Periodisering
Historici werken met periodisering: geschiedenis wordt ingedeeld in periodes.
Wij gebruiken er 3:
o Indeling 1
*Prehistorie
-Pré= voor
Voorgeschiedenis
-Historie= geschiedenis
-omschrijving: periode waarin een volk geen schrift kent of er over hen geschreven wordt.
-Kennis komt van ongeschreven bronnen.
-Domein van de archeoloog.
*Historie
-Geschiedenis begint wanneer een volk begint te schrijven, of over dat volk geschreven
wordt, dus het is per volk verschillend wanneer dat komt.
o Indeling 2: de periodes
-Prehistorie, oudheid, middeleeuwen, vroegmoderne tijd, moderne tijd.
Prehistorie Oudheid Middeleeuwen Vroegmoderne tijd Moderne tijd
Jagers en Grieken en Monniken en Ontdekkers en Burgers en
boeren Romeinen Ridders hervormers stoommachines
Steden en staten Regenten en Wereldoorlogen
vorsten
Pruiken en Televisie en
revoluties computer
Tot 3000 v.C. 3000 v.C. - 500 – 1500 1500 – 1800 1800 – heden
500 n.C.
o Indeling 3: de 10 tijdvakken
Je gaat maar snel op ramen poepen bij witte tantes.
Alle indelingen zijn:
- Achteraf gemaakt
- Bepaald door ideeën uit de tijd waarin de indeling gemaakt is, en dus:
-Door tijdgenoten niet zo ervaren!
-Handig hulpmiddel voor historici.
1
, Kenmerkende aspecten
Jagers en boeren (prehistorie):
1. De levenswijze van jager-verzamelaars.
- Oudste middel van bestaan: Jagen-verzamelen.
- Nomaden.
- Leefden in kleine groepen.
- Weinig sociale ongelijkheid, wel rolverdeling man en vrouw.
- Geen schrift, dus nog veel informatie onbekend.
2. Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen.
- In Midden-Oosten tussen 9000-6000 v.Chr.
- In Afrika rond 7000 v.Chr.
- In Europa rond 6000 v.Chr.
- Revolutie= ingrijpende verandering. Want:
- Gevolg: sedentair i.p.v. nomadisch.
- Ontstaan dorpen.
- Ontstaan sociale ongelijkheid.
- Mens zet natuur naar zijn hand.
- Ontstaan nieuwe technieken.
3. Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen.
- Mogelijk door voedseloverschot
- Een stand kent:
- huizen, muur, bestuur
- Arbeidsverdeling
- Grote sociale verschillen
- Eerste: in Soemerië.
- Komst steden hangt samen met uitvinding van het schrift.
Grieken en Romeinen (oudheid):
4. De ontwikkeling van wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de
Griekse stadstaat.
- In Griekse poleis ontstaan:
- Verschillende regeringsvormen;
- Discussies over wat de beste vorm is
- Democratie
- Aristocratie
- Monarchie
5. De groei van het Romeinse imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa
verspreidde.
- Vanuit Rome, via Italië naar Europa, Noord-Afrika en delen van Midden-Oosten.
- Omvatte hele Middellandse Zeegebied.
- Verovering dankzij diplomatie en leger.
- Culturele verspreiding in Europa: dankzij veroveringen romanisering.
6. De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur.
- Kenmerken van de Griekse beeldhouw- en bouwkunst:
- Beeldhouwkunst: menselijk lichaam zo realistisch mogelijk.
- Architectuur: zuilen, fries, timpaan.
2