1
Hoofdstuk 1: Van probleem naar analyse ............................................................................................... 2
1. Multivariate analysetechnieken ...................................................................................................... 2
2. Types variabelen.............................................................................................................................. 2
2.1. Kwantitatief .............................................................................................................................. 2
2.2. Dichotoom categorisch: Twee categorieën .............................................................................. 2
2.3. Polytoom categorisch: Drie of meer categorieën .................................................................... 2
2.4. Latent........................................................................................................................................ 2
3. Types samenhang ............................................................................................................................ 2
3.1. Symmetrisch tussen twee kenmerken ..................................................................................... 2
3.2 Asymmetrisch ............................................................................................................................ 2
3.2.1. Lineair ................................................................................................................................ 2
3.2.2. Niet-lineair ......................................................................................................................... 2
3.2.3. Interactie-effect................................................................................................................. 3
4. Fasen in sociaalwetenschappelijk onderzoek ................................................................................. 3
5. Soorten analysetechnieken en de keuze ertussen .......................................................................... 3
6. Zoemgroepen .................................................................................................................................. 5
6.1. Zoemgroep 1.1. Keuze multivariate analysetechniek .............................................................. 5
6.2. Zoemgroep 1.2. Keuze multivariate analysetechniek .............................................................. 5
, 2
Hoofdstuk 1: Van probleem naar analyse
1. Multivariate analysetechnieken
= Verzamelnaam voor een groep van statistische technieken, gericht op de analyse van de
samenhang tussen drie of meer variabelen onderling
= Sterk heterogeen qua opzet en finaliteit:
• Analyse probleemkenmerk vs probleemrelatie
• Dependent vs niet-dependent: Kijken naar associaties tussen variabelen
• Meetniveau van de afhankelijke en onafhankelijke variabele
• Aantal dimensies en orthogonaliteit van dimensies
2. Types variabelen
2.1. Kwantitatief
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Interval -of ratiomeetniveau
2.2. Dichotoom categorisch: Twee categorieën
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Nominaal of ordinaal meetniveau
2.3. Polytoom categorisch: Drie of meer categorieën
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Nominaal of ordinaal meetniveau
2.4. Latent
• Niet rechtstreeks opgemeten bij respondenten (bv. complexe schaal obv meerdere items)
• Interval -of ratiomeetniveau
3. Types samenhang
3.1. Symmetrisch tussen twee kenmerken
= Geen onderscheid tussen afh en onafh variabele
3.2 Asymmetrisch
3.2.1. Lineair
• Onafhankelijke variabele voert een causaal, lineair effect uit op de afhankelijke variabele
• Eenzelfde verandering in onafhankelijke variabele zorgt steeds voor eenzelfde verandering in
de afhankelijke variabele
• Causale interpretatie is afhankelijk van het onderzoeksdesign
3.2.2. Niet-lineair
• Onafhankelijke variabele oefent een causaal, niet-lineair effect uit op de afhankelijke
variabele
• Eenzelfde verandering in de onafhankelijke variabele zorgt voor een verandering in de
afhankelijke variabele die gradueel groter of kleiner wordt
• Causale interpretatie is afhankelijk van het onderzoeksdesign
Hoofdstuk 1: Van probleem naar analyse ............................................................................................... 2
1. Multivariate analysetechnieken ...................................................................................................... 2
2. Types variabelen.............................................................................................................................. 2
2.1. Kwantitatief .............................................................................................................................. 2
2.2. Dichotoom categorisch: Twee categorieën .............................................................................. 2
2.3. Polytoom categorisch: Drie of meer categorieën .................................................................... 2
2.4. Latent........................................................................................................................................ 2
3. Types samenhang ............................................................................................................................ 2
3.1. Symmetrisch tussen twee kenmerken ..................................................................................... 2
3.2 Asymmetrisch ............................................................................................................................ 2
3.2.1. Lineair ................................................................................................................................ 2
3.2.2. Niet-lineair ......................................................................................................................... 2
3.2.3. Interactie-effect................................................................................................................. 3
4. Fasen in sociaalwetenschappelijk onderzoek ................................................................................. 3
5. Soorten analysetechnieken en de keuze ertussen .......................................................................... 3
6. Zoemgroepen .................................................................................................................................. 5
6.1. Zoemgroep 1.1. Keuze multivariate analysetechniek .............................................................. 5
6.2. Zoemgroep 1.2. Keuze multivariate analysetechniek .............................................................. 5
, 2
Hoofdstuk 1: Van probleem naar analyse
1. Multivariate analysetechnieken
= Verzamelnaam voor een groep van statistische technieken, gericht op de analyse van de
samenhang tussen drie of meer variabelen onderling
= Sterk heterogeen qua opzet en finaliteit:
• Analyse probleemkenmerk vs probleemrelatie
• Dependent vs niet-dependent: Kijken naar associaties tussen variabelen
• Meetniveau van de afhankelijke en onafhankelijke variabele
• Aantal dimensies en orthogonaliteit van dimensies
2. Types variabelen
2.1. Kwantitatief
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Interval -of ratiomeetniveau
2.2. Dichotoom categorisch: Twee categorieën
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Nominaal of ordinaal meetniveau
2.3. Polytoom categorisch: Drie of meer categorieën
• Manifest opgemeten
• Kan zowel de rol van de te verklaren (afh) als verklarende (onafh) variabele opnemen
• Nominaal of ordinaal meetniveau
2.4. Latent
• Niet rechtstreeks opgemeten bij respondenten (bv. complexe schaal obv meerdere items)
• Interval -of ratiomeetniveau
3. Types samenhang
3.1. Symmetrisch tussen twee kenmerken
= Geen onderscheid tussen afh en onafh variabele
3.2 Asymmetrisch
3.2.1. Lineair
• Onafhankelijke variabele voert een causaal, lineair effect uit op de afhankelijke variabele
• Eenzelfde verandering in onafhankelijke variabele zorgt steeds voor eenzelfde verandering in
de afhankelijke variabele
• Causale interpretatie is afhankelijk van het onderzoeksdesign
3.2.2. Niet-lineair
• Onafhankelijke variabele oefent een causaal, niet-lineair effect uit op de afhankelijke
variabele
• Eenzelfde verandering in de onafhankelijke variabele zorgt voor een verandering in de
afhankelijke variabele die gradueel groter of kleiner wordt
• Causale interpretatie is afhankelijk van het onderzoeksdesign