Hoorcollege 1 – Onderzoek doen & inleiding in de statistiek (1):
Statistiek: een verzameling hulpmiddelen waarmee je uitspraken kunt doen over
processen waarbij het toeval een rol speelt.
Verschillende hulpmiddelen (of: technieken, toetsen) voor verschillende soorten
processen. Computerprogramma’s (SPSS) voor het rekenwerk.
De wetenschappelijke methode
Het proces om te komen tot een empirisch oordeel
Empirisch: op grond van de ervaring
Waarden vs. feiten:
- Waarden
o Mooi-lelijk
o Goed-fout
o ethiek
- Feiten
o Dit is een tafel
o Dit is een krijtje
o Kunnen juist of onjuist zijn
o empirische wetenschappen
Kennis vergaren door ervaring
Moderne wetenschap: continue wisselwerking tussen rationalisme (gedachte-
experiment) en empirische bevindingen.
Proces om te komen tot een empirisch oordeel: Proces begint met een vraagstelling
over een waargenomen proces of verschijnsel plus een vermoeden over een
mogelijke oplossing
Vb. heeft doping effect op de sportprestatie? Waarneming: diverse
tourwinnaars zijn betrapt op doping. Vermoeden: bij duursporten heeft doping
een gunstig effect
De wetenschappelijke methode:
- Aanvankelijke onderzoeksvraag (plus vermoeden van oplossing) ↓
- Theorie ↓
o Het geheel aan samenhangende en niet onderling strijdige uitspraken
over een waargenomen verschijnsel of proces
o Doorgaans is een theorie gebaseerd op verschillende onderzoeken
- Hypothese ↓
o Uit de theorie voortvloeiende voorspelling die getoetst kan worden
o Moet heel precies geformuleerd worden
o Moet falsifieerbaar zijn (d.w.z. op de feiten stuk kunnen lopen)
, Vb. wielrenners die voorafgaande aan een tijdrit van 50km
testosteron gebruiken, fietsen deze tijdrit sneller dan wielrenners
die dat niet doen geen goede hypothese
- Experiment
o Verzamelen van gegevens (data) om de hypothese te toetsen
= Meten
o Heel precies omschrijven wat je gaat meten
= Onderzoeksopzet
o Heel precies omschrijven hoe je gaat meten
= Operationalisatie
o Zorg voor:
Validiteit: dat je instrumentarium meet wat je wilt meten
Betrouwbaarheid: dat wat je meet reproduceerbaar is
- Analyse
o Nagaan a.d.h.v. meetgegevens of voorspelling uitkomt
= Hypothese testen
o Indien hypothese juist:
= Verificatie of Confirmatie (ondersteuning)
Confirmatie: uitkomst ondersteunt de hypothese
o Indien hypothese onjuist
= Falsificatie theorie aanpassen of verwerpen
Inleiding in de statistiek
Experimenteel onderzoek: kijken waar een manipulatie toe leidt
- Onafhankelijke variabele
o Datgene waarvan je de waarde manipuleert
o Bv. dopinggebruik
- Afhankelijke variabele
o Datgene waarvan je de waarde meet (afhankelijk van manipulatie)
o Bv. de tijd die de wielrenner over 50km doet
Verschillende meetschalen:
- Nominaal
o Classificaties
, o Nationaliteit, geslacht
- Ordinaal
o Rangorde
o Ranglijst, goed-matig-slecht
- Interval
o Gelijke eenheden
o IQ, jaartelling
- Ratio
o Met nulpunt
o Lengte, snelheid
Nominaal-ordinaal: categoriaal
Interval-ratio: continu
SPSS interval en ratio: scale
Dopingexperiment:
- Dopinggebruik: nominale meetschaal: clean-doping
- Tijd op de 50km: ratio meetschaal: tijd in secondes
Spreiding van waarden:
- Grote en kleine spreiding
o Bij kleine spreiding ben je zekerder van je waarden
Spreidingsmaten:
- Variantie: nadeel: overschatting van de waarden
- Standaarddeviatie: wortel van variantie
, Normaalverdeling
Binomiaalverdeling:
Er zijn meer mogelijkheden om 5x kop en 5x munt te vinden, dan 1x kop en 9x munt.
Normaalverdeling: continue verdeling
functie geen tentamenstof
Griekse letters voor populaties, gewone letters voor steekproeven. m is gemiddelde,
s is standaarddeviatie (in het kwadraat = variantie).
In de normaalverdeling zit ter hoogte van de standaarddeviatie het buigpunt van de
functie (hier bij 1).
Normaalverdelingen beschrijven:
- De lengte van de jongens in deze zaal
- Het gewicht van de meisjes
- Etc.
De oppervlakte onder de curve van normaalverdeling is 1.
Hoe kleiner de standaarddeviatie, hoe hoger de
curve moet zijn, omdat de oppervlakte nog steeds
1 is.