Politicologie –
Communicatiewetenschappen
Hoofdstuk 1 : Wat is politiek?
2. WAT IS POLITIEK?
2.1 Oorsprong :
Oudgrieks : politeia ; alles ivm de polis = de burgerlijke samenleving en het bestuur vd gemeenschap
(polis staat voor de geordende gemeenschap, enkel daar kan de mens tot ontplooiing komen)
2.2 bevolking op een terretorium?:
• Politiek = gebonden aan territorium → iedereen op dat territorium houdt zich ad zelfde regels
• Niet terretorium gebonden verenigingen = katholieke kerk, studentenvereniging
⇨ Verschillen van elkaar
Om aan terretoriaal lidmaatschat te ontsnappen -> vverhuizen naar ander terretorium.
• Interne opdeling v territoria (vb gemeenten, provincies, …) -> engageren samen met
andere staten in internationale verbanden.
• De macht van multi-nationals en de politiek is vaak groter dan van de staten.
2.3 Van nachtwaker naar nanny:
Minimal = staat zorgt voor orde, tucht, bescherming v grenzen en eigendom en neemt een beperkt
aantal ‘verzorgende’ taken op zich -> belastinginning.
Nanny = interventionistische welvaartsstaat die zich op veel ≠ vlakken bezighoudt met de
samenleving. (heden)
⇨ Politieke taken zijn tijd gebonden. Hangt af van “de behoefte aan politiek” binnen
de samenleving.
3. GESCHIEDENIS:
Zie oudgrieks nogmaals.
• De mens kon alleen ontplooien in een polis (geordende samenleving)
• De mens als zoön politicon (burger vd samenleving)
• Idiotés: iemand die de polis niet volgde
Plato:
• Gelooft sterk in het ontwikkelen van eigen vaardigheden en talenten door arbeidsverdeling.
• Iedereen heeft een specifiekeplaats id samenleving, burgers zijn een deel van het
grotere geheel.
• Vrije wil -> ondergeschikt aan staatsbelang
• Leiding ligt bij de klasse van koningen-wijsgeren (geheel onbaatzuchtig, enkel handelen
in belang vd staat)
Aristoteles :
• Mens = politiek dier → pol = hoogste menselijke activiteit die ons onderscheidt v
andere soorten
• Eudaimonia: “De politiek laat mensen volwaardig leven” (enkel vrije mannen en niet enkel
privéleven, vooral de samenleving telt)
• De polis is een politieke en morele gemeenschap
• Politiek = meesterwetenschap ⟶ zoektocht naar goede samenleving.
Machiavelli :
• Il Principe : politiek = techniek vd macht
1
, • Via middelen macht verwerven en behouden
• Wou de katholieke kerk verbannen en Italië weer machtig maken
• Il Principe ⟶ lijst verboden boeken (voor katholieken) tot 1966
• Periode v Machiavelli ⟶ ontstaan staten = Status regis (toestand vd vorst) ⟶ naar loop v tijd
steeds onpersoonlijker ⟶ staat abstractum ⟶ politiek nieuwe betekenis nl. amorele kunst om
staat te beschermen tegen vijanden.
Eind 18e eeuw :
• Franse revolutie ⟶ nieuwe pol stromingen (liberalisme, conservatisme, socialisme)
• Verlichtingsideaal : mens en samenleving knn vervolmaakt worden
• Betrokkenheid uit brede lagen vd bevolking met veel ≠ ideeën
4. INDELINGEN
Essentially Contested Concept
Gallie:
“Verschillende stromingen hebben verschillende opvattingen over pol, MAAR iedereen erkent dat
eigen interpretatie en die v anderen betwist kan worden”. De essentie is een continu onderwerp in
het debat. (vb. kunst, democratie, christelijke traditie,...)
Connolly:
Alle centrale brgippen id pol. zijn wezenlijk betwist(macht, belang, vrijheid, elite, klassenstrijd,
ideologie, ...)
Politiek = containerbegrip, bestaat uit onderdelen die allemaal dubbelzinnig zijn.
⇨ Sleutelbegrippen moeten verduidelijkt worden, als we alle begrippen betwisten is
elk gesprek onmogelijk.
