§12.1 Lewisstructuren
Octetregel: Atomen willen 8 elektronen hebben in hun buitenste schil.
Edelgasconfiguratie:
Covalentie: Bv covalentie van zuurstof is 2 —> Covalentie is het aantal atoombindingen dat
een atoom kan maken. zuurstof heeft 2 atoombindingen nodig om 8 elektronen in zijn
buitenste schil te hebben.
*Als je in een structuurformule van een molecuul alle valentie-elektronen tekent => krijg je
lewisstructuur.
Lewisstructuur opstellen:
1. Hoeveel elektronen heeft die? (In zijn buitenste schil)
2. Hoeveel wilt die? (Meeste willen 8 elektronen, maar Waterstof wilt 2 —> hij wilt
hetzelfde zijn als Helium)
3. Hoeveel gaan we delen? Hoeveel zijn vrij?
Delen: wat ze willen - wat ze hebben
Vrij: wat ze gaan delen - wat ze hebben
4. Tekenen
*Uitgebreid octet: Als het aantal omringende elektronen groter is dan 8 bij een atoom.
*Radicaal:
- Deeltje waarbij niet alle elektronen in paren voorkomen
- Voldoet niet aan octetregel
- Reageert snel met andere (erg reactief)
B.v
*Ion: Vanaf stap 1 rekening houden met de lading.
1
, §12.2 VSEPR-Theorie
*Polaire binding:
- Treedt op bij verschil in aantrekkingskracht op elektronen kracht
- deltaEN is een maat voor deze aantrekkingskracht
HOE GROTER HET VERSCHIL ELEKTRONENNEGATIVITEIT, HOE DICHTER HET
ELEKTRONENPAAR VERSCHUIFT NAAR HET ATOOM MET DE HOOGSTE
ELEKTRONENNEGATIVITEIT.
*Vanderwaalsbinding:
- Bij de binding ontstaat de vanderwaalskracht. Deze neemt toe bij een hogere
molecuulmassa.
*Waterstofbruggen:
- Tussen moleculen met OH- en/of NH-groepen ontstaat er na vanderwaalsbinding ook
een andere binding —> Waterstofbruggen. Zijn goed oplosbaar in water.
- OH- en NH-groepen= Sterk polaire atoombinding.
*Ruimtelijke bouw:
- Je gebruikt de lewisstructuur => Zowel bindende als vrije elektronenpaar elkaar
afstoten en dus zo ver mogelijk van elkaar af zitten.
- Met de VSEPR-methode voorspel je de bouw van een molecuul door het
omringingsgetal (OR) van het centrale atoom te bepalen.
2
Octetregel: Atomen willen 8 elektronen hebben in hun buitenste schil.
Edelgasconfiguratie:
Covalentie: Bv covalentie van zuurstof is 2 —> Covalentie is het aantal atoombindingen dat
een atoom kan maken. zuurstof heeft 2 atoombindingen nodig om 8 elektronen in zijn
buitenste schil te hebben.
*Als je in een structuurformule van een molecuul alle valentie-elektronen tekent => krijg je
lewisstructuur.
Lewisstructuur opstellen:
1. Hoeveel elektronen heeft die? (In zijn buitenste schil)
2. Hoeveel wilt die? (Meeste willen 8 elektronen, maar Waterstof wilt 2 —> hij wilt
hetzelfde zijn als Helium)
3. Hoeveel gaan we delen? Hoeveel zijn vrij?
Delen: wat ze willen - wat ze hebben
Vrij: wat ze gaan delen - wat ze hebben
4. Tekenen
*Uitgebreid octet: Als het aantal omringende elektronen groter is dan 8 bij een atoom.
*Radicaal:
- Deeltje waarbij niet alle elektronen in paren voorkomen
- Voldoet niet aan octetregel
- Reageert snel met andere (erg reactief)
B.v
*Ion: Vanaf stap 1 rekening houden met de lading.
1
, §12.2 VSEPR-Theorie
*Polaire binding:
- Treedt op bij verschil in aantrekkingskracht op elektronen kracht
- deltaEN is een maat voor deze aantrekkingskracht
HOE GROTER HET VERSCHIL ELEKTRONENNEGATIVITEIT, HOE DICHTER HET
ELEKTRONENPAAR VERSCHUIFT NAAR HET ATOOM MET DE HOOGSTE
ELEKTRONENNEGATIVITEIT.
*Vanderwaalsbinding:
- Bij de binding ontstaat de vanderwaalskracht. Deze neemt toe bij een hogere
molecuulmassa.
*Waterstofbruggen:
- Tussen moleculen met OH- en/of NH-groepen ontstaat er na vanderwaalsbinding ook
een andere binding —> Waterstofbruggen. Zijn goed oplosbaar in water.
- OH- en NH-groepen= Sterk polaire atoombinding.
*Ruimtelijke bouw:
- Je gebruikt de lewisstructuur => Zowel bindende als vrije elektronenpaar elkaar
afstoten en dus zo ver mogelijk van elkaar af zitten.
- Met de VSEPR-methode voorspel je de bouw van een molecuul door het
omringingsgetal (OR) van het centrale atoom te bepalen.
2