Portfolio
Naam: xxxxx
Studentnummer:xxxxx
Docent: xxxxx
Werkbegeleider: xxxxx
Cursus: GVE-2 PL2-17
Inleverdatum: 20-06-2022
Aantal woorden: 5677
,Inhoudsopgave
Klinisch redeneren en onderzoekend vermogen............................................................................................. 3
Casusbeschrijving.................................................................................................................................................3
Anamnese.............................................................................................................................................................3
Lichamelijk.......................................................................................................................................................3
Psychisch..........................................................................................................................................................4
Sociaal..............................................................................................................................................................4
Spiritueel..........................................................................................................................................................4
Functioneel......................................................................................................................................................5
Diagnostiek...........................................................................................................................................................6
Anatomie en functies.......................................................................................................................................6
Externe en persoonlijke factoren....................................................................................................................7
Activiteiten en participatie..............................................................................................................................8
Verpleegkundige diagnoses...........................................................................................................................10
Resultaat............................................................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 1............................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 2............................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 3............................................................................................................................10
Interventies.........................................................................................................................................................10
Verpleegkundige diagnose 1.........................................................................................................................10
Verpleegkundige diagnose 2.........................................................................................................................11
Verpleegkundige diagnose 3.........................................................................................................................11
Evaluatie.............................................................................................................................................................13
Literatuur............................................................................................................................................................15
Bijlage 1 ingevulde SF-12.............................................................................................................................. 18
Bijlage 2 feedbackformulier......................................................................................................................... 20
Bijlage 3 3IQ-test......................................................................................................................................... 22
Bijlage 4 Minnesota vragenlijst.................................................................................................................... 24
Bijlage 5 Mini-Mental State Examination...................................................................................................... 25
Bijlage 6 Barthel Index................................................................................................................................. 27
, Klinisch redeneren en onderzoekend vermogen
Casusbeschrijving
Mevrouw D is geboren op 11-08-1928. Mevrouw heeft artrose, osteoporose en obesitas waardoor de
zelfredzaamheid is verminderd. Ze redt zich niet alleen tijdens de adl. Mevrouw heeft
stressincontinentie, daarvoor draagt ze netbroekjes met inlegger. Dit geeft irritaties bij de billen en
labia, daarbij is mevrouw gevoelig voor smetplekken.
Mevrouw heeft hartfalen, daarvoor wordt mevrouw elke dag gewogen. Om te kijken naar het
gewichtsverschil. Bij een verschil groter dan twee kilo tussen twee dagen moet de arts worden
gecontacteerd.
Mevrouw heeft goed contact met haar drie kinderen en zeven kleinkinderen, hierdoor komt
mevrouw vooral buiten. Ze gaat namelijk niet veel alleen op stap. Mevrouw gaat nog wel elke
maandag zwemmen en heeft geregeld uitstapjes met de zonnebloem.
Mevrouw woont nog op zichzelf in een gelijkvloerse woning. Haar woning is aangepast om het leven
in het huis gemakkelijker te maken, zoals: douchestoel, douchebeugels, deur die open gaat met de
afstandsbediening en trippel stoel.
Anamnese
Voor de anamnese is er gebruik gemaakt van het anamnese formulier waar de thuiszorgorganisatie
Allerzorg gebruik van maakt. Hierdoor wordt er een duidelijk beeld geschetst van mevrouw haar
ziektebeeld, sociale leven en instelling. Dit wordt aan de hand van de vijf gebieden van het
holistische beeld wordt dit beschreven: lichamelijke, psychisch, sociaal, spiritueel en functioneel.
Lichamelijk
Mevrouw D is 1,45 meter lang met een gewicht van 67 kilo. Dit betekend dat mevrouw obesitas
heeft. Voor het vaststellen van obesitas gebruiken we het screeningsinstrument de body mass index.
De body mass index berekenen we volgens het voedingscentrum als volgt. Door het gewicht in kilo’s
te delen door de lichaamslengte in meters in het kwadraat. Dus bij mevrouw krijg je als volgt; 67,0:
1,45^2 = 31,9 k/m^2 Bij een body mass index hoger dan 30 kg/m^2 spreken we van obesitas. Hier
valt mevrouw in (voedingscentrum, z.d.).
Mevrouw heeft stressincontinentie, dat is het onwillekeurig verliezen van urine tijdens hoesten,
niezen of andere lichamelijke activiteiten die de intra-abdominale druk verhogen. De meest
voorkomende oorzaak is hypermobiliteit van de urethra en blaashals als gevolg van een zwakke
bekkenbodem. Dit kan zijn ontstaan na een vaginale bevalling of een daling van de
oestrogeenspiegel. Bij mevrouw D is de stressincontinentie ontstaan na de bevalling van haar drie
kinderen (Lagro-Janssen & Teunissen, 2009).
Voor het meten van incontinentie maken we gebruik van de 3IQ. De 3IQ staat voor 3 Incontinence
Questions. Het is een korte vragenlijst die onderscheid maakt welk soort incontinentie mevrouw
heeft. In bijlage 3 is de vragenlijst toegevoegd. Bij vraag drie koos mevrouw antwoord één wat als
uitkomst het volgende gaf; het vaakst bij fysieke activiteit ➞stress of dominante SUI. Dit duidt erop
dat mevrouw stressincontinentie heeft (Meetinstrumenten in de zorg, 2017).
Mevrouw is gevoelig voor smetplekken, ook intertrigo genoemd. Intertrigo wordt
hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van wrijving, vocht en warmte. Bevorderende
factoren zijn: overmatige transpiratie, incontinentie, onvoldoende hygiëne, obesitas en strak zittende
kleren. Een secundaire infectie met bacteriën of een schimmel kan de intertrigo verergeren (Drajier
& Folmer, 2007). Mevrouw D heeft obesitas en is incontinent. Dit zijn twee factoren die de
smetplekken bij mevrouw verergerd of ze sneller laat ontstaan. Daarbij heeft mevrouw in de
Naam: xxxxx
Studentnummer:xxxxx
Docent: xxxxx
Werkbegeleider: xxxxx
Cursus: GVE-2 PL2-17
Inleverdatum: 20-06-2022
Aantal woorden: 5677
,Inhoudsopgave
Klinisch redeneren en onderzoekend vermogen............................................................................................. 3
Casusbeschrijving.................................................................................................................................................3
Anamnese.............................................................................................................................................................3
Lichamelijk.......................................................................................................................................................3
Psychisch..........................................................................................................................................................4
Sociaal..............................................................................................................................................................4
Spiritueel..........................................................................................................................................................4
Functioneel......................................................................................................................................................5
Diagnostiek...........................................................................................................................................................6
Anatomie en functies.......................................................................................................................................6
Externe en persoonlijke factoren....................................................................................................................7
Activiteiten en participatie..............................................................................................................................8
Verpleegkundige diagnoses...........................................................................................................................10
Resultaat............................................................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 1............................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 2............................................................................................................................10
Verpleegkundig resultaat 3............................................................................................................................10
Interventies.........................................................................................................................................................10
Verpleegkundige diagnose 1.........................................................................................................................10
Verpleegkundige diagnose 2.........................................................................................................................11
Verpleegkundige diagnose 3.........................................................................................................................11
Evaluatie.............................................................................................................................................................13
Literatuur............................................................................................................................................................15
Bijlage 1 ingevulde SF-12.............................................................................................................................. 18
Bijlage 2 feedbackformulier......................................................................................................................... 20
Bijlage 3 3IQ-test......................................................................................................................................... 22
Bijlage 4 Minnesota vragenlijst.................................................................................................................... 24
Bijlage 5 Mini-Mental State Examination...................................................................................................... 25
Bijlage 6 Barthel Index................................................................................................................................. 27
, Klinisch redeneren en onderzoekend vermogen
Casusbeschrijving
Mevrouw D is geboren op 11-08-1928. Mevrouw heeft artrose, osteoporose en obesitas waardoor de
zelfredzaamheid is verminderd. Ze redt zich niet alleen tijdens de adl. Mevrouw heeft
stressincontinentie, daarvoor draagt ze netbroekjes met inlegger. Dit geeft irritaties bij de billen en
labia, daarbij is mevrouw gevoelig voor smetplekken.
Mevrouw heeft hartfalen, daarvoor wordt mevrouw elke dag gewogen. Om te kijken naar het
gewichtsverschil. Bij een verschil groter dan twee kilo tussen twee dagen moet de arts worden
gecontacteerd.
Mevrouw heeft goed contact met haar drie kinderen en zeven kleinkinderen, hierdoor komt
mevrouw vooral buiten. Ze gaat namelijk niet veel alleen op stap. Mevrouw gaat nog wel elke
maandag zwemmen en heeft geregeld uitstapjes met de zonnebloem.
Mevrouw woont nog op zichzelf in een gelijkvloerse woning. Haar woning is aangepast om het leven
in het huis gemakkelijker te maken, zoals: douchestoel, douchebeugels, deur die open gaat met de
afstandsbediening en trippel stoel.
Anamnese
Voor de anamnese is er gebruik gemaakt van het anamnese formulier waar de thuiszorgorganisatie
Allerzorg gebruik van maakt. Hierdoor wordt er een duidelijk beeld geschetst van mevrouw haar
ziektebeeld, sociale leven en instelling. Dit wordt aan de hand van de vijf gebieden van het
holistische beeld wordt dit beschreven: lichamelijke, psychisch, sociaal, spiritueel en functioneel.
Lichamelijk
Mevrouw D is 1,45 meter lang met een gewicht van 67 kilo. Dit betekend dat mevrouw obesitas
heeft. Voor het vaststellen van obesitas gebruiken we het screeningsinstrument de body mass index.
De body mass index berekenen we volgens het voedingscentrum als volgt. Door het gewicht in kilo’s
te delen door de lichaamslengte in meters in het kwadraat. Dus bij mevrouw krijg je als volgt; 67,0:
1,45^2 = 31,9 k/m^2 Bij een body mass index hoger dan 30 kg/m^2 spreken we van obesitas. Hier
valt mevrouw in (voedingscentrum, z.d.).
Mevrouw heeft stressincontinentie, dat is het onwillekeurig verliezen van urine tijdens hoesten,
niezen of andere lichamelijke activiteiten die de intra-abdominale druk verhogen. De meest
voorkomende oorzaak is hypermobiliteit van de urethra en blaashals als gevolg van een zwakke
bekkenbodem. Dit kan zijn ontstaan na een vaginale bevalling of een daling van de
oestrogeenspiegel. Bij mevrouw D is de stressincontinentie ontstaan na de bevalling van haar drie
kinderen (Lagro-Janssen & Teunissen, 2009).
Voor het meten van incontinentie maken we gebruik van de 3IQ. De 3IQ staat voor 3 Incontinence
Questions. Het is een korte vragenlijst die onderscheid maakt welk soort incontinentie mevrouw
heeft. In bijlage 3 is de vragenlijst toegevoegd. Bij vraag drie koos mevrouw antwoord één wat als
uitkomst het volgende gaf; het vaakst bij fysieke activiteit ➞stress of dominante SUI. Dit duidt erop
dat mevrouw stressincontinentie heeft (Meetinstrumenten in de zorg, 2017).
Mevrouw is gevoelig voor smetplekken, ook intertrigo genoemd. Intertrigo wordt
hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door een combinatie van wrijving, vocht en warmte. Bevorderende
factoren zijn: overmatige transpiratie, incontinentie, onvoldoende hygiëne, obesitas en strak zittende
kleren. Een secundaire infectie met bacteriën of een schimmel kan de intertrigo verergeren (Drajier
& Folmer, 2007). Mevrouw D heeft obesitas en is incontinent. Dit zijn twee factoren die de
smetplekken bij mevrouw verergerd of ze sneller laat ontstaan. Daarbij heeft mevrouw in de