5. RELATIVITEIT VAN INDELINGEN :
Schmitt :
• Letzte Unterscheidung (= pure essentie v pol) : onderscheid tss vriend en vijand = bedoeld
om uiterste graag v intensiteit van verbinding/scheiding ve associatie of dissociatie aan te
geven.
• Politiek ≠ staat, politiek = autoritair
• Fundamenteel onderscheid: pol eigen criteria tov menselijk handelen (morele,
estetische, economische)
• De anthithesis vriend/vijand = onafhankelijk.
⇨ Vriend/vijand = dynamisch criterium met extreme uitersten(jouw vriend of vijand
hoeft niet altijd jouw vriend of vijand te blijven) Vijanden ⟶ oorlog/geweld
⇨ Een wereld zonder kans op strijd/vrede = wereld zonder politiek
• Antagonisme : vernietiging tot 1 overblijft ⟶ negatieve bijklank, positieve functies niet
belangrijk.
Mouffe :
• Democratie ⟶ Nood aan conflict → ruimte v open, tegensprekelijk debat ⟶ radicale democr.
• Agonisme : strijd met respect vd regels ZONDER nood aan vernietiging
⇨ Nood aan ruimte voor verschillen, rivaliteit, conflicten & confrontatie.
• Onderscheid vriend/vijand ⟶ Schmitt
P.31
2
,Easton :
• Schaarste → conflict → nood aan institutie die (im)materiële waarden kan verdelen
id samenleving
Systeemtheorie :
= model gebaseerd op kringloop v input en output
1. Omgeving geeft syst input
2. Gatekeepers selecteren welke input door systeem gaat & welke niet
▪ Stress : gebrek a capaciteit om v input nr output te gaan
▪ Content overload : grote variatie in eisen → ene staat andere id weg : realisatie = onmogelijk
▪ Volume overload : teveel eisen → knn niet allemaal verwerkt worden
o integratie en stabiliteit v politiek systeem = sterk afh vd acceptatie output door samenleving.
Verschillen Schmitt en Easton :
Easton Schmitt
Menselijke Schaarste Gevaar
conditie
Opvatting v pol Individualistisch-eco Veiligheid + integriteit vd staat
Synthese-omschrijving van politiek :
o Sociaal verschijnsel : enkel mogelijk in verhoudingen + interactie
o samenleving ordenen via bindende regels
o gebruik v macht(sposities)
o realisatie v doelen en bescherming v belangen
Conflicten in politiek
• = belangentegenstelling : realisatie v ene partij, staat andere id weg
3
, • ≠ symbiose
Microverklaringen voor conflicten :
= menselijke natuur : emoties, onbegrip en misverstanden
Macroverklaringen voor conflicten :
= versch breuklijnen id samenleving
Schaarste als bron van conflict :
Veel van wat door velen wordt nagestreefd is beperkt aanwezig →
verdelingsvraagstukken Valence issues : zaken die dor bijna iedereen gewenst zijn bv.
jeugdcriminaliteit bestrijden Position issues : omstreden doelen bv. legaliseren van
euthanasie.
Inhoudelijk en handelingsaspect van conflicten :
• = onmisbaar vr conflict
• Interdependentie tov een ander om doel te bereiken
• Hoe groter interdep., hoe groter nood aan pol. wnt grotere kans op conflict
• MAAR ook snellere opl. → alles aan elkaar gekoppeld → iedereen wint bij globale opl
= package deals
Hoofdstuk 2 : de
wetenschap der politiek
INLEIDING :
= heterogene discipline : veel subdisciplines.
DE WETENSCHAPPELIJKE STUDIE VAN POLITIEK
Zijn politieke wetenschappen wetenschap ?
• Verhouding tss polity (vb. staten), politics (vb. machtsuitoefening) en policy (vb. beleid)
• Pol. wet → analyseren, begrijpen en verklaren v pol gebeurtenissen + instellingen
‘covering law’-model :
• Model uit nat. wet.
• Explanandum (wat verklaard moet worden) logisch deduceren uit een explanans
(het verklarende) → universele algemene wetmatigheid
• Voorwaarde : effect v x op y = altijd hetzelfde bij bep. omgevingsfactoren
4
Communicatiewetenschappen
Hoofdstuk 1 : Wat is politiek?
