Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Hoofdlijnen Nederlands Recht - alles

Rating
-
Sold
-
Pages
25
Uploaded on
21-11-2022
Written in
2022/2023

Dit is een samenvatting van de theorie van publiek- en privaatrecht.

Institution
Course

Content preview

Hoofdlijnen Nederlands Recht samenvatting

Privaatrecht:

H1)

4 functies van het recht:
 Normatieve functie (gedragsregels iedereen vindt.)
 Geschil oplossende functie (Om eigenrichting te voorkomen.)
 Additionele functie
Als partijen vergeten zijn afspraken te maken, geeft het recht aan welke regel geldt.
 Instrumentele functie
Praktische zaken worden via het recht geregeld, je kan het niet aan de mensen zelf overlaten
(verkeersregels bijv.)
Rechtsbronnen = waar je het recht kunt vinden.

4 rechtsbronnen:
 De wet
 Het verdrag
 De jurisprudentie -> publiekrecht
 De gewoonte -> publiekrecht

De wet:
Privaatrecht = ook wel civiele recht of burgerlijk recht.




(BW 1) (BW 3,5 en 6) (BW 2)
(paar losse wetten) (paar losse wetten)

Personen- en familie recht = regelt zaken als geboorte, huwelijk, geregistreerd partnerschap, adoptie
Vermogensrecht = hieronder vallen alle op geld waardeerbare handelingen tussen burgers onderling
waaraan juridische gevolgen gebonden zijn.
Ondernemingsrecht = regelt alles wat ondernemingen en bedrijven betreft. Bijv. handelsregisterwet.
Burgerlijk procesrecht = de regels rond privaatrechtelijke juridische procedures.
 Procederen = een beslissing aan de rechter vragen naar aanleiding van geschil
Boek 9 van het BW zou over dingen als octrooirecht en auteursrecht gaan maar vanwege
internationalisering niet ingevoerd.*
De staat heeft op het terrein van het Sr via het OM een monopolie positie, het alleenrecht sancties
op te leggen.

Grondwet:
Organieke wetten = wetten die door de grondwet zijn geschreven, b.v.de Gemeentewet, de Kieswet.
Deze wetten worden organiek genoemd omdat zij betrekking hebben op de organen.

Toenemende overheidsbemoeienis maakte van nachtwakersstaat -> een verzorgingsstaat.

,Als overheid juist meer terugtrekt = privatisering en deregulering.




(wetboek van strafrecht) (Grondwet) (algemene wet bestuursrecht)
(wetboek van strafvordering) (Organieke wetten)

Nationale wetgever = wetgever op centraal niveau, de regering en Staten-Generaal.
Staten-Generaal = 1e + 2e Kamer.
Decentrale wetgevers = o.a. provinciaal en gemeentelijk niveau. Treden vooral op het terrein van
bestuursrecht en strafrecht.




Verordeningen worden ook keuren genoemd.
3 Regels voor rangorde tussen wetgevende organen:
 Hogere regels gaan boven lagere regels. (belangrijkste regel van de 3!)
 Bijzondere regels gaan boven algemene regels.
 Jongere regels gaan boven oudere regels.
Wet in formele zin = wet door regering + Staten-Generaal (nationale wetgever).
Wet in materiele zin = algemene burgerbindende rechtsregels.
Het verdrag:
Verdrag = Tussen 2 landen heet bilateraal. Tussen meer dan 2 heet multilateraal verdrag.
 Door toenemende internationalisering worden verdragen steeds belangrijker.
Jurisprudentie:
Vonnis = uitspraak rechtbank.
Arrest = uitspraak van een gerechtshof of de Hoge Raad.

