De voorbereiding van een levensbeschouwelijk gesprek valt uiteen in twee stappen:
1. Het kiezen van een leermiddel
Om het gesprek goed te kunnen starten is het belangrijk om iets te zoeken dat aanleiding
kan zijn voor het levensbeschouwelijk gesprek. Dat kan van alles zijn: een krantenartikel, een
muziekfragment, een gedicht, een videofragment enz. Een leermiddel dat veel wordt
gebruikt is het verhaal. Verhalen zijn uitstekende middelen om leerlingen aan het denken te
zetten en om hen te leren met levensvragen om te gaan.
2. Richtvragen maken voor het levensbeschouwelijk gesprek
2.1 Stel vast waar het verhaal over gaat (thema)
2.2 Onderzoek welke contrastervaring centraal staat in het verhaal
2.3 Onderzoek welke levensvraag (of levensvragen) centraal staat(n) in het verhaal
2.4 Formuleer vervolgens richtvragen voor het levensbeschouwelijk gesprek. Deze
richtvragen kunnen worden verdeeld in vier fasen. Het is van belang om deze fasen
achtereenvolgens te doorlopen. Ze volgen logisch op elkaar.
De vier fasen in het levensbeschouwelijk gesprek:
1. Vragen over het leermiddel
2. Vragen over de ervaringen van de leerlingen
3. Vragen over de uiteindelijke zin van de ervaringen van de leerlingen
4. Vragen over de uiteindelijke zin van de ervaringen van de personages in het
leermiddel
Vragen over het leermiddel
Wat deed hij toen? Wie hadden er ruzie? Waar gingen ze toen naar toe?
Vragen over de ervaringen van de leerlingen
Wie heeft zoiets ook wel eens gedaan?
Heb jij ook wel eens ruzie? Met wie? Waarover?
Moet jij na school ook wel eens naar een oppas?
Vragen over de uiteindelijke zin van de ervaringen van de leerlingen
Hoe vond je het dat je dat had gedaan? Waarom goed, fijn, niet goed?
Hoe zou het komen dat mensen zo weinig rekening houden met elkaar?
Wat voel/denk je wanneer je naar de oppas gaat?
Vragen over de uiteindelijke zin van de ervaringen van de personages in het leermiddel
Wat vind je ervan dat de jongen in het verhaal dat deed?
Wat voelde het meisje toen ze ruzie had met de jongen?
Waarom deed de oppas zo?