Begeleiden
Week 1
- Waarnemen hoe de patiënt zich gedraagt altijd objectief waarnemen
- Feedback altijd via GEIN (gedrag, effect, ik-vorm, nu)
Week 2
- 70 % is non-verbaal
o Mimiek
o Oogcontact
o Handgebaren
o Knikken
o Open/gesloten houding
o Afstand
o Stemgebruik/intonatie
- Altijd samenvatten wat er gezegd is
- Luisteren: actief, stopwoordjes, vertrouwen
- Vragen:
o Open/gesloten
o Verdiepend
o Verbredend
o Waarom
o Concretiseren (ter verduidelijking)/nuanceren(iets nieuws horen)
- LSD: Luisteren, samenvatten, doorvragen
- Gedragsgericht: Waar zit het, hoe begonnen, coping
- Handelingsgericht: beweging/participatie, werk/ADL, bij welke beweging,
alles nog doen,
sport/privé
- Bewegingsgericht: Sinds wanneer, cijfer 0-10, plotseling of geleidelijk,
wanneer last,
uitstraling, recidiverend, patroon, rust/actief
- Inspectie, fase 1 (belasting), fase 2 (belastbaarheid)
o Motivatie
o Instructie
o Observatie
o Conclusie
- caudaal craniaal
- sagittaal frontaal
- actief, passief, isometrisch
Week 3
- Patiënt bij onderzoek mee laten kijken
- Pijn crepitatie, bewegingsverloop, -uitslag en compensatie
- Bij onderzoek is eigen houding belangrijk
- Naar gezicht van de patiënt kijken
, Week 4
niks
Week 5
Doelen
- lange termijn Gericht op ADL
- korte termijn Gericht om Lange termijndoel te bereiken
- Accent Ligt om het korte termijndoel te bereiken
- 1 oefening kan gebruikt worden voor meerdere doelen
- Duidelijk maken waarvoor de oefening is en waar het accent ligt
- Altijd eerst de bekken in de middenstand krijgen
Week 6
- Een oefening heeft altijd een vast structuur
1. Doelen van de oefening uitleggen
2. Uitvoeren van de oefening
a. Opbouw uitgangshouding
b. Grenzen aan geven
c. Accent van de oefening
3. Evaluatie van de oefening
4. Afsluiting
- Een oefening altijd een aantal keren laten doen. Zodat je elke keer ergens
anders op kan letten en de patiënt door heeft hoe de oefening moet.
- Kijken naar:
o Bewegingsverloop
o Grenzen
o Compensatie gedrag
o Specifieke punten
o Ademhaling
o Spierspanning
- Altijd uitleggen waarvoor de oefening is en waarom hij/zij deze moet doen
Week 8
Voor de vaardigheidstoets
- Zelf de koppeling maken tussen onderzoek en oefening en handgreep
- Voelen: langzaam doen en de spierspanning benoemen
- Als iemand al goed zit in UGH, benoemen wat goed is
- Evaluatievragen: open vragen
Bewegen
Week 1
Bewegingsmogelijkheden cervicale wervelkolom
Sagittale vlak: flexie/extensie – Atlas, C1 – Ja knikken
Frontale vlak: lateroflexie en rotatie
Nee-schudden = Axis, C2