Medisch Fundament:
Immuniteitsleer
Ons lichaam heeft de mogelijkheid om zich te verweren tegen binnendringende ziektekiemen. De
medische term voor afweer is immuniteit. Letterlijk betekent immuniteit. Ons lichaam beschikt over
een natuurlijk afweersysteem dat op verschillende manieren onderverdeeld kan worden.
Specifieke en niet-specifieke weerstand
De eerste onderverdeling is in de specifieke en de niet-specifieke weerstand van het lichaam. De
niet-specifieke weerstand van het lichaam is het vermogen om indringers onschadelijk te maken
door middel van fagocytose. Een fagocyt is een type cel dat in staat is om alle indringers onschadelijk
te maken door deze in te kapselen (als het ware op te eten). De specifieke weerstand is het
vermogen van ons lichaam om een bepaald type ziektekiem te herkennen en dan gericht actie te
ondernemen tegen deze indringer.
Cellulaire en humorale immuniteit
De tweede manier om ons afweersysteem onder te verdelen is in de cellulaire en de humorale
immuniteit. De cellulaire weerstand wordt tot stand gebracht door middel van cellen. Bepaalde
typen leukocyten zijn in staat om indringers door middel van fagocytose onschadelijk te maken.
Daarnaast zijn er zogeheten macrofagen (letterlijk 'grote eetcellen') actief binnen het kader van de
cellulaire immuniteit. De humorale immuniteit komt tot stand door middel van stoffen in de vloeistof
tussen de cellen. Bepaalde witte bloedcellen (de type B lymfocyten) die zich in de vloeistof tussen de
cellen bevinden, kunnen antistoffen tegen ongewenste indringers vormen.
De leukocyten die actief zijn in ofwel de specifieke ofwel de humorale afweer reageren verschillend
op antigenen (ziekmakende indringers). In reactie op de confrontatie met een bepaald antigeen
vormen de leukocyten bepaalde antistoffen die ook wel antilichamen worden genoemd. De
werkzaamheid tegen indringers noemen we een immuunreactie. In bepaalde gevallen kunnen
leukocyten als ze met een bepaald antigeen in aanraking zijn geweest een soort van 'geheugen'
hiervoor ontwikkelen, zodat deze specifieke indringer de volgende keer 'herkend' wordt. Deze
‘geprogrammeerde’ cellen noemen we memory cells. In grote lijnen komt de cellulaire immuniteit
overeen met de niet-specifieke weerstand en de humorale met de specifieke.
Immuniteitsleer
Ons lichaam heeft de mogelijkheid om zich te verweren tegen binnendringende ziektekiemen. De
medische term voor afweer is immuniteit. Letterlijk betekent immuniteit. Ons lichaam beschikt over
een natuurlijk afweersysteem dat op verschillende manieren onderverdeeld kan worden.
Specifieke en niet-specifieke weerstand
De eerste onderverdeling is in de specifieke en de niet-specifieke weerstand van het lichaam. De
niet-specifieke weerstand van het lichaam is het vermogen om indringers onschadelijk te maken
door middel van fagocytose. Een fagocyt is een type cel dat in staat is om alle indringers onschadelijk
te maken door deze in te kapselen (als het ware op te eten). De specifieke weerstand is het
vermogen van ons lichaam om een bepaald type ziektekiem te herkennen en dan gericht actie te
ondernemen tegen deze indringer.
Cellulaire en humorale immuniteit
De tweede manier om ons afweersysteem onder te verdelen is in de cellulaire en de humorale
immuniteit. De cellulaire weerstand wordt tot stand gebracht door middel van cellen. Bepaalde
typen leukocyten zijn in staat om indringers door middel van fagocytose onschadelijk te maken.
Daarnaast zijn er zogeheten macrofagen (letterlijk 'grote eetcellen') actief binnen het kader van de
cellulaire immuniteit. De humorale immuniteit komt tot stand door middel van stoffen in de vloeistof
tussen de cellen. Bepaalde witte bloedcellen (de type B lymfocyten) die zich in de vloeistof tussen de
cellen bevinden, kunnen antistoffen tegen ongewenste indringers vormen.
De leukocyten die actief zijn in ofwel de specifieke ofwel de humorale afweer reageren verschillend
op antigenen (ziekmakende indringers). In reactie op de confrontatie met een bepaald antigeen
vormen de leukocyten bepaalde antistoffen die ook wel antilichamen worden genoemd. De
werkzaamheid tegen indringers noemen we een immuunreactie. In bepaalde gevallen kunnen
leukocyten als ze met een bepaald antigeen in aanraking zijn geweest een soort van 'geheugen'
hiervoor ontwikkelen, zodat deze specifieke indringer de volgende keer 'herkend' wordt. Deze
‘geprogrammeerde’ cellen noemen we memory cells. In grote lijnen komt de cellulaire immuniteit
overeen met de niet-specifieke weerstand en de humorale met de specifieke.