samenvatting ontwikkelingspsychologie van Robert. S. Feldman. ik moest 2 boeken leren dus I en II van ontwikkelingspsychologie. ook het tweede boek is hierin samengevat. voor deze toets heb ik uiteindelijk een 7,5 gehaald!
2.1 De vijf perspectieven
1.Psychodynamisch perspectief
2. Het behavioristisch perspectief
3. Het cognitief perspectief
4. Het systematisch perspectief
5. Het evolutionair perspectief
1. Psychodynamisch perspectief: benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dar gedrag
gemotiveerd wordt door innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich
nauwelijks bewust is en waarover hij weinig controle heeft. gedrag wordt gemotiveerd door innerlijke
krachten en herinneringen waarvan een persoon zich nauwelijks bewust is en waarover hij weinig
controle heeft
- Psychoanalyse
- Gedrag wordt uitgelokt door behoeften
- Sigmund Freud
- Hij ging ervanuit dat mensen verschillende fasen moesten doorlopen en als men in een fase
bleef steken had dat negatieve consequenties
- Voorbeeld stagnatie in orale fase – verslaving aan bv roken, alcohol
- Dit is achterhaald
Hier ligt de focus op innerlijke krachten.
Voorstanderd van dit perspectief geloven dat gedrag gemotiveerd wordt door innerlijke krachten;
herinneringen en conflicten waarvan een persoon zich nauwelijks bewust van is en waarover hij weinig
controle heeft.
Freud:
Psychoanalytische theorie: gaat ervan uit dat de onbewuste krachten bepalend zijn voor iemands
persoonlijkheid en gedrag
Met het onbewuste bedoelde hij het deel van iemands persoonlijkheid dat kinderlijke wensen,
verlangens en behoeften bevat die vanwege hun verstorende aard afgesloten zijn van het bewustzijn.
Id: primitieve, ongeorganiseerde, aangeboren deel van de persoonlijkheid dat aanwezig is bij de
geboorte – de belangen die je hebt het gene wat je nog hebt om te kunnen overleven – primitieve
driften
Ego: het rationale en redelijke deel van de persoonlijkheid – het ego opereert vanuit het
realiteitsprincipe: het houdt de instinctieve energie in toom om de veiligheid van de persoon te bewaren
om hem te helpen integreren in de samenleving
Superego: het aspect van de persoonlijkheid dat iemands geweten vertegenwoordigt en het
onderscheid maakt tussen goed en kwaad. -
,De drie persoonlijkheid aspecten worden volgens Freud gevormd door psychoseksuele ontwikkeling.
Psychoseksuele ontwikkeling: een aantal fasen die kinderen doorlopen waarin, genot, of
bevrediging, telkens gericht is op een andere biologische functie en een ander deel van het lichaam.
Wanneer er iets misgaat in deze ontwikkeling kan dit leiden tot een fixatie; gedrag dat in een eerdere
ontwikkelingsfase is blijven steken als gevolg van een onopgelost conflict.
De ontwikkeling is min of meer compleet als het individu de adolescentie heeft bereik
Ontwikkelingsfases Freud:
- Orale fase – behoefte om te zuigen
- Anale fase
- Fallische fase (oedipuscomplex) – geslachtsdelen
- Latentiefase
- Genitale fase
Kritiek:
- Freud richten zijn onderzoek vooral op het mannelijke geslacht.
- Freud had zijn onderzoek alleen gedaan met rijke middenklas mensen.
De psychosociale theorie van Erikson
De nadruk ligt hier op sociale interactie met anderen.
Mensen worden gevormd en belemmerd door hun samenleving en hun cultuur.
Volgens Erikson ontwikkelen mensen zich in 8 stadia. Deze stadia zijn een vast patroon en zijn voor
bijna alle mensen gelijk. In elk stadium is er een crisis of een conflict dat het individu moet oplossen.
Dit los je nooit volledig op, maar je moet het voldoende oplossen om door te kunnen naar het volgende
stadium.
De 8 stadia zijn:
Vertrouwen versus wantrouwen
Autonomie versus schaamte/twijfel
Initiatief versus schuld
Vlijt versus minderwaardigheid
Identiteit versus identiteit verwarring
Intimiteit versus isolement
Generativiteit versus stagnatie
Integriteit versus wanhoop
Ieder fase wordt gekenmerkt door een conflict. Dit conflict moet opgelost worden voordat het individu
kan doorgaan naar de volgende fase
Elke fase bestaat uit twee tegenpolen die in het gunstige geval uitmonden ineen deugd of vitale sterkte
De groei en verandering gaan gedurende het leven door. De adolescentie is een startpunt van de
ontwikkeling van een eigen identiteit.
Kritiek:
- De theorie richt zich ook meer op mannen.
- Het is moeilijk om het gedrag van een individu te voorspellen
,2. Het behavioristisch perspectief: Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat je moet
kijken naar waarneembaar gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het
individu te begrijpen kijkt niet naar onbewuste processen in organismen, maar bestudeer de mens
volledig van buitenaf (exogeen)
De nadruk ligt op direct waarneembaar feiten: de effecten van mensen, voorwerpen en gebeurtenissen
(stimuli) op gedrag. Als we de stimuli kennen, kunnen we het gedrag voorspellen. In dit opzicht is
binnen het behavioristisch perspectief omgeving (nurture) belangrijker voor de ontwikkeling dan
erfelijkheid (nature)
Behavioristen zien ontwikkeling als kwantitatief en niet als kwalitatief. Behavioristische theorieën
verwerpen het idee dat alle mensen een aantal vooraf bepaalde stadia doorlopen, omdat mensen
worden beïnvloed door de omgevingsstimuli waaraan ze toevallig worden blootgesteld.
