OWE 3; GEZOND LEVEN
Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) 2021
,Inhoudsopgave
Leerdoelen Anatomie en fysiologie ........................................................................................................ 2
Lesweek 1 spijsverteringskanaal ......................................................................................................... 2
Leerdoelen lesweek 2 diabetes mellitus ............................................................................................. 8
Leerdoelen lesweek 3 obesitas en metabool syndroom .................................................................. 12
Leerdoelen lesweek 4 zenuwstelsel.................................................................................................. 17
Doelen lesweek 5 bloed en stolling .................................................................................................. 21
Doelen lesweek 6 nieren en urinewegen ......................................................................................... 27
Doelen lesweek 7 palliatieve zorg en pijn......................................................................................... 32
Doelen lesweek 8 palliatieve zorg en pijn......................................................................................... 34
WG online en fysiek .............................................................................................................................. 38
Leerdoelen week 1 fysiek:................................................................................................................. 38
Leerdoel week 1 online: .................................................................................................................... 39
Leerdoelen lesweek 2 fysiek: ............................................................................................................ 41
Leerdoel lesweek 2 online: ............................................................................................................... 42
Lesdoelen week 3 fysiek: .................................................................................................................. 44
Lesdoelen week 3 online:.................................................................................................................. 45
Lesdoelen week 4 fysiek: .................................................................................................................. 49
Lesdoelen week 4 online:.................................................................................................................. 50
Lesdoelen week 5 online:.................................................................................................................. 51
Doelen lesweek 5 fysiek: ................................................................................................................... 56
Lesdoelen week 6 fysiek: .................................................................................................................. 58
Lesdoelen week 6 online:.................................................................................................................. 61
Lesdoelen lesweek 7 fysiek: .............................................................................................................. 63
Lesdoelen lesweek 7 online: ............................................................................................................. 64
Leerdoelen verpleegtechnische vaardigheden ..................................................................................... 65
Leerdoelen lesweek 1 neusmaagsonde ............................................................................................ 65
Leerdoelen lesweek 2 diabetes en insuline ...................................................................................... 69
Leerdoelen lesweek 3 rode wond en hechtingen ............................................................................. 71
Doelen lesweek 4 gele en zwarte wond ........................................................................................... 77
Doelen lesweek 5 ulcus cruris en compressief zwachtelen .............................................................. 80
Doelen lesweek 6 tillift, loophulpmiddelen en zwachteltechnieken ................................................ 82
Doelen lesweek 7 mondzorg en decubituspreventie ....................................................................... 86
Leerdoelen communicatieve vaardigheden ......................................................................................... 91
,Leerdoelen Anatomie en fysiologie
Lesweek 1 spijsverteringskanaal
Leerdoel: Kan de algemene bouw van het maagdarmkanaal benoemen.
Het spijsverteringkanaal is een holle verbinding tussen mondholte en anus. De lengte is ongeveer 8
meter.
Leerdoel: Kan vertellen wat de route is waarlangs voeding passeert en verteerd wordt, van mond
tot anus.
Cavum oris (mondholte) – pharynx (keelholte) – oesofagus (slokdarm) – ventriculus \ gaster (de
maag) – duodenum (twaalfvingerige darm) – jejunum (nuchtere darm) – ileum (kronkelende darm) –
colon (karteldarm) -rectum (endeldarm).
= dunne darm
Leerdoel: kan de functie van de mondholte en oesophagus (slokdarm) uitleggen.
De mondholte of cavum oris vormt het begin van het spijsverteringskanaal. Functies van de
mondholte zijn:
− Amylase (enzym) zit in het speeksel en breekt zetmeel af.
− Keuren van het voedsel door de smaak-, tast- en temperatuursensoren;
− Verkleining van voedseldeeltjes door kauwen en malen met de gebitselementen;
− Verenging van het voedsel met speeksel;
− Enzymatische afbraak van koolhydraten door ptyaline in het speeksel;
− Afweer door antibacteriële stoffen in het speeksel;
− Inslikken van de voedselbrok.
De enige functie van de slokdarm is het transport van het voedsel van de keelholte naar de maag.
Leerdoel: Kan de functie en anatomie van de maag uitleggen;
De maag (ventriculus of gaster) lijkt op een opgeblazen gedeelte van het spijsverteringskanaal,
waarbij de uitbolling aan de linkerkant zit. De maag ligt links van het midden, hoog in de buikholte.
Aan de voorkant is de maag gedeeltelijk bedekt door de linkerleverkwab en aan de achterkant met
de alvleesklier. Boven de maag bevindt zich het diafragma en eronder liggen de darmen.
, De maagwand bestaat uit vier lagen van binnen naar buiten:
− Een slijmvlieslaag (tunica mucosa), die bij een lege maag zeer sterk geplooid is. De plooiing
wordt minder wanneer de maag zich vult. Bij vulling kan de maag uitrekken tot een volume
van maximaal 4 liter. De talrijke plooiingen zijn zeer diep en omgevormd tot klierbuizen die
maagsap produceren. Dit zijn de maagsapklieren.
