Baringsdynamiek
Het bekken verandert en beweegt
Bewegingen met kleine amplitude
Het bekken schommelt op de femurkop
Het bekken kan in schommelbeweging gebracht worden.
Wervelkolom, knieën, enkels zullen zich hieraan aanpassen.
Het bekken kan bewegen van anteversie retroversie lateroversie
Dit kan ook gecombineerd worden door circulaire bewegingen
Effect: de grootte van het bekken veranderen. Bekkenuitgang gaan we vergroten en stand van
voorliggend deel laten aansluiten aan vorm van het bekken.
Anteversie: foetale hoofd verplaatst zich naar voor binnen bekkeningang
Foetale hoofd komt los van promontorium.
Lateroversie: tuimelt het hoofd in richting vna linea innominata
Foetale hoofd zal zich draaien en beter oriënteren in het bekken
Retroversie: foetale hoofd verplaatst zich naar achter binnen de bekkeningang
Bevordert de verdere indaling
Bij combinatie van de bewegingen: het foetale hoofd valt afwisselend tegen elk bot van het
bekken, snel en gevarieerd
De indaling verloopt hierdoor beter
Het bekken beweegt zijwaarts
, = de heupen kunnen ook bewegen zonder het bekken in transitie te brengen. De heupen bewegen
van links naar rechts en van voor naar achter (cirkels)
Het bekken en abdomen komen losser van elkaar
Effect: de grootte van het bekken wordt niet beïnvloed.
Door het bekken te bewegen zal het hoofd een beetje gaan indalen, maar heel minimaal.
Maar ze hebben toch hun nut!
Het bekken blijft niet statisch in 1 positie, dus de indaling zal toch een beetje bevordert
worden.
Bewegingen met grote amplitude
Schommelen met grote amplitude
= de bewegingen zijn hetzelfde als schommelen met de kleine amplitude. Alleen wordt het nu
toegepast op de grote amplitude.
Als de amplitude vergroot, verandert dat het effect in de spanning van de spieren en de
ligamenten van de heupen.
Hierdoor komen de 3 grote beenderen van het bekken in beweging.
Zijwaarts bewegen met grote amplitude
De grote bewegingen van de heupen gaan sneller dan de intrinsieke bewegingen
Hierdoor is het effect ook sterker
Effect:
Abductoren van heup zijn in spanning (door et spreiden van de benen) vergroot
bekkeningang foetale hoofd kan beter indalen.
Het os ischii komt in spanning bevordert de indaling in de laatste fase en de uitdrijving
Spieren van de heup komen in spanning bekkeningang wordt ruimer, start van indaling
verloopt beter
Het bekken verandert en beweegt
Bewegingen met kleine amplitude
Het bekken schommelt op de femurkop
Het bekken kan in schommelbeweging gebracht worden.
Wervelkolom, knieën, enkels zullen zich hieraan aanpassen.
Het bekken kan bewegen van anteversie retroversie lateroversie
Dit kan ook gecombineerd worden door circulaire bewegingen
Effect: de grootte van het bekken veranderen. Bekkenuitgang gaan we vergroten en stand van
voorliggend deel laten aansluiten aan vorm van het bekken.
Anteversie: foetale hoofd verplaatst zich naar voor binnen bekkeningang
Foetale hoofd komt los van promontorium.
Lateroversie: tuimelt het hoofd in richting vna linea innominata
Foetale hoofd zal zich draaien en beter oriënteren in het bekken
Retroversie: foetale hoofd verplaatst zich naar achter binnen de bekkeningang
Bevordert de verdere indaling
Bij combinatie van de bewegingen: het foetale hoofd valt afwisselend tegen elk bot van het
bekken, snel en gevarieerd
De indaling verloopt hierdoor beter
Het bekken beweegt zijwaarts
, = de heupen kunnen ook bewegen zonder het bekken in transitie te brengen. De heupen bewegen
van links naar rechts en van voor naar achter (cirkels)
Het bekken en abdomen komen losser van elkaar
Effect: de grootte van het bekken wordt niet beïnvloed.
Door het bekken te bewegen zal het hoofd een beetje gaan indalen, maar heel minimaal.
Maar ze hebben toch hun nut!
Het bekken blijft niet statisch in 1 positie, dus de indaling zal toch een beetje bevordert
worden.
Bewegingen met grote amplitude
Schommelen met grote amplitude
= de bewegingen zijn hetzelfde als schommelen met de kleine amplitude. Alleen wordt het nu
toegepast op de grote amplitude.
Als de amplitude vergroot, verandert dat het effect in de spanning van de spieren en de
ligamenten van de heupen.
Hierdoor komen de 3 grote beenderen van het bekken in beweging.
Zijwaarts bewegen met grote amplitude
De grote bewegingen van de heupen gaan sneller dan de intrinsieke bewegingen
Hierdoor is het effect ook sterker
Effect:
Abductoren van heup zijn in spanning (door et spreiden van de benen) vergroot
bekkeningang foetale hoofd kan beter indalen.
Het os ischii komt in spanning bevordert de indaling in de laatste fase en de uitdrijving
Spieren van de heup komen in spanning bekkeningang wordt ruimer, start van indaling
verloopt beter