Operatieve zorg en techniek F1
Les 1 Microbiologie
Leerdoelen
Na dit leerarrangement kun je:
• De belangrijkste bacteriestammen (huid- en darmflora) die wondinfecties kunnen
veroorzaken herkennen op foto’s en tekenen
• De belangrijkste gunstige en ongunstigste omstandigheden van deze bacteriën
omschrijven in relatie tot groeisnelheid
• De volgende begrippen beknopt uitleggen: mutaties, sporevorming, gram +/-,
aeroob/anaeroob, huidflora, darmflora, transiënt, resident
• Verklaren op welke manieren de groei van bacteriën verhinderd kan worden, hoe
bacteriën gedood kunnen worden en wat resistentie is.
• Beschrijven op welke manieren zorgprofessionals kunnen bijdragen aan het
voorkómen van resistentie
• Kwetsbare patiëntengroepen benoemen m.b.t. wondinfecties, verklaren waarom ze
kwetsbaarzijn en beredeneren hoe ze beschermd kunnen worden
• Drie belangrijke contaminatiewegen benoemen en de relatie verklaren met
ziekenhuisinfecties
Bacteriesoorten
- Ziekmakende bacterie → pathogeen
A. Bacil (staafvormig)
B. Coccen (bolvorming)
In keten: streptococcen
C. Coccen trosje: staphylococcen (0,4 mu)
D. Coccen paarsgewijs: diplococcen
E. Spiraalvormig: spiril
F. Kommavormig: vibrio
Omstandigheden groeisnelheid
Gunstig Ongunstig
- Temp tussen 30-40 - Lage temp
- Juiste zuurstofconcentratie - Juiste zuurstofconcentratie
- Geschikte voedingsstoffen - Juiste zuurgraad
- Verzwakte gastheer - Giftige stoffen zoals AB
- Porte d’entree
Mutaties
- Wijzigingen in de erfelijke eigenschappen van het genoom (DNA of RNA) van een cel
1
,Sporevorming
- Een spore is een soort slaaptoestand van de bacterie met als het belangrijkste doel
het overleven van ongunstige omstandigheden zoals hitte en droogte.
- Zodra de omstandigheden gunstig zijn, kan de spore ontkiemen en uitgroeien tot een
normale cel die weer kan gaan groeien
Gram +/-
- Grofweg zijn bacteriën in te delen in zogenaamde Gram-positieve en Gram-negatieve
bacteriën.
- Het woord Gram heeft te maken met een bepaalde kleuring die toegepast wordt bij
het bekijken van bacteriën. Bij die kleuring wordt een Gram-positieve
bacterie donkerblauw en een Gram-negatieve bacterie rood.
- Het verschil tussen gramnegatieve en grampositieve bacteriën wordt veroorzaakt
door een verschil in de structuur van de celwand
Aeroob/ anaeroob
Zuurstofrijk/ zuurstofarm
Huidflora/ darmflora
- Darmflora: het geheel aan levende micro-organismen in de darmen
- Huidflora: het geheel aan levende micro-organismen op de lichaamshuid
- Commensalen: micro- organismen dat in of op een gastheer leeft zonder deze te
schaden
- Gaat altijd goed, mits evenwicht en mits gastheer niet ziek is
- Let op: wat jou niet ziek maakt is voor patiënten vaak levensgevaarlijk
Transiënt
- Tijdelijk of voorbijgaand
- Bijv. door handcontact of contact met besmette voorwerpen of met feces op de huid
zijn terechtgekomen.