− Een bindweefsellaag (tunica submucosa) bevat zenuwen, bloedvaten, lymfevaten en
lymfeklieren die de maag van zuurstof en voedingstoffen voorzien.
− Een spierlaag (tunica muscularis) zorgt voor krachtige samentrekkingen, waardoor de
maaginhoud wordt gekneed, met de verteringssappen wordt vermengd en vervolgens wordt
doorgegeven aan de darm.
− Het buikvlies (tunica serosa) biedt de maag bescherming.
Functies van de maag zijn:
− Tijdelijke opslag van voedsel;
− Kneden en vermengen van het voedsel met maagsap. Maagzuur is nodig voor de vertering
van voedingstoffen, maar ook voor de afweer tegen indringers;
− Vertering van eiwitten door het enzym pepsine, dat optimaal werkt in een zure omgeving
(pH = 1,5). Pepsine maakt een begin aan de vertering van eiwitten door de lange ketens van
aminozuren, waaruit eiwitten zijn opgebouwd, te splitsen. Daarnaast maakt je maag ook
lipase aan, dat is het enzym dat vet verteert. Dit gebeurt in de maag echter maar in kleine
hoeveelheden. De vertering van zowel eiwitten als vetten wordt voortgezet in de
twaalfvingerige darm en de dunne darm.
− Afweer van het lichaam doordat veel ziekteverwekkers door het zure maagsap wordt
gedood.
Zoutzuur (HCI) is een zeer sterk zuur (Ph = 1,5) dat meerdere functies heeft. Allereerst zet HCI het
inactieve pepsinogeen om in het actieve enzym pepsine. HCI verlaagt bovendien de zuurgraad van
de voedselbrij, waardoor pepsine optimaal werkt. Zoutzuur lost kalk- en collageen houdende
voedseldeeltjes gedeeltelijk op. Tot slot heeft zoutzuur een ontsmettende werking, doordat het veel
micro-organismen in het voedsel vernietigt.
Je maag maakt ook hormonen aan.
− Ghreline: een eetlustopwekker. Dit hormoon stimuleert de voedselinname.
− Gastrine: een hormoon dat de productie van maagzuur stimuleert.
Pylorusreflex: Pylorus is de maagportier. Omdat de dunne darm niet tegen de zure inhoud van de
maag kan; bevat geen beschermlaag, blijft de maagkringspier gecontraheerd totdat het zuur in de
twaalfvingerige darm voldoende geneutraliseerd is. Pas dan opent de pylorus. De prikkel voor de
pylorusreflex is de hoge pH (door ontzuring) van de chymus (spijsbrij) in het duodenum
(twaalfvingerige darm).
Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) 2021
,Inhoudsopgave
Leerdoelen Anatomie en fysiologie ........................................................................................................ 2
Lesweek 1 spijsverteringskanaal ......................................................................................................... 2
Leerdoelen lesweek 2 diabetes mellitus ............................................................................................. 8
Leerdoelen lesweek 3 obesitas en metabool syndroom .................................................................. 12
Leerdoelen lesweek 4 zenuwstelsel.................................................................................................. 17
Doelen lesweek 5 bloed en stolling .................................................................................................. 21
Doelen lesweek 6 nieren en urinewegen ......................................................................................... 27
Doelen lesweek 7 palliatieve zorg en pijn......................................................................................... 32
Doelen lesweek 8 palliatieve zorg en pijn......................................................................................... 34
WG online en fysiek .............................................................................................................................. 38
Leerdoelen week 1 fysiek:................................................................................................................. 38
Leerdoel week 1 online: .................................................................................................................... 39
Leerdoelen lesweek 2 fysiek: ............................................................................................................ 41
Leerdoel lesweek 2 online: ............................................................................................................... 42
Lesdoelen week 3 fysiek: .................................................................................................................. 44
Lesdoelen week 3 online:.................................................................................................................. 45
Lesdoelen week 4 fysiek: .................................................................................................................. 49
Lesdoelen week 4 online:.................................................................................................................. 50
Lesdoelen week 5 online:.................................................................................................................. 51
Doelen lesweek 5 fysiek: ................................................................................................................... 56
Lesdoelen week 6 fysiek: .................................................................................................................. 58
Lesdoelen week 6 online:.................................................................................................................. 61
Lesdoelen lesweek 7 fysiek: .............................................................................................................. 63
Lesdoelen lesweek 7 online: ............................................................................................................. 64
Leerdoelen verpleegtechnische vaardigheden ..................................................................................... 65
Leerdoelen lesweek 1 neusmaagsonde ............................................................................................ 65
Leerdoelen lesweek 2 diabetes en insuline ...................................................................................... 69
Leerdoelen lesweek 3 rode wond en hechtingen ............................................................................. 71
Doelen lesweek 4 gele en zwarte wond ........................................................................................... 77
Doelen lesweek 5 ulcus cruris en compressief zwachtelen .............................................................. 80
Doelen lesweek 6 tillift, loophulpmiddelen en zwachteltechnieken ................................................ 82
Doelen lesweek 7 mondzorg en decubituspreventie ....................................................................... 86
Leerdoelen communicatieve vaardigheden ......................................................................................... 91
,Leerdoelen Anatomie en fysiologie
Lesweek 1 spijsverteringskanaal
Leerdoel: Kan de algemene bouw van het maagdarmkanaal benoemen.
