§3.1 de vraag
Vraag= de optelsom van de hoeveelheid die de kopers van 1 product willen kopen.
Betalingsbereidheid= het maximale bedrag dat een koper wilt betalen voor een
product of dienst.
Vraagcurve maken (geeft het effect weer van de prijs van een product op de omvang
van de vraag)
Vult de prijs in de formule (vb. 5,10,15 en 20)
Maakt een tabel
Maakt een grafiek
Vraag factoren
Prijs van het product
Inkomen van de vragers
De prijs van andere goederen (substitutie goederen)
De voorkeur van vragers
Het aantal vragers
Substitutie goederen= producten die andere producten kunnen vervangen
Complementaire goederen = producten die elkaar aanvullen
Inkomenselasticiteit = in welke richting de vraag verandert als het inkomen
veranderd
Prijselasticiteit = welke mate de gevraagde hoeveelheid verandert als de prijs
verandert.
Inkomenselasticiteit= verandering van de vraag in procenten : verandering van het
inkomen in procenten
Prijselasticiteit = verandering van de vraag in procenten : verandering van de prijs
in procenten
Inelastisch (tussen -1 en 0)
Elastisch (kleiner dan -1)
Inferieure goederen zijn goederen waarnaar de vraag afneemt als het inkomen
stijgt.
Omzet= afzet vermenigvuldigd met de prijs
, §3.2 het aanbod
GVK= TVK :q (blijft heel het rijtje gelijk)
TVK= GVK x q
GCK= TCK : q
TCK= altijd gelijk
GTK= tk (tvk + TCK) : q
TK= totale variabele kosten + totale constante kosten
GO= altijd gelijk
TO= q x GO
Motieven om naar winst te streven:
Inkomen verkrijgen
Voortbestaan bedrijf
Waarde van het bedrijf verhogen
Break even point= geen winst geen verlies
Break even point reken je uit:
1. Formule gelijk stellen
2. Wat daar uit komt is het break even point
Marginale kosten= de extra kosten die een producent heeft als hij de productie met
1 stuk uitbereid
Marginale opbrengst= de opbrengst van 1 stuk extra