Soms is er een wet waar in iets niet helemaal duidelijk is ‘zonder geldige reden’ -> wat is dan bijv.
zo’n geldige reden? Door uitspraken (jurisprudentie) worden betekenissen aan dit soort stukken
gegeven.
 Een rechter of rechtscollege kan dus ook recht maken (geeft duidelijke uitleg en nieuwe
betekenis aan stukken uit de wet).
De 7 interpretatiemethoden:
 De grammaticale interpretatiemethode
Alledaagse spraakgebruik en woordenboek (letterlijk) wetten waar wordt benoemd wat valt onder
een bepaald woord/ categorie.
 De wetshistorische interpretatiemethode

, de parlementaire stuken raadplegen (parlementaire geschiedenis van de wet).
 De systematische interpretatiemethode
Rechter legt een woord of zinsnede uit aan de hand van een andere wet. Samenhang wetten.
 De teleologische interpretatiemethode
De rechter doet een beroep het doel (Telos) van de wet, (bedoeling wetgever).
 De anticiperende interpretatiemethode
Toekomstig recht. Een rechter beroept zich op een wetsvoorstel (dat bijna zeker een wet zal
worden).
 De rechtsvergelijkende interpretatiemethode
Vergelijking met een buitenlands rechtsstelsel waarin desbetreffende ook is (kan ook intern).
 Overige interpretatiemethoden:
Precedenteninterpretatie = eerdere uitspraken van rechters waarin dat onduidelijke is uitgelegd.
Interpretatie naar redelijkheid en billijkheid (rechtvaardigheid)

Redeneerwijzen = wordt gebruik door rechter naast interpretatiemethoden.
2 bekende manier van redeneren:
- A-contrarioredenering = de rechter gaat ervan uit dat een rechtsregel niet van toepassing is,
omdat die regel uitsluitend geschreven is voor de gevallen die uitdrukkelijk in die regel
genoemd worden.
- Redenering naar analogie = de rechter stelt zich op het standpunt dat een kwestie (dat niet
wettelijk geregeld is), zoveel lijkt op een andere kwestie dat wel geregeld is, dat die ook van
toepassing is op niet-geregelde kwestie. (kopiëren)
 Analogie een rechtsregel uitbreidt, terwijl de a-contrarioredenering dat juist niet doet.
Gewoonte:
Gewoonte kan ook als bron van recht fungeren als het voldoet aan 2 voorwaarden:
De 2 voorwaarde van gewoonterecht:
 Vaste overeenkomstige gedragslijn binnen een groep.
 De groep achten zich moreel verplicht de regel te volgen.

Materieel recht = Wat mag wel en wat mag niet. Welke rechten en plichten heeft men (inhoudelijk).
Formeel recht/ procesrecht = welke regels moet men volgen om het materiele recht uit te voeren.
Bijv. -> hoe moet een agent arresteren?

Dwingend recht = recht waarvan burgers niet mogen afwijken.
(signaalwoorden: moeten, nietigheid en openbare orde/ normatieve functie samenleving)
Aanvullend recht = recht waarvan je altijd kunt afwijken; alleen als beide partijen daarmee akkoord
gaan.
Objectief recht = geldt voor iedereen in de samenleving. Geldende/ positieve recht.
Subjectief recht = geldt alleen voor een individu of bepaalbare groep.
Vb. gevecht tussen mv. tijger slaat mr. walrus in elkaar. Mv. tijger heeft een objectieve rechtsregel
geschonden. Mv. tijger heeft een subjectieve verplichting, namelijk een schadevergoeding voor mr.
walrus.
Rechtspersoon vs. natuurlijkpersoon
Een rechtspersoon is eigendom van iemand (bedrijf), natuurlijkpersoon IS iemand.
 Rechtspersonen en natuurlijke personen samen heetten rechtssubjecten.

NV en BV
- Allebei rechtspersoon

Connected book

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
November 21, 2022
Number of pages
25
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$8.79
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller
Seller avatar
Viviannestef

Get to know the seller

Seller avatar
Viviannestef Hogeschool Windesheim
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
3 year
Number of followers
0
Documents
2
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions