Nieren
Samenstelling en verdeling lichaamswater
Algemeen
Nieren zorgen voor regulatie van waterhuishouding in lichaam, 70%
water in menselijk lichaam
1. Extracellulaire vloeistoffen: samenstelling gelijkaardig aan
zeewater met vnl NaCl
Interstitieel compartiment: tussen cellen
Plasmacompartiment
Trans cellulair compartiment: water dat gevangen zit
2. Intracellulaire vochten: rijk aan KCl, constant gehouden met actieve pompen in celmembraan (Na +/K+-ATPase
pomp)
Overgang van water tussen verschillende compartimenten: gemedieerd door krachten en evenwichten:
- Osmotische, oncotische krachten (colloïd osmotische druk (COP) van bloedplasma)
- Hydraulische krachten
- Aanwezigheid van actieve pompen: water en/of elektrolyten actief van één compartiment naar ander
Samenstellig extracellulair plasmacompartiment: constant gehouden door
nieren, met voornaamste factor plasma osmolariteit, dat bepaald is door NaCl
Inname zout waterretentie thv nier en stimuleert dorstgevoel door
activatie antidiuretisch hormoon (ADH)
Excess zout geëxcreteerd door nier via activatie van artial natriuretic peptide
(ANP) en inhibitie RAAS
Stabiliteit osmotische krachten: door regulatie zout, water volgt wegen
uitgezet door zoutbalans water = secundair fenomeen
Dagelijks 180L primaire urine gevormd thv glomeruli, primaire urine passief
geabsorbeerd thv proximale tubuli, afdalende tak van lis van Henle, water volgt actief gereabsorbeerde elementen
oiv osmotische krachten
Opstijgende tak van lis van Henle en distale tubuli: impermeabel voor water om reabsorptie te voorkomen
Thv verzamelbuisjes (ducti colligentes): reabsorptie sterk variabel, fijnregeling diurese (via antidiuretisch hormoon)
600mosmolen afvalstoffen excretie/dag via urine
Bij normale diurese: 1,5L/dag 400 m0sm/L urine
Bij maximale diurese: 20L/dag 30 m0sm/L urine, bij minimale diurese: 0,5L/dag 1200 m0sm/L urine
Grote verschillen door mogelijkheid tot verdunnen of concentreren urine door nier
Cortico-medullaire osmotisch gradiënt en ADH belangrijk in verdunnen of concenteren van urine
Cortico-medullair gradiënt
In peritubulaire tussencelruimte: progressieve stijging osmolariteit van cortex (300 m0sm/L) naar papil (1200
m0sm/L), ontstaan gradiënt door eigenschappen nefron:
- Actieve reabsorptie van elektrolyten
- Ondoorlaatbaarheid van wand van stijgende tak van lis van Henle voor water Na+, K+, CL—ionen
gereabsorbeerd zonder watermoleculen
- Lusvormige structuur van nefronen: zorgt voor tegenstroommechanisme
Stijgende tak van lis van Henle = stijgende deel buis: weinig doorlaatbaar voor water maar verwijdert elektrolyten uit
urine via actieve transportmechanismen thv distale tubulus urine met osmolariteit: 100 m0sm/L (sterk verdund
tegenover plasma)
Peritubulair weefsel = dalende gedeelte buis
1
Samenstelling en verdeling lichaamswater
Algemeen
Nieren zorgen voor regulatie van waterhuishouding in lichaam, 70%
water in menselijk lichaam
1. Extracellulaire vloeistoffen: samenstelling gelijkaardig aan
zeewater met vnl NaCl
Interstitieel compartiment: tussen cellen
Plasmacompartiment
Trans cellulair compartiment: water dat gevangen zit
2. Intracellulaire vochten: rijk aan KCl, constant gehouden met actieve pompen in celmembraan (Na +/K+-ATPase
pomp)
Overgang van water tussen verschillende compartimenten: gemedieerd door krachten en evenwichten:
- Osmotische, oncotische krachten (colloïd osmotische druk (COP) van bloedplasma)
- Hydraulische krachten
- Aanwezigheid van actieve pompen: water en/of elektrolyten actief van één compartiment naar ander
Samenstellig extracellulair plasmacompartiment: constant gehouden door
nieren, met voornaamste factor plasma osmolariteit, dat bepaald is door NaCl
Inname zout waterretentie thv nier en stimuleert dorstgevoel door
activatie antidiuretisch hormoon (ADH)
Excess zout geëxcreteerd door nier via activatie van artial natriuretic peptide
(ANP) en inhibitie RAAS
Stabiliteit osmotische krachten: door regulatie zout, water volgt wegen
uitgezet door zoutbalans water = secundair fenomeen
Dagelijks 180L primaire urine gevormd thv glomeruli, primaire urine passief
geabsorbeerd thv proximale tubuli, afdalende tak van lis van Henle, water volgt actief gereabsorbeerde elementen
oiv osmotische krachten
Opstijgende tak van lis van Henle en distale tubuli: impermeabel voor water om reabsorptie te voorkomen
Thv verzamelbuisjes (ducti colligentes): reabsorptie sterk variabel, fijnregeling diurese (via antidiuretisch hormoon)
600mosmolen afvalstoffen excretie/dag via urine
Bij normale diurese: 1,5L/dag 400 m0sm/L urine
Bij maximale diurese: 20L/dag 30 m0sm/L urine, bij minimale diurese: 0,5L/dag 1200 m0sm/L urine
Grote verschillen door mogelijkheid tot verdunnen of concentreren urine door nier
Cortico-medullaire osmotisch gradiënt en ADH belangrijk in verdunnen of concenteren van urine
Cortico-medullair gradiënt
In peritubulaire tussencelruimte: progressieve stijging osmolariteit van cortex (300 m0sm/L) naar papil (1200
m0sm/L), ontstaan gradiënt door eigenschappen nefron:
- Actieve reabsorptie van elektrolyten
- Ondoorlaatbaarheid van wand van stijgende tak van lis van Henle voor water Na+, K+, CL—ionen
gereabsorbeerd zonder watermoleculen
- Lusvormige structuur van nefronen: zorgt voor tegenstroommechanisme
Stijgende tak van lis van Henle = stijgende deel buis: weinig doorlaatbaar voor water maar verwijdert elektrolyten uit
urine via actieve transportmechanismen thv distale tubulus urine met osmolariteit: 100 m0sm/L (sterk verdund
tegenover plasma)
Peritubulair weefsel = dalende gedeelte buis
1