Oefentoets Jaar 3, periode 1
Communicatie
1. Hieronder zie je een kernkwadrant staan, wat is het negatief tegenovergestelde van
de kernkwaliteit?
A) Valkuil
B) Uitdaging
C) Allergie
2. Wat doe je niet tijdens een intakegesprek?
A) Proberen het vertrouwen van de opdrachtgever en betrokkenen te winnen.
B) Stel het krijgen van de opdracht centraal.
C) Laat de opdrachtgever veel aan het woord en luister vooral goed.
D) Het proces bewaken: werk alle agendapunten af en let op de eindtijd.
3. Wat zijn relevante vragen om te stellen tijdens een intakegesprek?
(Meerdere antwoordmogelijkheden)
A) Wat is het probleem?
B) Wat zou ik kunnen doen om het probleem op te lossen?
C) Hoe groot is het probleem?
D) Waarom is het probleem nog niet opgelost?
4. Wat doet de diëtist tijdens het vervolgconsult?
A) Diëtistisch onderzoek
B) Diëtistische diagnose
C) Opstellen behandelplan
D) Behandeldoelen evalueren
5. Wat is een specifiek en meetbaar subdoel?
A) Dit subdoel moet als eerste behaald worden voordat het hoofddoel of een ander
subdoel van de behandeling behaald kan worden.
B) Dit subdoel wordt opgesteld om het hoofddoel op te delen in kleinere stapjes.
C) Dit subdoel wordt opgesteld om het aandeel van de dieetbehandeling bij een
multidisciplinair hoofddoel duidelijk te maken.
D) Dit subdoel wordt opgesteld ter aanvulling op een (globaler) hoofddoel.
6. Gegeven: het subdoel van de dieetbehandeling is: ‘het verlagen van de hoeveelheid
verzadigd vet naar maximaal 10 en% in vier weken.’
Vraag: Wat is een uitvoeringsafspraak die past bij dit subdoel?
A) De 48+ kaas vervangen voor 30+ kaas.
B) De suikerrijke frisdranken vervangen voor light-varianten.
C) Witbrood vervangen voor volkorenbrood.
, Productleer en voedselbereiding
7. Welke soort papil op de tong kan als enige de temperatuur detecteren?
A) Fungiform papillen
B) Foliate papillen
C) Circumvallate papillen
8. Wanneer mag een producent de claim ‘met minder zout’ op zijn product zetten?
A) Als er geen keukenzout is toegevoegd
B) Als het product maximaal 0,12 g natrium (of 0,3 g zout) per 100 g of 100 ml bevat
C) Als het zout is verlaagd, er zit 25% minder zout in in vergelijking met het
oorspronkelijke product
9. Welke drinkvoeding zou je aanraden voor een nierpatiënt die zich in de pre dialyse
fase bevindt?
A) Nepro HP
B) Nutrilon AR
C) FortiCare
D) Nepro LP
10. Stelling: Kalium is wateroplosbaar
A) Waar
B) Niet waar
11. Welke van de volgende voedselallergenen hoeft er volgens de wet Voedselinformatie
(Europese Verordening 1169/2011) niet op het etiket vermeld te worden?
A) Koriander
B) Sesamzaad
C) Selderij
D) Lupine
12. Stelling 1: Nutrilon AR is op basis van johannesbroodpitmeel en dikt daardoor in in de
fles.
Stelling 2: Enfamil AR is op basis van rijstemeel en dikt daardoor in in de fles.
A) Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B) Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
C) Beide stellingen zijn juist
D) Beide stellingen zijn onjuist
Communicatie
1. Hieronder zie je een kernkwadrant staan, wat is het negatief tegenovergestelde van
de kernkwaliteit?
A) Valkuil
B) Uitdaging
C) Allergie
2. Wat doe je niet tijdens een intakegesprek?
A) Proberen het vertrouwen van de opdrachtgever en betrokkenen te winnen.
B) Stel het krijgen van de opdracht centraal.
C) Laat de opdrachtgever veel aan het woord en luister vooral goed.
D) Het proces bewaken: werk alle agendapunten af en let op de eindtijd.
3. Wat zijn relevante vragen om te stellen tijdens een intakegesprek?
(Meerdere antwoordmogelijkheden)
A) Wat is het probleem?
B) Wat zou ik kunnen doen om het probleem op te lossen?
C) Hoe groot is het probleem?
D) Waarom is het probleem nog niet opgelost?
4. Wat doet de diëtist tijdens het vervolgconsult?
A) Diëtistisch onderzoek
B) Diëtistische diagnose
C) Opstellen behandelplan
D) Behandeldoelen evalueren
5. Wat is een specifiek en meetbaar subdoel?
A) Dit subdoel moet als eerste behaald worden voordat het hoofddoel of een ander
subdoel van de behandeling behaald kan worden.
B) Dit subdoel wordt opgesteld om het hoofddoel op te delen in kleinere stapjes.
C) Dit subdoel wordt opgesteld om het aandeel van de dieetbehandeling bij een
multidisciplinair hoofddoel duidelijk te maken.
D) Dit subdoel wordt opgesteld ter aanvulling op een (globaler) hoofddoel.
6. Gegeven: het subdoel van de dieetbehandeling is: ‘het verlagen van de hoeveelheid
verzadigd vet naar maximaal 10 en% in vier weken.’
Vraag: Wat is een uitvoeringsafspraak die past bij dit subdoel?
A) De 48+ kaas vervangen voor 30+ kaas.
B) De suikerrijke frisdranken vervangen voor light-varianten.
C) Witbrood vervangen voor volkorenbrood.
, Productleer en voedselbereiding
7. Welke soort papil op de tong kan als enige de temperatuur detecteren?
A) Fungiform papillen
B) Foliate papillen
C) Circumvallate papillen
8. Wanneer mag een producent de claim ‘met minder zout’ op zijn product zetten?
A) Als er geen keukenzout is toegevoegd
B) Als het product maximaal 0,12 g natrium (of 0,3 g zout) per 100 g of 100 ml bevat
C) Als het zout is verlaagd, er zit 25% minder zout in in vergelijking met het
oorspronkelijke product
9. Welke drinkvoeding zou je aanraden voor een nierpatiënt die zich in de pre dialyse
fase bevindt?
A) Nepro HP
B) Nutrilon AR
C) FortiCare
D) Nepro LP
10. Stelling: Kalium is wateroplosbaar
A) Waar
B) Niet waar
11. Welke van de volgende voedselallergenen hoeft er volgens de wet Voedselinformatie
(Europese Verordening 1169/2011) niet op het etiket vermeld te worden?
A) Koriander
B) Sesamzaad
C) Selderij
D) Lupine
12. Stelling 1: Nutrilon AR is op basis van johannesbroodpitmeel en dikt daardoor in in de
fles.
Stelling 2: Enfamil AR is op basis van rijstemeel en dikt daardoor in in de fles.
A) Stelling 1 is juist, stelling 2 is onjuist
B) Stelling 1 is onjuist, stelling 2 is juist
C) Beide stellingen zijn juist
D) Beide stellingen zijn onjuist