100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Geschiedenis Examenkatern historische contexten

Rating
-
Sold
-
Pages
14
Uploaded on
02-09-2022
Written in
2020/2021

Samenvatting Geschiedenis Examenkatern historische contexten: Het Britse Rijk, Duitsland in Europa en Nederland

Level
Module









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Module
School year
5

Document information

Uploaded on
September 2, 2022
Number of pages
14
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Investeren
Hoofdstuk 1: investeringsselectie
Kunnen
1. De toepassing verklaren van de terugverdientijd bij de investeringsselectie.
2. De terugverdientijd van een of meer investeringsprojecten berekenen aan de hand van een
meerjarig kasstroomoverzicht, indien van toepassing inclusief restwaarde, van de projecten.
3. De toepassing van de netto contante waarde methode bij de investeringsselectie verklaren.
4. De netto contante waarde van een of meer investeringsprojecten berekenen aan de hand van
een meerjarig kasstroomoverzicht van deze projecten.
5. Op basis van de terugverdientijd en/of de netto contante waarde analyseren welk
investeringsproject de voorkeur zal verdienen.
6. De voor- en nadelen noemen en herkennen van de terugverdientijd en de netto contante
waarde, daarnaast andere factoren noemen die een rol spelen bij de afweging om al dan niet te
investeren.
7. Het verschil noemen tussen vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen.
8. Verschillen en overeenkomsten noemen en herkennen tussen investeringen in materiele en
immateriële activa.

Samenvatting
Als een consument iets koopt, noem je dat consumptie. Het doel van consumptie is het bevredigen
van behoeften. Wanneer een ondernemer iets koopt, noem dat investeren. Investeren wordt
daarom meestal omschreven als het aanschaffen van activa (=bezittingen of kapitaal) door een
ondernemer met als doel het behalen van winst.
Als de ondernemer een versleten productiemiddel vervangt door een nieuw productiemiddel dan
spreek je van een vervangingsinvestering. Als hij extra productiemiddelen aanschaft, is er sprake van
een uitbreidingsinvestering. Door een vervangingsinvestering verandert de productiecapaciteit
meestal niet, terwijl door een uitbreidingsinvestering de productiecapaciteit juist groter wordt. De
productiecapaciteit geeft aan wat een ondernemer maximaal kan produceren gezien de kwantiteit en
kwaliteit van de productiemiddelen en van de werknemers. Investeren kan in materiele activa, dat
zijn tastbare activa zoals een gebouw, auto, machine, maar ook in immateriële activa zoals software,
octrooien, uitzendrechten, vergunningen enzovoort. Zowel bij materiele als bij immateriële vaste
activa wordt er afgeschreven op de activa.

Cashflow
Wanneer een ondernemer investeert, schaft hij met liquide middelen activa aan. Zijn liquide
middelen nemen af; er is sprake van een negatieve kasstroom of cashflow. In de toekomst ontstaat
er als gevolg van de investering een positieve kasstroom (cashflow). Deze positieve kasstroom is het
saldo van het geld dat binnenstroomt door de verkoop van de met de investering gemaakte
producten en het geld dat wegvloeit als gevolg van uitgaven. De cashflow is in principe gelijk aan de
som van de nettowinst en de afschrijvingen. Via de verkoop van de producten wordt geld ontvangen
waarvan een deel betrekking heeft op de nettowinst en een deel op de afschrijvingen, beide worden
immers doorberekend in de verkoopprijs van de producten.
 Cashflow = nettowinst + afschrijvingen (belastingen buiten beschouwing)

De terugverdienperiode
De terugverdienperiode is de periode waarin de investering (negatieve kasstroom) zichzelf
terugverdient via de positieve kasstromen die voortvloeien uit de toekomstige opbrengsten die de
investering voortbrengt.
Investeringsselectie op basis van de terugverdienperiode heeft nogal wat nadelen. Er wordt niet
gekeken naar de interestkosten, de verdeling van de positieve kasstromen over de verschillende
perioden speelt geen rol en de positieve cashflow na de terugverdienperiode worden verwaarloosd.

, Er zitten dus nogal wat risico’s aan het selecteren van investeringen op basis van de terugverdientijd.
Die risico’s kunnen kleiner gemaakt worden door:
 Het instellen van een maximale terugverdientijd
 Door de kasstromen laag in te schatten
 Door de looptijd van de kasstromen niet te lang te maken

De netto contante waarde
Bij de netto contante waarde methode bereken je allereerst de contante waarde van alle
toekomstige positieve kasstromen daarna verminder je de uitkomst met het bedrag van de
investeringsuitgave (de negatieve kasstroom). Het bedrag dat resulteert, noem je de netto contante
waarde van de investering. Wanneer de netto contante waarde positief is, investeer je. Indien er een
keuze gemaakt moet worden uit meerdere investeringen dan wordt de investering gekozen met de
hoogste netto contante waarde. Doordat je de contante waarde bepaalt, houd je automatisch
rekening met de interestkosten.
Als er sprake is van een restwaarde dan levert dit op het eind van de levensduur ook een positieve
kasstroom op en deze moet je dus meetellen bij het bepalen van de contante waarde (CW) van de
positieve kasstromen.
 CW positieve kasstromen = CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde
 NCW = CW jaarlijkse cashflows + CW-restwaarde – investering
 Investeren indien NCW > 0

Hoofdstuk 2: de waardebepaling van een bedrijf
Kunnen
1. De intrinsieke waarde van een organisatie berekenen.
2. De actuele waarde van activa berekenen.
3. De stille reserves berekenen.
4. Uitleggen wat een due dilligenceonderzoek betekent en wat dat voor gevolgen heeft voor de
balans en de resultatenrekening.
5. De goodwill berekenen.
6. Uitleggen hoe de marktwaarde van een organisatie tot stand komt.
7. De rentabiliteitswaarde van een organisatie berekenen.
8. De waarde van een organisatie berekenen met de discounted cashflowmethode.
9. De vrije kasstroom van een organisatie berekenen.
10. Uitleggen dat een hogere onzekerheid leidt tot een hogere risico-opslag.

Samenvatting
Het is natuurlijk niet alleen mogelijk om te investeren in vaste activa, investeren in de overname van
een heel bedrijf behoort ook tot de mogelijkheden. Als een ondernemer een bedrijf wil kopen (of
verkopen) dan moet de waarde van het bedrijf worden vastgesteld. Het vaststellen van de waarde
van een bedrijf is een aparte tak van sport in de bedrijfseconomie.

Intrinsieke waarde
De (fiscale) intrinsieke waarde is gelijk aan het eigen vermogen van de onderneming ofwel het
verschil tussen de waarden van de activa (bezittingen) en het vreemd vermogen. Bij een
eenmanszaak of vof is dat gelijk aan het eigen vermogen en bij een bv of nv gaat het om de volgende
opstelsom:
$9.09
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
emmapeerboom
4.0
(2)

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
emmapeerboom
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
5
Member since
3 year
Number of followers
2
Documents
17
Last sold
3 months ago

4.0

2 reviews

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions