Spraakapraxie
1. Praktische informatie
2. Spraakapraxie begrijpen
2.1.Lesdoelen
2.2.Inleiding
reflex
Baby reageert reflexmatig
Eerste levensjaar: doelbewuste handelingen zoals grijpen, met lepel eten, brabbelen
Hoe meer een baby traint, hoe beter de motorische handelingen worden uitgevoerd.
Dus: motorische vaardigheden (niet reflexen en ademhaling) kunnen we doelbewust inzetten
en zijn geleerd door oefening en ervaring
Praxis = de vaardigheid om deze geleerde bewegingen doelbewust uit te voeren
Apraxie = stoornis in het doelbewust uitvoeren van deze geleerde motorische bewegingen
Spreken
= bijzonder complexe motorische vaardigheid
Verwerkingsprocessen
- Talige processen
- Cognitieve processen
- Sensori-motorische processen
o Zintuiglijke (tactiel + auditief) en motorische (planning, uitvoering) verwerking
spraakklanken
Verfijning doorheen de jaren (automatisch en onbewust, toch ervaring en oefening)
Snel (2-4 woorden per seconde)
Accuraat (1 verspreking op 1000 woorden)
Spraakapraxie = spreken kan niet meer doelbewust worden ingezet
- Automatische taal en spraak beter bewaard (tellen, bidden, spreekwoorden)
2.3. De samenwerking tussen spraak en taal
Taal (fonologie)
Gesproken woorden begrijpen
- Auditieve analysesysteem
- Auditieve inputlexicon
- Semantisch systeem
,Woorden oproepen
- Semantisch systeem
- Fonologisch outputlexicon
- Fonologische codering
- Hierna: omgezet in spraakmotorische planning/programmering
2.4.Het motorische spraakklankgeheugen
- Fonologische code wordt morfologische code
1. Startpositie articulatieorganen
2. Articulatieplaats
3. Articulatiewijze (hoe de luchtstroom afgesloten wordt)
4. Duur van de spraakbewegingen
5. Opeenvolging (sequentiëring) van de spraakbewegingen
6. Spierinstructies en coarticulatie
7. Rechstreekse activatie van hersenregio’s met sensorische info
2.4.1. Structuurspecifieke informatie
Selectie van articulatorische bewegingsdoelen
- Bewegingspatroon wordt gepland
• Opeenvolging van syllaben (kool – mees = 2 patronen)
• Articulatieplaats en de articulatiewijze
• Temporele eigenschappen van de beweging (duur van de beweging en duur van de
spraakklanken) = timing!
- Aangepast aan context
• Situationele context: roepen/fluisteren, snel/traag
• Articulatorische context: coarticulatie (sa is anders dan si)
,2.4.2. Spierspecifieke informatie
Motorisch programma = set van spiercommando’s samengesteld voor beweging wordt uitgevoerd
- Richting
voor, achter, horizontaal, verticaal?
- Omvang
Groot? Klein? (in mm?, cm?)
- Spanning
Slap, gespannen?
- Snelheid
- Volgorde van spierbewegingen
2.4.3. Beïnvloedende parameters
- Familiariteit:
non-sense woorden moeilijker dan bestaande woorden, laagfrequentie
moeilijker dan hoogfrequentie
- Initiatiemodus zelfinitiatie is moeilijker dan imitatie
- Doelbewuste bewegingen zijn moeilijker dan automatische bewegingen
- Motorische complexiteit consonanten moeilijker dan vocalen, consonantenclusters moeilijk,
toenemende woordlengte moeilijk
- Snelheid van productie
Hoe sneller, hoe moeilijker
2.5.Definities van spraakapraxie
- Stoornis in het doelbewuste spreken (= motorische spraakbewegingen)
- Een neurologische spraakstoornis en GEEN afasie, GEEN verlamming, GEEN
coördinatieprobleem (dus geen dysartrie)
- Een stoornis in de vloeiendheid van het spreken (prosodie: tempo, monotonie)
- Een stoornis in het motorisch spraakklankgeheugen (planning en/of programmering)
- Feiken en jonkers: noemen timing planning (adaptatie - aanpassen aan stoornis) -> niet
akkoord
, 2.6.Prevalentie, etiologie en lokalisatie
Prevalentie
Spraakapraxie
- 2011: 6%
- 2012: 7,5%
Spraakapraxie en afasie
- 2011: 30%
- 2012: 33%
Etiologie