2. WAT IS POLITIEK?
2.1 Oorsprong :
Oudgrieks : politeia ; alles ivm de polis = de burgerlijke samenleving en het bestuur vd gemeenschap
(polis staat voor de geordende gemeenschap, enkel daar kan de mens tot ontplooiing komen)
2.2 bevolking op een terretorium?:
• Politiek = gebonden aan territorium → iedereen op dat territorium houdt zich ad zelfde regels
• Niet terretorium gebonden verenigingen = katholieke kerk, studentenvereniging
⇨ Verschillen van elkaar
Om aan terretoriaal lidmaatschat te ontsnappen -> vverhuizen naar ander terretorium.
• Interne opdeling v territoria (vb gemeenten, provincies, …) -> engageren samen met
andere staten in internationale verbanden.
• De macht van multi-nationals en de politiek is vaak groter dan van de staten.
2.3 Van nachtwaker naar nanny:
Minimal = staat zorgt voor orde, tucht, bescherming v grenzen en eigendom en neemt een beperkt
aantal ‘verzorgende’ taken op zich -> belastinginning.
Nanny = interventionistische welvaartsstaat die zich op veel ≠ vlakken bezighoudt met de
samenleving. (heden)
⇨ Politieke taken zijn tijd gebonden. Hangt af van “de behoefte aan politiek” binnen
de samenleving.
3. GESCHIEDENIS:
Zie oudgrieks nogmaals.
• De mens kon alleen ontplooien in een polis (geordende samenleving)
• De mens als zoön politicon (burger vd samenleving)
• Idiotés: iemand die de polis niet volgde
Plato:
• Gelooft sterk in het ontwikkelen van eigen vaardigheden en talenten door arbeidsverdeling.
• Iedereen heeft een specifiekeplaats id samenleving, burgers zijn een deel van het
grotere geheel.
• Vrije wil -> ondergeschikt aan staatsbelang
• Leiding ligt bij de klasse van koningen-wijsgeren (geheel onbaatzuchtig, enkel handelen
in belang vd staat)
Aristoteles :
• Mens = politiek dier → pol = hoogste menselijke activiteit die ons onderscheidt v
andere soorten
• Eudaimonia: “De politiek laat mensen volwaardig leven” (enkel vrije mannen en niet enkel
privéleven, vooral de samenleving telt)
• De polis is een politieke en morele gemeenschap
• Politiek = meesterwetenschap ⟶ zoektocht naar goede samenleving.
Machiavelli :
• Il Principe : politiek = techniek vd macht
1
, • Via middelen macht verwerven en behouden
• Wou de katholieke kerk verbannen en Italië weer machtig maken
• Il Principe ⟶ lijst verboden boeken (voor katholieken) tot 1966
• Periode v Machiavelli ⟶ ontstaan staten = Status regis (toestand vd vorst) ⟶ naar loop v tijd
steeds onpersoonlijker ⟶ staat abstractum ⟶ politiek nieuwe betekenis nl. amorele kunst om
staat te beschermen tegen vijanden.
Eind 18e eeuw :
• Franse revolutie ⟶ nieuwe pol stromingen (liberalisme, conservatisme, socialisme)
• Verlichtingsideaal : mens en samenleving knn vervolmaakt worden
• Betrokkenheid uit brede lagen vd bevolking met veel ≠ ideeën
4. INDELINGEN
Essentially Contested Concept
Gallie:
“Verschillende stromingen hebben verschillende opvattingen over pol, MAAR iedereen erkent dat
eigen interpretatie en die v anderen betwist kan worden”. De essentie is een continu onderwerp in
het debat. (vb. kunst, democratie, christelijke traditie,...)
Connolly:
Alle centrale brgippen id pol. zijn wezenlijk betwist(macht, belang, vrijheid, elite, klassenstrijd,
ideologie, ...)
Politiek = containerbegrip, bestaat uit onderdelen die allemaal dubbelzinnig zijn.
⇨ Sleutelbegrippen moeten verduidelijkt worden, als we alle begrippen betwisten is
elk gesprek onmogelijk.