Het spijsverteringkanaal is een holle verbinding tussen mondholte en anus. De lengte is ongeveer 8
meter.
Leerdoel: Kan vertellen wat de route is waarlangs voeding passeert en verteerd wordt, van mond
tot anus.
Cavum oris (mondholte) – pharynx (keelholte) – oesofagus (slokdarm) – ventriculus \ gaster (de
maag) – duodenum (twaalfvingerige darm) – jejunum (nuchtere darm) – ileum (kronkelende darm) –
colon (karteldarm) -rectum (endeldarm).
= dunne darm
Leerdoel: kan de functie van de mondholte en oesophagus (slokdarm) uitleggen.
De mondholte of cavum oris vormt het begin van het spijsverteringskanaal. Functies van de
mondholte zijn:
− Amylase (enzym) zit in het speeksel en breekt zetmeel af.
− Keuren van het voedsel door de smaak-, tast- en temperatuursensoren;
− Verkleining van voedseldeeltjes door kauwen en malen met de gebitselementen;
− Verenging van het voedsel met speeksel;
− Enzymatische afbraak van koolhydraten door ptyaline in het speeksel;
− Afweer door antibacteriële stoffen in het speeksel;
− Inslikken van de voedselbrok.
De enige functie van de slokdarm is het transport van het voedsel van de keelholte naar de maag.
Leerdoel: Kan de functie en anatomie van de maag uitleggen;
De maag (ventriculus of gaster) lijkt op een opgeblazen gedeelte van het spijsverteringskanaal,
waarbij de uitbolling aan de linkerkant zit. De maag ligt links van het midden, hoog in de buikholte.
Aan de voorkant is de maag gedeeltelijk bedekt door de linkerleverkwab en aan de achterkant met
de alvleesklier. Boven de maag bevindt zich het diafragma en eronder liggen de darmen.
, De maagwand bestaat uit vier lagen van binnen naar buiten:
− Een slijmvlieslaag (tunica mucosa), die bij een lege maag zeer sterk geplooid is. De plooiing
wordt minder wanneer de maag zich vult. Bij vulling kan de maag uitrekken tot een volume
van maximaal 4 liter. De talrijke plooiingen zijn zeer diep en omgevormd tot klierbuizen die
maagsap produceren. Dit zijn de maagsapklieren.
− Een bindweefsellaag (tunica submucosa) bevat zenuwen, bloedvaten, lymfevaten en
lymfeklieren die de maag van zuurstof en voedingstoffen voorzien.
− Een spierlaag (tunica muscularis) zorgt voor krachtige samentrekkingen, waardoor de
maaginhoud wordt gekneed, met de verteringssappen wordt vermengd en vervolgens wordt
doorgegeven aan de darm.
− Het buikvlies (tunica serosa) biedt de maag bescherming.
Functies van de maag zijn:
− Tijdelijke opslag van voedsel;
− Kneden en vermengen van het voedsel met maagsap. Maagzuur is nodig voor de vertering
van voedingstoffen, maar ook voor de afweer tegen indringers;
− Vertering van eiwitten door het enzym pepsine, dat optimaal werkt in een zure omgeving
(pH = 1,5). Pepsine maakt een begin aan de vertering van eiwitten door de lange ketens van
aminozuren, waaruit eiwitten zijn opgebouwd, te splitsen. Daarnaast maakt je maag ook
lipase aan, dat is het enzym dat vet verteert. Dit gebeurt in de maag echter maar in kleine
hoeveelheden. De vertering van zowel eiwitten als vetten wordt voortgezet in de
twaalfvingerige darm en de dunne darm.
− Afweer van het lichaam doordat veel ziekteverwekkers door het zure maagsap wordt
gedood.
Zoutzuur (HCI) is een zeer sterk zuur (Ph = 1,5) dat meerdere functies heeft. Allereerst zet HCI het
inactieve pepsinogeen om in het actieve enzym pepsine. HCI verlaagt bovendien de zuurgraad van
de voedselbrij, waardoor pepsine optimaal werkt. Zoutzuur lost kalk- en collageen houdende
voedseldeeltjes gedeeltelijk op. Tot slot heeft zoutzuur een ontsmettende werking, doordat het veel
micro-organismen in het voedsel vernietigt.
Je maag maakt ook hormonen aan.
− Ghreline: een eetlustopwekker. Dit hormoon stimuleert de voedselinname.
− Gastrine: een hormoon dat de productie van maagzuur stimuleert.
Pylorusreflex: Pylorus is de maagportier. Omdat de dunne darm niet tegen de zure inhoud van de
maag kan; bevat geen beschermlaag, blijft de maagkringspier gecontraheerd totdat het zuur in de
twaalfvingerige darm voldoende geneutraliseerd is. Pas dan opent de pylorus. De prikkel voor de
pylorusreflex is de hoge pH (door ontzuring) van de chymus (spijsbrij) in het duodenum
(twaalfvingerige darm).