van het vak FQD10306.
Voorbeeldvragen voor het tentamen van het vak FQD10306.
1. Hoe lang kan je leven zonder stoffen met een E-nummer binnen te
krijgen ?
a. 5 minuten
b. 1 uur
c. 1 dag
d. 1 week
e. 1
maand Goed
2. Zet de volgende micro-organismen op volgorde van klein naar groot :
Bacteriën (B), Gisten (G), Parasieten (Pa), Protozoa (Pr), Schimmels (S)
en Virussen (V).
a. B-V-G-S-Pa-Pr
b. V-G-B-S-Pa-Pr
c. V-G-B-S-Pr-Pa
d. V-B-G-S-Pr-Pa
e. G-V-B-S-Pr-Pa
f. V-B-G-Pr-
Pa-S Fout
3. Mycotoxines worden gemaakt door ...
a. Bacteriën
b. Gisten
c. Parasieten
d. Protozoa
e. Schimmels
f. Virussen
Goed
4. Welke micro-organismen spelen een rol bij fermentaties? (meerdere
antwoorden mogelijk)
a. Bacteriën
b. Gisten
c. Parasieten
d. Protozoa
e. Schimmels
f. Viruss
en Fout (A moet
ook)
5. Welk van onderstaande factoren vallen niet onder de extrensieke
factoren (meerdere antwoorden mogelijk) ?
a. pH
b. antagonisme
c. temperatuur
d. groeisnelheid
e. gassamenstelling
6. Een product dat kan bederven door schimmels wordt vooral MAP verpakt
onder:
a. H2
b. CO2
c. N2
d. O
2 Goed
7. Welke van de volgende stellingen over Bacillus cereus (Bc) en
, .Voorbeeldvragen voor het tentamen
van het vak FQD10306.
Eschericha coli (Ec) zijn juist (meerdere antwoorden mogelijk)?
a. Beide maken toxines waar je ziek van kan worden
b. Beide maken sporen
c. Van beide bacteriën krijg je (zware) diarrhee