5. RELATIVITEIT VAN INDELINGEN :
Schmitt :
• Letzte Unterscheidung (= pure essentie v pol) : onderscheid tss vriend en vijand = bedoeld
om uiterste graag v intensiteit van verbinding/scheiding ve associatie of dissociatie aan te
geven.
• Politiek ≠ staat, politiek = autoritair
• Fundamenteel onderscheid: pol eigen criteria tov menselijk handelen (morele,
estetische, economische)
• De anthithesis vriend/vijand = onafhankelijk.
⇨ Vriend/vijand = dynamisch criterium met extreme uitersten(jouw vriend of vijand
hoeft niet altijd jouw vriend of vijand te blijven) Vijanden ⟶ oorlog/geweld
⇨ Een wereld zonder kans op strijd/vrede = wereld zonder politiek
• Antagonisme : vernietiging tot 1 overblijft ⟶ negatieve bijklank, positieve functies niet
belangrijk.
Mouffe :
• Democratie ⟶ Nood aan conflict → ruimte v open, tegensprekelijk debat ⟶ radicale democr.
• Agonisme : strijd met respect vd regels ZONDER nood aan vernietiging
⇨ Nood aan ruimte voor verschillen, rivaliteit, conflicten & confrontatie.
• Onderscheid vriend/vijand ⟶ Schmitt
P.31
2
,Easton :
• Schaarste → conflict → nood aan institutie die (im)materiële waarden kan verdelen
id samenleving
Systeemtheorie :
= model gebaseerd op kringloop v input en output
1. Omgeving geeft syst input
2. Gatekeepers selecteren welke input door systeem gaat & welke niet
▪ Stress : gebrek a capaciteit om v input nr output te gaan
▪ Content overload : grote variatie in eisen → ene staat andere id weg : realisatie = onmogelijk
▪ Volume overload : teveel eisen → knn niet allemaal verwerkt worden
o integratie en stabiliteit v politiek systeem = sterk afh vd acceptatie output door samenleving.
Verschillen Schmitt en Easton :
Easton Schmitt
Menselijke Schaarste Gevaar
conditie
Opvatting v pol Individualistisch-eco Veiligheid + integriteit vd staat
Synthese-omschrijving van politiek :
o Sociaal verschijnsel : enkel mogelijk in verhoudingen + interactie
o samenleving ordenen via bindende regels
o gebruik v macht(sposities)
o realisatie v doelen en bescherming v belangen
Conflicten in politiek
• = belangentegenstelling : realisatie v ene partij, staat andere id weg
3
, • ≠ symbiose
Microverklaringen voor conflicten :
= menselijke natuur : emoties, onbegrip en misverstanden
Macroverklaringen voor conflicten :
= versch breuklijnen id samenleving
Schaarste als bron van conflict :
Veel van wat door velen wordt nagestreefd is beperkt aanwezig →
verdelingsvraagstukken Valence issues : zaken die dor bijna iedereen gewenst zijn bv.
jeugdcriminaliteit bestrijden Position issues : omstreden doelen bv. legaliseren van
euthanasie.
Inhoudelijk en handelingsaspect van conflicten :
• = onmisbaar vr conflict
• Interdependentie tov een ander om doel te bereiken
• Hoe groter interdep., hoe groter nood aan pol. wnt grotere kans op conflict
• MAAR ook snellere opl. → alles aan elkaar gekoppeld → iedereen wint bij globale opl
= package deals
Hoofdstuk 2 : de
wetenschap der politiek
INLEIDING :
= heterogene discipline : veel subdisciplines.
DE WETENSCHAPPELIJKE STUDIE VAN POLITIEK
Zijn politieke wetenschappen wetenschap ?
• Verhouding tss polity (vb. staten), politics (vb. machtsuitoefening) en policy (vb. beleid)
• Pol. wet → analyseren, begrijpen en verklaren v pol gebeurtenissen + instellingen
‘covering law’-model :
• Model uit nat. wet.
• Explanandum (wat verklaard moet worden) logisch deduceren uit een explanans
(het verklarende) → universele algemene wetmatigheid
• Voorwaarde : effect v x op y = altijd hetzelfde bij bep. omgevingsfactoren
4