deze samenvatting bevat alle belangrijke informatie voor de eerste 3 paragraven. Begrippen, uitleg en afbeeldingen zitten er allemaal in. Samen met deze samenvatting en wat oefenopgaves haal jij zo een 10! :)
§3.1 de stralingsbalans van de aarde
Stralingsbalans:
> het evenwicht in inkomende en uitgaande straling op aarde. De straling die de zon uitstraalt is kortgolvige
straling. Deze straling gaat door de atmosfeer en wordt door het aardoppervlak verwerkt. Het aardoppervlak
straalt daardoor ook straling uit: langgolvige straling. De atmosfeer kan langgolvige straling wel goed
absorberen (in tegenstelling tot kortgolvige).
Er gebeuren verschillende dingen terwijl de straling onder weg is. Een deel van de kortgolvige straling warmt
het aardoppervlak niet op door het albedo effect. De straling wordt weerkaatst door spiegelde
oppervlakken, zoals wolken, sneeuw, stof en ijs.
Het broeikaseffect:
Ander obstakel voor straling: broeikasgassen. Vooral langgolvige straling wordt geabsorbeerd door de gassen
(waterdamp, CO2 en methaan). Dit zorgt ervoor dat de atmosfeer wordt opgewarmd. Doordat de mens
extra broeikasgassen (door verbranding) aan de atmosfeer toevoegt ontstaat er een versterkt broeikaseffect.
Hierdoor is het risico groter dat het te warm wordt.
Langgolvige straling die het aardoppervlak (weer) bereikt, zorgt ook voor verdamping van water. Dit levert
de waterdamp die bijdraagt aan het broeikaseffect & de wolken die bijdragen aan het albedo effect. Latente
energie is de energie die het kost om water te verdampen. Die energie komt weer vrij op het moment dat de
waterdamp condenseert tot wolk. -> vochtige gebieden zijn koeler dan droge gebieden.
Ruimtelijke verschillen in instraling:
In de tropen vallen de zonnestralen loodrecht en op een klein oppervlak wat zorgt voor meer warmte.
Op een hogere breedte vallen de zonnestralen schuin hierdoor moet er meer oppervlakte verwarmt
worden met evenveel energie en dus is het kouder door de invalshoek.
Verschillen in albedo. Als het ergens bewolkt is en er sneeuw en ijs ligt. Dan is het albedo effect veel
groter en is het er dus veel kouder dan ergens waar dat er niet is.
Broeikaseffect. Hoger in de bergen wordt de lucht dunner (ijler). De lucht beschermd je minder tegen
invallende zonnestralen. De lucht daar heeft ook een minder sterk broeikaseffect waardoor de straling
niet geabsorbeerd word en het dus kouder is.
Latente energie. hoe meer latente energie gevormd wordt, hoe minder energie er over is om de lucht te
verwarmen.
§3.2 wereldwijde luchtstromen
Atmosferische circulatie:
Al deze volgende luchtstromen heet de atmosferische circulatie:
1. Evenaar, warme lucht zet bij opwarming uit > per volume-eenheid minder
luchtdeeltjes. Lucht is minder zwaar en drukt minder op aardoppervlak =
lagedrukgebied. Door deze lage druk kan de lucht gemakkelijk opstijgen.
Deze lucht zeet nog verder uit en koelt af. Omdat koudere lucht minder vocht
vast kan houden gaat het regenen. De lucht stroomt zijdelings afstromen
2. 30 N.B & Z.B, lucht is zover afgekoeld dat die weer gaat dalen, lucht is zwaar
en drukt hard : hogedrukgebied. De lucht warmt weer op en is droog
(woestijn).
3. 60 N.B & Z.B, relatief warme lucht stijgt op tegen koude lucht van de polen > laagdrukgebied met regen
en wind. De lagedrukgebieden ontstaan boven de oceaan en waai met (zuid)westen wind richting
Europa / westkust van Noord-Amerika.
4. 90 N.B & Z.B, op de polen is het koud. De koude lucht is zwaar en daalt > hogedrukgebied.