- De micro-organismen van de transiënte flora vermenigvuldigen zich niet
- Bacterie op doorreis
Resident
- Is van natura aanwezig in het lichaam
- Vermenigvuldigd zich wel → na het wassen van de handen met water en zeep blijft
de residente flora grotendeels aanwezig
Besmettingsvormen
- Autogeen
• Eigen besmetting
• Zonder besmetting van buitenaf
- Heterogeen contactcontaminatie
• Van andere afkomst
- Aerogeen door de lucht
2
,Hoe te beschermen tegen besmetting van bacteriën
- Goede handhygiëne
- Isolatie
- Beschermende kleding
- Extra reinigen
- Persoonsgebonden spullen
Resistentie
- Bestand tegen, weestand hebben, bestand tegen bepaalde ziekten
- AB geneest geen infectie maar stopt de groei van de gevoelige bacteriën zodat de
gastheer de tijd krijgt om zijn afweer te organiseren, de micro-organismen te doden
en van zijn infectie te herstellen
- AB gebruikten als het niet nodig is kan de oorzaak zijn dat ze niet meer werken als we
ze echt nodig hebben
- Meeste infecties worden veroorzaakt door virussen → AB werkt alleen tegen
bacteriën
Ziekenhuisinfecties
- BRMO: Bijzonder resistente micro-organismen
- MRSA: Meticilinne- resistente staphylococcus aurus
• Stafylococ → komen veel voor bij gezonde mensen zonder dat zij er last van
hebben
• Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door direct huidcontact
- ESBL: extended spectrum beta lactamases
• Enzyme dat bepaalde soorten AB kan afbreken
POWI
Post operatieve wondinfecties
SSI
Surgical site infection
Sepsis
- Bacteriën in de bloedbaan
- Ziektetoestand waarbij pathogene micro-organismen
die van een primaire ontstekingsaard uit de bloed- of
lymfebaan zijn binnengekomen
- Hoge koorts, koude rillingen, sterke moeheid,
anorexie, bloedingen, degenatieve
orgaanverschijnselen
Micro-organismen
- Zijn zeer klein → 0,4 – 1,5 mu
- Alleen te zien met lichtmicroscoop
- Beter met elektronenmicroscoop
3
, Les 2 De operatieafdeling
Leerdoelen
Na dit leerarrangement kun je:
• De definities geven van de begrippen: operatieafdeling/OKC/operatiekamer
• Uitleg geven over de in de WIP richtlijn Omstandigheden (kleine)chirurgische en
invasieve omstandigheden genoemde begrippen:
o Zonering A/B/C
o Steriel/schoon/ niet schoon?
o Indeling klasse1, 2, zelfstandige behandelkamer
• Een eenvoudige plattegrond van een operatieafdeling lezen en de ruimtes benoemen
• In de plattegrond de logistieke routes van patiënten, personeel, en materialen
tekenen en knelpunten aangeven
• Uitleggen wat brandcompartimentering is
Operatieafdeling/ OKC/ operatiekamer
- Operatiekamercomplex
- Van de rest van het ziekenhuis afgesloten afdeling
- Geïsoleerde ruimte bestaande uit een verzameling aan ruimtes die rond
operatiekamers zijn gebouwd om operaties aan te sturen
- Steriele ruimte (zone A) waarin operatie plaatsvindt
4
Les 1 Microbiologie
Leerdoelen
Na dit leerarrangement kun je:
• De belangrijkste bacteriestammen (huid- en darmflora) die wondinfecties kunnen
veroorzaken herkennen op foto’s en tekenen
• De belangrijkste gunstige en ongunstigste omstandigheden van deze bacteriën
omschrijven in relatie tot groeisnelheid
• De volgende begrippen beknopt uitleggen: mutaties, sporevorming, gram +/-,
aeroob/anaeroob, huidflora, darmflora, transiënt, resident
• Verklaren op welke manieren de groei van bacteriën verhinderd kan worden, hoe
bacteriën gedood kunnen worden en wat resistentie is.
• Beschrijven op welke manieren zorgprofessionals kunnen bijdragen aan het
voorkómen van resistentie
• Kwetsbare patiëntengroepen benoemen m.b.t. wondinfecties, verklaren waarom ze
kwetsbaarzijn en beredeneren hoe ze beschermd kunnen worden
• Drie belangrijke contaminatiewegen benoemen en de relatie verklaren met
ziekenhuisinfecties
Bacteriesoorten
- Ziekmakende bacterie → pathogeen
A. Bacil (staafvormig)
B. Coccen (bolvorming)
In keten: streptococcen
C. Coccen trosje: staphylococcen (0,4 mu)
D. Coccen paarsgewijs: diplococcen
E. Spiraalvormig: spiril
F. Kommavormig: vibrio
Omstandigheden groeisnelheid
Gunstig Ongunstig
- Temp tussen 30-40 - Lage temp
- Juiste zuurstofconcentratie - Juiste zuurstofconcentratie
- Geschikte voedingsstoffen - Juiste zuurgraad
- Verzwakte gastheer - Giftige stoffen zoals AB
- Porte d’entree
Mutaties
- Wijzigingen in de erfelijke eigenschappen van het genoom (DNA of RNA) van een cel
1
,Sporevorming
- Een spore is een soort slaaptoestand van de bacterie met als het belangrijkste doel
het overleven van ongunstige omstandigheden zoals hitte en droogte.
- Zodra de omstandigheden gunstig zijn, kan de spore ontkiemen en uitgroeien tot een
normale cel die weer kan gaan groeien
Gram +/-
- Grofweg zijn bacteriën in te delen in zogenaamde Gram-positieve en Gram-negatieve
bacteriën.