Ontwikkelingspatronen zijn dus persoonlijk en weerspiegelen een bepaalde combinatie van
omgevingsstimuli. Gedragingen(respons) zijn het resultaat van de voortdurende blootstelling aan
specifieke omgevingsfactoren(stimuli) behavioristen spreken dan ook over stimulus-respons-leren
Stimulus-respons-leren: vormen van leren die we kunnen beschrijven in termen van stimuli en
responsen, zoals klassieke en operante conditionering
Omgeving is belangrijker voor de ontwikkeling dan erfelijkheid.
Klassieke conditionering
Er is sprake van klassieke conditionering wanneer een organisme op een bepaalde
manier leert reageren op een neutrale stimulus (normaal lokt deze stimulus niet deze respons uit).
- Door twee prikkels altijd tegelijk aan te bieden, gaat het individu de twee met elkaar associëren en
er op dezelfde manier op reageren
Operante conditionering
Operante conditionering is een vorm van leren waarbij een vrijwillige respons versterkt of verzwakt
wordt doordat die respons word geassocieerd met positieve of negatieve consequenties (belonen en
straffen).
Gedragsmodificatie: een formele techniek om de frequentie van gewenst gedrag te verhogen en de
frequentie van ongewenst gedrag te verlagen.
- Door het individu te belonen of te straffen, gaat hij het desbetreffende gedrag associëren met iets
leuks of iets vervelends en het gedrag daardoor herhalen of er juist mee stoppen
De sociaal-cognitieve leertheorie: leren door te imiteren
De nadruk ligt op het observeren van het gedrag van een andere persoon, een model. De stimuli is het
gedrag van iemand anders. Wanneer het model wordt beloond wordt hij sneller nagedaan.
- Benadering binnen de psychologie waarbij de nadruk ligt op leren door het gedrag van een ander
persoon te observeren en na te doen
Volgens hem voltrekt sociaal-cognitief leren zich in 4 stappen, of met behulp van 4 voorwaarden
1. Aandacht: je neemt het gedrag van een model waar
2. Retentie: je kunt je het gedrag op een later tijdsti nog herinneren
3. Reproductie: je kunt het gedrag dat je eerder zag produceren
4. Motivatie: je bent gedreven om het gedrag te leren en uit te voeren, doordat je ziet dat het iets
oplevert en/of doordat je op een bepaalde manier opkijkt tegen het model
, Volgens de sociaal-cognitieve leertheorie is de kans dat we bepaald gedrag imiteren groot als we zien
dat dat gedrag bij een model wordt beloond. Dit proces wordt modeling genoemd
3. Het cognitief perspectief: benadering binnen de psychologie die zich richt op de processen die
mensen instaat stellen de wereld te leren kennen, begrijpen en overdenken.
- Het gaat om kijken naar de oorsprong van ons begrip
-
De cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget
Equilibratie: de neiging van het kind om het evenwicht te herstellen tussen de nieuwe informatie en de
reeds bestaande inzichten , waardoor meer complete en geïntegreerde kennis opgebouwd wordt
Verschillende stadia van universele cognitieve ontwikkeling:
1. Sensomotorisch: geboorte – 2 jaar - ontwikkeling van zintuigen, motoriek, geheugen en
objectpermanentie: weinig tot geen vermogen om dingen symbolisch weer te geven.
2. Pre operationeel: 2-7 jaar - ontwikkeling van taal, fijne motoriek en symbolisch denken:
egocentrisch denken
3. Concreet operationeel: 7 – 12 jaar.ontwikkeling van conservatiebegrip(idee dat kwantiteit
niet gerelateerd is aan fysieke verschijning, dus dat een bol klei evenveel klei kan bevatten
als een pannenkoek van klei), reversibiliteit ( begrijpen van het principe dat je een proces in
gedachten kunt omdraaien) en logica (relatie begrijpen tussen tijd, afstand en snelheid)
4. Formeel operationeel: 12 jaar – volwassenheid. Ontwikkeling van logisch redeneren
(verbanden zien en begrijpen) en abstract denken ( het denken komt los van het concrete)
Piaget meende dat denken is opgebouwd uit schema’s.
Adaptie: het pogen van het kind om met behulp van de denkstrategie van dat moment nieuwe
informatie op te nemen en in te passen in zijn ‘kennisvoorraad’
Assimilatie: het proces waarbij mensen een ervaring interpreteren binnen hun huidige cognitieve
ontwikkelingsstadium en denkwijze. Inpassen in wat je kent
Accommodatie: het proces waarbij bestaande manieren van denken veranderen in reactie op nieuwe
stimuli of gebeurtenissen. – aanpassen aan de omgeving ( door het vervangen van een oud schema
door een nieuwe)
Cognitieve psychologie modern: informatie verwerking theorieën: op welke manieren mensen
informatie opnemen, opslaan en gebruiken – stimulatie 0 transductie – sensatie en perceptie
Kritiek:
- Sommige cognitieve vaardigheden manifesteren zich bijvoorbeeld duidelijk eerder dan piaget
dacht. Daarnaast wordt de universaliteit van piagets stadia in twijfel getrokken. Er komen steeds
meer aanwijzingen dat bepaalde cognitieve vaardigheden zich in niet-westerse culturen op andere
tijdstippen manifesteren.
- Grootste kritiek is dat cognitieve ontwikkeling niet per se zo discontinu is als piagets stadiamodel
doet voorkomen
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller ayshearoeleveld. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $6.97. You're not tied to anything after your purchase.