Dit document bevat de uitwerkingen van een bonusopdracht van het vak Strafrecht 1. Deze
bonusopdracht is beoordeeld met een 10. Het geeft je een beeld hoe uitvoerig je de antwoorden op de
vragen moet motiveren om de volledige punten te behalen.
Vraag 1
Er is geen reden om aan te nemen dat de formele vragen (art. 348 Sv) in casu voor problemen zorgen.
Daarom kijken we gelijk naar de materiële vragen (art. 350 Sv).
1. Kan het tenlastegelegde feit worden bewezen? Het tenlastegelegde feit is een poging tot
diefstal met geweld (art. 312 lid 1 Sr jo. art. 45 Sr). Allereerst moet worden bekeken of sprake
is van een poging.
a. Is er sprake van een misdrijf? Ja, art. 312 Sr bevindt zich in het tweede boek van het
Wetboek van Strafrecht ‘Misdrijven’ en is dus een misdrijf.
b. Is er sprake van een begin van uitvoering? Het Cito-criterium luidt: Gedragingen zijn
als een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf aan te merken ‘als zij naar
haar uiterlijk verschijningsvorm moeten worden beschouwd als te zijn gericht op de
voltooiing van het misdrijf’. Uit de casus volgt dat Ali Chakir bespringt, hem in een
armklem houdt en roept dat hij zijn draak terug wil. Naar uiterlijke verschijningsvorm
lijkt het er derhalve op dat hij met geweld de draak wil stelen.
Ali zegt: ‘Hoe had ik ooit iets kunnen stelen, wat niet aanwezig is?’ Het bestanddeel ‘diefstal’
is in casu niet vervuld; het is voor Ali onmogelijk om de draak te stelen, want de draak
bevindt zich niet meer in het huis van Chakir. Er is dus sprake van een relatief ondeugdelijke
poging. Dit is wel strafbaar.
Conclusie: Er is sprake van een poging tot diefstal met geweld (art. 312 lid 1 Sr jo. art. 45 Sr).
Het tenlastegelegde feit kan dus worden bewezen.