afgegeven aan weefsels
endocytose= wordt opgenomen in cellen en weefsel
Uitwisselingen van stoffen afhankelijk van: (gebeurt
alleen in cappilairen)
• Bloeddruk (hogere bloeddruk meer bloed uitgeperst)
• Osmotische waarde (voedingsstoffen erin, afvalstoffen
eruit)
• Diffusie (verschil in concentratie), via poriën en
exo-/endocytose (ook op basis van osmose)
• Watertransport(filtratie en osmose)
DOMF
Circulatie systeem→ lymfoiide systeem is hier klein deel van
bloedvaten→ hart weefsel hart
lymfevaten→ alleen weefsel richting het hart, niks terug (vocht wordt opgenomen uit weefsels,
daarna richting grote aders bij hart)
lymfeklieren→ knooppunten, waar meerdere vaten bij elkaar komen
Lymfoïde systeem:
• Beenmerg (achter pijpbeen)(hier worden rode bloedcellen gevormd en witte gerijpt)
produceert lymfocyten;
• Thymus (net boven hart, achter borstbeen) rijpt T-lymfocyten;
• Keel- en neusamandelen (hier verzamelen lymfocyten zich)
• Lymfeklieren/knoop (opgezwollen bij verkoudheid bv) hier verzamelen lymfocyten zich;
• Lever (hier verzamelen lymfocyten zich)
• Milt (hier verzamelen lymfocyten zich)
Blindedarm en dunne darmwand; hier verzamelen lymfocyten zich.
Bijna Tijd KLLM
, lymfevatenstelsel= = systema lymfoideum (lijkt op bloedvaten stelsel, veneuze systeem) vertakt
buizenstelsel.
Bestaat uit: Lymfe (3L)
• Ontstaat als weefselvocht wordt opgenomen in de lymfevaten
Lymfevaten vertakken zich en komen samen –> lymfeknopen (lymfeklieren)
Functie: vervoeren van weefselvocht
(hier nooit rode bloedcellen)
geen lymfevaten? Dikke enkels, vochtophoping (oedeem→ kuiltje)
hebben veel ver gelijkenis met venen
Lymfevaten Lymfevatenstelsel (vergelijkbaar met bloedvatenstelsel, vooral de venen)
1. Lymfecapillairen
• Endotheelcellen + lymfespleten
2. Lymfevaten (incl. Kleppen)
3. twee grote vaten:
• Ductus thoracicus (l)
• Ductus lymphaticus (r)
4. Komen uit bij grote venen vlakbij het hart
Halvemaanvormige kleppen in de lymfevaten (via volgende pompen weer omhoog):
- Adempomp
- Spierpomp
- Slagaderpomp
Bij afknijpen/geen goede werking van een lymfevat hoopt vocht op
• Stijfheid ontstaat dus minder makkelijk te bewegen bijv. enkel of pols