De scolariteitsgraad stijgt, ook op Bachelor- of Masterniveau, iets wat vroeger alleen was
voorbehouden aan kinderen uit meer elitaire milieus. Optimisten spreken daarom van
een democratisering van het onderwijs. Pessimisten benadrukken dat ons onderwijs de
sociale ongelijkheid reproduceert. Zij gebruiken een ander woord om dat succes van het
Hoger Onderwijs te omschrijven. Welk woord?
1. Stratificatie van het onderwijs
2. Vermaatschappelijking van het onderwijs
3. Institutionalisering van het onderwijs
4. Massificatie van het onderwijs
- 4
Tegenwoordig gebruikt men in het onderwijsbeleid de term ‘indicator-leerlingen’. Dat is
een politiek correcte vervanging van de oudere term ‘risico-kinderen’. Welk element in de
leefwereld van het kind wordt NIET bekeken als indicator voor een risico-situatie op
school?
1. De financiële situatie thuis
2. Het opleidingsniveau van de vader
3. De taal die thuis gesproken wordt (Nederlands of niet)
4. De buurt waarin het kind woont
- 2
De kansen op een goeie job zijn niet voor iedereen gelijk. Nochtans is werk een
belangrijke factor die kan bijdragen aan ons geluk. Maar we zijn ons daar niet altijd van
bewust. Dat komt omdat veel functies van arbeid latent zijn. Welke is GEEN latente
functie van arbeid?
1. Inkomen
2. Sociale contacten
3. Tijd structureren
4. Zelfontplooiing
- 1
Welk element hoort NIET thuis in de omschrijving van het begrip stratificatie?
1. In een gestratificeerde samenleving is verticale sociale mobiliteit onmogelijk.
2. Stratificatie wijst op de ongelijke verdeling van wat schaars en gewild is (vb geld,
macht, kennis…)
3. Stratificatie betekent dat de samenleving hiërarchisch gelaagd is.
4. Stratificatie betekent dat mensen op verschillende strata anders worden gewaardeerd.
- 1