Vroegmoderne tijd 1600 - 1700
Kenmerkende aspecten:
23. Het streven van vorsten naar absolute macht.
24. De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel
opzicht van de Nederlandse Republiek.
25. Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een
wereldeconomie.
26. De wetenschappelijke revolutie.
6.1 Over zeeën en oceanen
In de 17e eeuw werkte 40% van de Republiek in de landbouw, in de rest van Europa 70%
boeren gingen over op commerciële landbouw = Landbouw die zuivelproducten en
grondstoffen voor de nijverheid produceert.
● In kustgebieden gespecialiseerde nijverheid, schaalvergroting en drapeniers
● Arme mensen kwamen terecht in een manufactuur = Nijverheidsbedrijf waarbij
wordt gewerkt met eenvoudige apparaten die met spierkracht worden aangedreven.
● Sociale verschillen tussen arm en rijk namen toe.
Toenemend graantekort door groeiende bevolking → moedernegotie = Graanhandel vanuit
gebieden aan de Oostzee door Amsterdamse kooplieden → Republiek vertrouwd in handel
overzee → straatvaart = Handel waarbij handelsschepen de Straat van Gibraltar passeren
op weg naar landen rondom de Middellandse Zee.
Handelaren gingen samenwerken in handelscompagnieën = Onderneming van handelaren
die investeringen, risico’s en winsten met elkaar delen.
Amsterdam centrum van handelskapitalisme = Handel drijven met als doel winst te maken
en belangrijkste stapelmarkt van Europa = Stad, meestal een haven, waar
handelsgoederen worden opgeslagen in afwachting van tekorten en hogere prijzen elders.
Winstgevende handel met Azië jaloersmakend → handelscompagnieën uit Republiek ook
naar Oost → hoge prijzen in Azië en lage prijzen in Nederland → 1602: oprichtingen
Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)
VOC mocht:
● handelsmonopolie op Azië = Afspraak om als enige te mogen handelen in een
bepaald product, met een bepaald land, of in een bepaald gebied.
○ Brittannië had de EIC (1600) en Frankrijk de Compagnie d’Orient (1642)
→ veel concurrentie werd afgedwongen met geweld
→ 1621: Jan Pietersz. Coen op Banda-eilanden
● handelsovereenkomsten met inlandse vorsten sluiten
● soldaten en bestuursambtenaren in dienst nemen
● aan vreemde kusten forten bouwen
● oorlog voeren