- Het woord Gram heeft te maken met een bepaalde kleuring die toegepast wordt bij
het bekijken van bacteriën. Bij die kleuring wordt een Gram-positieve
bacterie donkerblauw en een Gram-negatieve bacterie rood.
- Het verschil tussen gramnegatieve en grampositieve bacteriën wordt veroorzaakt
door een verschil in de structuur van de celwand
Aeroob/ anaeroob
Zuurstofrijk/ zuurstofarm
Huidflora/ darmflora
- Darmflora: het geheel aan levende micro-organismen in de darmen
- Huidflora: het geheel aan levende micro-organismen op de lichaamshuid
- Commensalen: micro- organismen dat in of op een gastheer leeft zonder deze te
schaden
- Gaat altijd goed, mits evenwicht en mits gastheer niet ziek is
- Let op: wat jou niet ziek maakt is voor patiënten vaak levensgevaarlijk
Transiënt
- Tijdelijk of voorbijgaand
- Bijv. door handcontact of contact met besmette voorwerpen of met feces op de huid
zijn terechtgekomen.
- De micro-organismen van de transiënte flora vermenigvuldigen zich niet
- Bacterie op doorreis
Resident
- Is van natura aanwezig in het lichaam
- Vermenigvuldigd zich wel → na het wassen van de handen met water en zeep blijft
de residente flora grotendeels aanwezig
Besmettingsvormen
- Autogeen
• Eigen besmetting
• Zonder besmetting van buitenaf
- Heterogeen contactcontaminatie
• Van andere afkomst
- Aerogeen door de lucht
2
,Hoe te beschermen tegen besmetting van bacteriën
- Goede handhygiëne
- Isolatie
- Beschermende kleding
- Extra reinigen
- Persoonsgebonden spullen
Resistentie
- Bestand tegen, weestand hebben, bestand tegen bepaalde ziekten
- AB geneest geen infectie maar stopt de groei van de gevoelige bacteriën zodat de
gastheer de tijd krijgt om zijn afweer te organiseren, de micro-organismen te doden
en van zijn infectie te herstellen
- AB gebruikten als het niet nodig is kan de oorzaak zijn dat ze niet meer werken als we
ze echt nodig hebben
- Meeste infecties worden veroorzaakt door virussen → AB werkt alleen tegen
bacteriën
Ziekenhuisinfecties
- BRMO: Bijzonder resistente micro-organismen
- MRSA: Meticilinne- resistente staphylococcus aurus
• Stafylococ → komen veel voor bij gezonde mensen zonder dat zij er last van
hebben
• Besmetting met MRSA vindt vooral plaats door direct huidcontact
- ESBL: extended spectrum beta lactamases
• Enzyme dat bepaalde soorten AB kan afbreken
POWI
Post operatieve wondinfecties
SSI
Surgical site infection
Sepsis
- Bacteriën in de bloedbaan
- Ziektetoestand waarbij pathogene micro-organismen
die van een primaire ontstekingsaard uit de bloed- of
lymfebaan zijn binnengekomen
- Hoge koorts, koude rillingen, sterke moeheid,
anorexie, bloedingen, degenatieve
orgaanverschijnselen
Micro-organismen
- Zijn zeer klein → 0,4 – 1,5 mu
- Alleen te zien met lichtmicroscoop
- Beter met elektronenmicroscoop
3
, Les 2 De operatieafdeling
Leerdoelen
Na dit leerarrangement kun je:
• De definities geven van de begrippen: operatieafdeling/OKC/operatiekamer
• Uitleg geven over de in de WIP richtlijn Omstandigheden (kleine)chirurgische en
invasieve omstandigheden genoemde begrippen:
o Zonering A/B/C
o Steriel/schoon/ niet schoon?
o Indeling klasse1, 2, zelfstandige behandelkamer
• Een eenvoudige plattegrond van een operatieafdeling lezen en de ruimtes benoemen
• In de plattegrond de logistieke routes van patiënten, personeel, en materialen
tekenen en knelpunten aangeven
• Uitleggen wat brandcompartimentering is
Operatieafdeling/ OKC/ operatiekamer
- Operatiekamercomplex
- Van de rest van het ziekenhuis afgesloten afdeling
- Geïsoleerde ruimte bestaande uit een verzameling aan ruimtes die rond
operatiekamers zijn gebouwd om operaties aan te sturen
- Steriele ruimte (zone A) waarin operatie plaatsvindt
4