Nederlands Samenvatting
Informerende tekst: De lezer iets nieuws vertellen
amuserende tekst: De lezers vermaken en voor de leuk laten lezen
aansporende tekst: De lezer overhalen iets te doen
uitleggende tekst: De lezer uitleggen hoe je iets doet of hoe iets zit
overtuigende tekst: Een mening geven en uitleggen waarom
Onderwerp: waar de tekst over gaat
Deelonderwerp: Verschillende stukjes van het onderwerp
Alinea: de eerste zin van een deelonderwerp
Tussenkopje: geeft aan waar de Alinea over gaat
Verkennend lezen: De inhoud van een tekst beter snappen.
grondig lezen: De hele tekst actief lezen
zoekend lezen: Op zoek gaan naar iets in de tekst.
Hoofdzaak- De belangrijkste informatie
bijzaak- Iets minder belangrijk maar het helpt om de tekst te begrijpen
kernzin- De alinea waar de hoofdzaak in staat
Inleiding- is het begin van een tekst en kort samengevat waar de tekst over
gaat
Slot- het einde van de tekst en ook kort samengevat waar het over ging
Hoofdgedachte- De belangrijkste zin uit de tekst
Verwijswoorden- woorden die verwijzen naar iets wat al eerder genoemd is
Signaalwoorden- woorden die laten zien dat teksten aan elkaar verbonden zijn
Informerende tekst: De lezer iets nieuws vertellen
amuserende tekst: De lezers vermaken en voor de leuk laten lezen
aansporende tekst: De lezer overhalen iets te doen
uitleggende tekst: De lezer uitleggen hoe je iets doet of hoe iets zit
overtuigende tekst: Een mening geven en uitleggen waarom
Onderwerp: waar de tekst over gaat
Deelonderwerp: Verschillende stukjes van het onderwerp
Alinea: de eerste zin van een deelonderwerp
Tussenkopje: geeft aan waar de Alinea over gaat
Verkennend lezen: De inhoud van een tekst beter snappen.
grondig lezen: De hele tekst actief lezen
zoekend lezen: Op zoek gaan naar iets in de tekst.
Hoofdzaak- De belangrijkste informatie
bijzaak- Iets minder belangrijk maar het helpt om de tekst te begrijpen
kernzin- De alinea waar de hoofdzaak in staat
Inleiding- is het begin van een tekst en kort samengevat waar de tekst over
gaat
Slot- het einde van de tekst en ook kort samengevat waar het over ging
Hoofdgedachte- De belangrijkste zin uit de tekst
Verwijswoorden- woorden die verwijzen naar iets wat al eerder genoemd is
Signaalwoorden- woorden die laten zien dat teksten aan elkaar verbonden zijn