, AK samenvatting H3 aarde > klimaat
Corioliseffect:
Lucht stroom van hoge naar lage druk maar met een afwijking door de vorm en de rotatie van de aarde. Met
de wind in je rug is deze afwijking op het zuidelijk halfrond naar links en op het noordelijk halfrond naar
rechts = wet van Buys Ballot / corioliseffect. De afwijking wordt dus veroorzaakt door de omtrek van de
breedtecirkels richting de polen.
Als de wind van een grote omtrek naar een kleinere omtrek waait, raakt de wind voor.
Als de wind van een kleine omtrek naar een grotere omtrek waait, raakt de wind achter.
Want de aarde draait tegen de klok in.
Passaten en moessons:
De winden die rond de evenaar voorkomen noemen we de passaten. De warmste plek op het aardoppervlak
verschilt per seizoen. Het lagedrukgebied rond de evenaar verplaatst dus ook van plek, dit lagedruk gebied
heet ook wel de intertropische convergentiezone (ITCZ). Hij schuift in onze zomer naar het noorden en naar
het zuiden in onze winter. Dit gebeurt het sterkst boven landmassa’s aangezien die het snelst opwarmen. Als
het bijvoorbeeld zomer is ligt de ITCZ dus iets noordelijker van de evenaar. De zuidoostelijke passaten zullen
dus de evenaar moeten kruisen om bij het lagedrukgebied te komen en tijdens het kruizen van de evenaar
verandert dus de richting van de wind. De afwijking naar links van het zuidelijk halfrond wordt een afwijking
naar recht op het noordelijk halfrond. En andersom. Deze omgebogen passaten worden moessons genoemd.
De wind komt dus dan in India uit het zuidwesten in plaats van zuidoosten. En in de winter
komt de wind in Indonesië uit het noordwesten in plaats van noordoosten.
§3.3 oceaan- en zeestromen
Zeestromen:
Wind die over zee waait sleurt ook het zeewater mee, daardoor ontstaan zeestromen. Warme zeestromen
komen vanuit een relatief warm gebied. Een warme zeestroom zorgt voor een warm en vochtig klimaat. Een
koude zeestroom komt vanuit een relatief koud gebied en zorgt voor een extra koud klimaat. Maar een
koude zeestroom kan ook zorgen voor woestijnen. Het koude zeewater koelt de lucht af, waardoor die
weinig vocht kan vasthouden. Deze koude lucht stroomt naar het land waar opwarming plaats vind. De lucht
kan nu meer vasthouden, maar er is geen vocht meer (aangezien de lucht zich boven land bevind). De wind
voelt daarom droog aan en er valt geen neerslag.
Thermohaliene circulatie:
Diepwaterstroming noemen we ook wel thermohaliene(C° &zoutgehalte) circulatie. De diepwaterpomp in de
noordelijke Atlantische oceaan en de soortgelijke diepwaterpomp bij Antarctica zijn de motor van de
thermohaliene circulatie. Dit is er wat er in zo’n pomp gebeurd: water stroomt van de evenaar naar het
noorden (/zuiden) en verdampt & koelt hierbij af waardoor het water zouter en kouder is dan rond de
evenaar. Uiteindelijk is het water zo sterk afgekoeld dat het deels bevriest waardoor het overige water nog
zouter is en diep naar beneden zakt. Dit zoute, koude water stroom dan weer terug naar de evenaar waar
het weer opwarmt en stijgt. De verschillende zeestromen zorgen voor verschillende klimaten op dezelfde
breedtegraad.
Rond Antarctica stroomt een koude zeestroom, de westenwinddrift. Hierdoor is het niet bereikbaar voor
warme lucht- en zeestromen. Deze zeestroom ontstond door de plantektoniek. Omdat de ijskap wit is,
kaatst die veel zonlicht weg waardoor de aarde afkoelt en nog kouder is dan miljoenen jaren geleden.
Herverdeling van warmte: De oceanische circulatie (alle oceaan- en zeestromen) en de atmosferische
circulatie zorgen voor de herverdeling van warmte op aarde, anders was het nog warmer rond evenaar en
nog kouder op de polen.
§3.4 el Niño – zuidelijke oscillatie (tekening op extra blaadje hoe el Niño er uitziet schematisch)
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller elisarichter. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $3.35. You're not tied to anything after your purchase.