Sociale zekerheidsrecht begrepen
Hoofdstuk 1 t/m 8, 8e druk
MARISKA COPPES
Inhoud
Hoofdstuk 1 - Inleiding ........................................................................................................................... 2
Hoofdstuk 2 - Kinderen ........................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 3 - Zorg .................................................................................................................................. 5
Zorgverzekeringswet (Zvw) ................................................................................................................ 5
Wet langdurige zorg (Wlz) .................................................................................................................. 5
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (WMO 2015) ................................................................ 6
Jeugdwet (JW) ..................................................................................................................................... 8
Hoofdstuk 4 - Arbeidsongeschiktheid .................................................................................................. 10
Ziektewet (ZW) ................................................................................................................................. 12
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ............................................................. 13
Wet Wajong - vanaf 2015 ................................................................................................................. 16
Wet Wajong - tot 2015 ..................................................................................................................... 17
Toeslagenwet .................................................................................................................................... 17
Hoofdstuk 5 – Werkloosheid ................................................................................................................ 18
Werkloosheidswet ............................................................................................................................ 18
Toeslagenwet .................................................................................................................................... 21
IOAW en IOW .................................................................................................................................... 21
Hoofdstuk 6 – Bijstand ......................................................................................................................... 22
Participatiewet.................................................................................................................................. 22
Algemene bijstand ............................................................................................................................ 23
Aanvullende inkomensondersteuning ............................................................................................. 23
Bijzondere bijstand ............................................................................................................... 23
Individuele inkomenstoeslag ............................................................................................... 23
Individuele studietoeslag ..................................................................................................... 23
Hoofdstuk 7 – Ouderdom ..................................................................................................................... 26
Algemene Ouderdomswet (AOW) ................................................................................................... 26
Hoofdstuk 8 - Overlijden ...................................................................................................................... 28
Algemene nabestaandenwet ........................................................................................................... 28
1. Nabestaandenuitkering, art 1 en 3 Anw .................................................................................. 28
2. Wezenuitkering, art. 26 Anw.................................................................................................... 29
,Hoofdstuk 1 - Inleiding
Onderscheid tussen:
- Werknemersverzekering
o Verplichte verzekering
o Vallen de WW, WAO en ZW
o Mensen die werken, zijn verplicht verzekerd
o Werknemers en/of werkgevers betalen de premie
o Uitvoering gaat via UWV
o Hoogte van uitkering afgeleid van dagloon
o Uitkering is in duur beperkt en afhankelijk van arbeidsverleden
- Volksverzekering
o Verplichte verzekering
o AOW, Wlz, Anw, Zvw
o Alle ingezetenen zijn van rechtswege verzekerd
o Betaalt door iedereen die inkomstenbelasting betaalt
o Uitvoering gaat via Sociale Verzekeringsbank (AOW, Anw), zorgkantoren
o (Wlz), zorgverzekeraars (Zvw)
o Duur niet afhankelijk van arbeidsverleden, AOW duurt bv tot dood
- Sociale voorzieningen
o Niet verplicht
o Participatiewet, AKW, IOAW, IOW, TW, Wajong, Wmo, zorgtoeslag, Wet kgb
o Rechthebbend iedere Nederlander
o Uitvoering door gemeente en UWV
o Betaalt uit belastingopbrengst
o Hoogte gerelateerd aan minimumloon en leefsituatie
o Duur is beperkt, zolang het inkomen onder sociale minimum ligt
Er is een driedeling omdat er onderscheid wordt gemaakt over:
- Wie er verzekerd is
- Wie er betaalt
- Waar moet de uitkering aangevraagd worden
- Wat zijn de voorwaarden
, Hoofdstuk 2 - Kinderen
Kinderbijslag krijgen ouders voor opvoeding van kinderen en voor ontplooiing van kinderen.
Hoogte AKW (algemene kinderbijslagwet) is inkomensonafhankelijk en wordt betaald uit
Belastingopbrengst = sociale voorziening.
Kind gebonden budget is voor ouders met weinig geld. Is dus wel afhankelijk van het
inkomen. Wordt uitgekeerd door belastingdienst.
Wie is verzekerd voor AKW: art. 6 AKW
- Iemand die ingezetene is. Definitie: art. 2 AKW
Voor welke kinderen: art. 4 j. art. 11 AKW
- Eigen kind
- Aangehuwd (stief) kind
- Pleegkind
Thuiswondende kinderen tot 18 jaar: art. 7 lid 1 AKW
a. Een kind tot 18 heeft recht op bijslag als dat kind tot huishouden behoort of
b. Door hem wordt onderhouden.
Kind is uitwonend als het minder dan 4 nachten thuis is
Uitwonende kinderen tot 18 jaar: art. 7 lid 1 AKW
- Recht op bijslag als de verzekerde aan onderhoudseis voldoet
Onderhoudsbeginsel
- Recht op kinderbijslag bestaat alleen als het kind wordt onderhouden
o Voor thuiswonende kinderen wordt aangenomen dat ze worden onderhouden
o Voor niet-thuiswonende kinderen geldt een onderhoudseis van € 440 per kwartaal
• Zie art. 5 Besluit uitvoering kinderbijslag (BUK)
Kinderen 16 of 17 jaar: art. 7 lid 2 AKW
- Voor een kind van 16 of 17 jaar recht op kinderbijslag
o Als het kind onderwijs volgt (zonder recht op stufi)
Of
o Als het een startkwalificatie heeft behaald (diploma havo, vwo etc.)
Eigen inkomsten kind
- 0 tot 16 jaar thuiswonend en uitwonend: inkomsten niet van belang
- 16 en 17 jaar thuiswonend en uitwonend
o Vanaf 1 januari 2020 mag een kind onbeperkt bijverdienen
Zie art. 7 lid 5 AKW is vervallen
Dubbele kinderbijslag
- Art. 7 lid 6 : een kind wordt voor twee kinderen geteld indien het door de verzekerde wordt
onderhouden (= 1167 euro per kwartaal, art. 6 BUK) en niet tot het huishouden van de
aanvrager behoort:
a. I.v.m. ziekte of gebreken of
b. Het volgen van onderwijs
- Art 7a lid 1: in geval van intensieve zorg bij thuiswonend kind
o Daarnaast extra bedrag aan kinderbijslag, lid 2 AKW