ZSA De epidemiologie en
diagnostiek van nierfalen
- Bij patiënten met een verminderde nierfunctie of verhoogde albuminurie is vervolgdiagnostiek
nodig om de diagnose chronische nierschade te bevestigen en om uit te sluiten dat de uitslag
het gevolg is van acute nierschade of verstorende factoren.
- Onder chronische nierschade wordt verstaan: verlaagd eGFR en/of verhoogde albuminurie en/
of speci eke sedimentafwijkingen die gedurende ten minste 3 maanden aanwezig zijn.
- Patiënten met chronische nierschade hebben een verhoogd risico op:
◦ hart- en vaatziekten (vergelijkbaar met patiënten met diabetes mellitus) en
◦ eindstadium nierfalen
• De standaard bevat het advies om bij alle patiënten met een eGFR < 60 ml/min/1,73 m2:
◦ de medicatiebewaking in het HIS te activeren
◦ de actuele eGFR door te geven aan de apotheker
◦ de dosering van bekende en nieuwe medicatie zo nodig aan te passen
• Bij patiënten met chronische nierschade gaat veel aandacht naar de behandeling van
hypertensie. Bij een indicatie voor bloeddrukverlagende behandeling hebben RAS-remmers
bij patiënten met chronische nierschade en verhoogde albuminurie de voorkeur.
- 12% Nederlandsers chronische nierschade
- Oorzaken nierschade:
- Auto-immuun zoals glomerulonefritis, vasculitis en interstitieel nefritis
- Diabetes type I of II
- Hypertensie
- Atherosclerotisch vaatlijden
- (Zeldzaam) erfelijke nierziekten
fi
diagnostiek van nierfalen
- Bij patiënten met een verminderde nierfunctie of verhoogde albuminurie is vervolgdiagnostiek
nodig om de diagnose chronische nierschade te bevestigen en om uit te sluiten dat de uitslag
het gevolg is van acute nierschade of verstorende factoren.
- Onder chronische nierschade wordt verstaan: verlaagd eGFR en/of verhoogde albuminurie en/
of speci eke sedimentafwijkingen die gedurende ten minste 3 maanden aanwezig zijn.
- Patiënten met chronische nierschade hebben een verhoogd risico op:
◦ hart- en vaatziekten (vergelijkbaar met patiënten met diabetes mellitus) en
◦ eindstadium nierfalen
• De standaard bevat het advies om bij alle patiënten met een eGFR < 60 ml/min/1,73 m2:
◦ de medicatiebewaking in het HIS te activeren
◦ de actuele eGFR door te geven aan de apotheker
◦ de dosering van bekende en nieuwe medicatie zo nodig aan te passen
• Bij patiënten met chronische nierschade gaat veel aandacht naar de behandeling van
hypertensie. Bij een indicatie voor bloeddrukverlagende behandeling hebben RAS-remmers
bij patiënten met chronische nierschade en verhoogde albuminurie de voorkeur.
- 12% Nederlandsers chronische nierschade
- Oorzaken nierschade:
- Auto-immuun zoals glomerulonefritis, vasculitis en interstitieel nefritis
- Diabetes type I of II
- Hypertensie
- Atherosclerotisch vaatlijden
- (Zeldzaam) erfelijke nierziekten
fi