Ca. 1000-1350
ANNO 1000: geworteld in post-imp realiteit
• Oost en W-Francia voorgoed verdeeld: we spreken hier al v Frankrijk en
Duitsland hoewel er wellicht geen bewust natiegevoel was. → verbrokkeld,
weinig macht Capetingische koning, pl regionale heren als hertog van
Normandië, graaf v Vlaanderen
• Duitse Rijk veel sterker en groter (dankzij Italiaanse gebieden)
• solide politieke rijk Engeland, maar niet veel groter > een Duits hertogdom
• Echter deze rijken in 1000 nog minder machtig dan Al-Andalus en
Byzantium. → kalifaat van Cordova en Byz rijk als meest welvarende
• Byzantium. → kalifaat van Cordova en Byz rijk als meest welvarende
Echter ANNO 1100/1300
• Byzantium sterk verzwakt door oprukkende Seldjoeken (Manzikert 1071)
• Al-Andalus valt uiteen in kleine Islamitische staatjes in 1030
1300: opgeslokt door chr heersers (reconquuista)
• Europese staten worden prominenter en machtiger
• Ook Duitsland kampt met interne rebellie, Italië gaat eigen weg
1300: Duitse Ottoonse koninkrijk verbrokkeld tot kleine staatjes
Italiaanse steden w zelf kleine pol entiteiten
,• Engeland behoudt cohesie maar ondergaat twee gewelddadige
veroveringen
• Franse koningen blijven zwak maar Frankrijk w cockpit ambitieuze heren;
en sommigen van hen, die dienst deden als huurlingen en freelance fighters,
slaagden erin in 2e helft 11e E om Z-Italië te veroveren, en in 1100 ook
Palestina aan einde v 1e kruistocht
• Pausschap begint zichzelf te profileren als onafhankelijke morele
autoriteit, rivaal v traditionele seculiere machten
1. Algemene trends (diachroon)
Van post-Karolingische erfenis naar nieuwe politieke realiteit op 2 niveaus
klassieke Rom waarden en instituties <-> orgmechanismen en ideologie
VM: netwerk van edellieden die gezamenlijk heersten <-> HM: staten
<-> toch nog veel continuïteit!!
Lokale contractie vanaf c.1000: kleinere schaal op lokaal niveau
= opkomst steden en territoriale/banale heerlijkheden (h6)
• Encellulement: kleine heerlijkheden o.l.v. kasteelheren, graven, hertogen
o.b.v. sociale dominantie
• In steden: stedelijke overheden
Centralisatie en groei 12e/13e E: bureaucratisch systeem boven lokale niveau
= pol systemen grootschaliger en machtiger in Latijns Europa
Uitbouw ‘publieke macht’
, • Administratieve verbetering & professionalisering
• Meer personeel, dat verder reisde
• Sterkere verschriftelijking → kanselarijen
• Meer systematische innin belastingen
• Controle ambtenaren
• Complexere rechtssystemen (ook buiten directe controle)
• Betere communicatietechnieken
Diverse interacties tussen de twee niveaus:
• Duitsland + Italië: macht koningen trekt terug t.v.v. steden en prinsdommen
• Frankrijk: koning breidt geleidelijk hegemonie uit, heerlijkheden blijven
bestaan (vanuit kroondomein île de France)
• Engeland: koning w beperkt in centralisme door adel, ‘barons’,
heerlijkheden (1215)
• Castilië: hegemonische koning leidt anno 1200 lappendeken van steden en
heerlijkheden
Zowel publieke (verantwoordelijkheid onderdanen) als heerlijke (directe
controle door sociale dominantie = lordship) macht in beide niveaus!
1.1. Ambtenarij
Wordt een aparte klasse in middeleeuwse samenleving
Wanneer?
• VM: clerici, edellieden aan hof (lokale machthebbers)
o Clerici: geletterd + geen erfelijk ambt maken
• 1150-1200: steeds meer < lage adel, steden, soms onvrijen (o.a.
ministerialen)
Wie? Nieuwe professionale carrière-ambtenaren
• Vaak gesalarieerd, in roterende locaties (<-> corruptie)
• Steeds betere opleiding (rechtenstudenten < Bologna, notariaat)
• Veelvuldige corruptie, maar wel loyaal aan vorst, controle (o.a. Karol)
o Karolingen: eedzwering, missi, collectieve boetedoening
o Enquêteurs in Frankrijk op de seneschalken
o Inquest of sherrifs in Engeland