100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

Samenvatting/begrippenlijst van Taal & Theorie 2

Rating
-
Sold
-
Pages
7
Uploaded on
05-04-2023
Written in
2022/2023

Een fijne, overzichtelijke begrippenlijst met heldere voorbeelden. Onderverdeeld in de colleges. Gebruikt bij de studie Docent Nederlands Tweedegraads aan NHLStenden, Leeuwarden.

Institution
Course

Content preview

Begrippenlijst Taal & Theorie

CW 1: Ontlening
COLLEGE
- Erfwoord/inheems woord woord dat in alle opzichten tot onze taal behoort en bestaat uit
klanken die tot het Nederlandse spraaksysteem behoren. Inheemse woorden zijn van
Nederlandse oorsprong (mens, meisje), of zijn in die mate vernederlandst dat hun vreemde
herkomst niet meer te herkennen is (kasteel, venster). Een erfwoord is dan een woord dat
we hebben overgenomen vanuit een andere taal, letterlijk geërfd.
- Leenwoord een woord dat we lenen vanuit een andere taal. Denk aan: punaise, meeting, e-
mail
- Uitleenwoord woorden die uit de Nederlandse taal zijn uitgeleend aan andere talen. Veel
gebeurd tijdens de VOC-tijd, zoals boei, ansjovis of schipper.
- Leenvertaling Een leenvertaling is een woord dat letterlijk aan een andere taal is ontleend.
De lenende taal, in de volgende voorbeelden: het Nederlands, had dan doorgaans nog geen
woorden voor een bepaald begrip dat echter wel kon worden weergegeven door een woord
uit een andere taal, denk aan: vroeger of later, komt van sooner or later.
- Leensamenstelling Een samenstelling van een woord uit eigentaal met een woord dat
geleend is uit en andere taal.
- Etymologie Bestudeert de herkomst van de woorden. De etymologie van een woord is de
historische verklaring voor de manier waarop de vorm van het woord tot stand is gekomen.
Daarom wordt het ook wel de woordherkomst genoemd.
- Eenmalige ontlening ???
- Codewisseling (code switching) Codewisseling, oftewel codeswitchen, is een in de
sociolinguïstiek gebruikte term voor een bepaalde vorm van taalmenging, waarbij tijdens een
gesprek tussen twee of meer gesprekspartners schijnbaar willekeurig van de ene op de
andere taal wordt overgeschakeld.
- Interferentie Het onbewust toepassen van regels die bij een andere taal horen. Het
taalgebruik uit de ene taal interfereert dan met het taalgebruik van de andere taal.

CW 2: Woordsemantiek
COLLEGE
- Prototype de concepten in ons hoofd als we ergens aan denken, zijn een soort ‘gemiddelden’
van allee waarnemingen. Denken we allemaal aan dezelfde tint rood als we aan ‘rood’
denken? Zien we allemaal dezelfde vogel als we aan ‘vogel’ denken?
- Referent het mentale concept of materiële voorwerp waarna je met taal kunt verwijzen
(refereren) het motorvoertuig met vier wielen voor het vervoer van een klein aantal
personen is de referent van een personenauto.
- alsie een abstracte eigenschap van het woord
- Extensie is in de taalkunde het geheel van de betekenissen van een woord. Het
tegengestelde begrip is comprehensie (inhoud). De extensie van het woord ‘insect’ is groter,
maar de comprehensie is kleiner dan die van het woord
mug.
- Sapir-Whorf-hypothese Denk aan t filmpje ‘Kleurt taal je
wereldbeeld?’ deze hypothese stelt dat de specifieke taal
die we spreken invloed heeft op de manier waarop we
denken over de werkelijkheid
- Semiotische driehoek teken, referent en concept. (Zie
plaatje)
- Concept Het begrip in de driehoek

, - Teken een teken is een woord, gebaar, voorwerp of andersoortig betekenisdrager die
verwijst naar een betekenis.
- Principe Von Humboldt (OMOF) Volgens het principe van Humboldt bestaan er geen
synoniemen. Twee woorden kunnen niet blijven bestaan als hun betekenissen identiek zijn.
In de loop der jaren zal een van die woorden langzaamaan uit het taalbeeld verdwijnen.
Slank en dun kun je als een synoniem zien, maar het heeft een andere betekenis. De
associatie is anders.
- Eufemismen nare dingen verpakt met een lintje. Wordt gebruikt ter vervanging van
aanduidingen die met dreigend, kwetsend, onfatsoenlijk, onaangenaam of in een andere zin
te negatief vindt. Denk aan: niet zo slim i.p.v. erg dom.
- Tredmolen der Eufemismen Eufemismen zijn sterk aan slijtage onderhevig. Door het
veelvuldige gebruik ervan worden het vrijwel altijd na kortere of langere tijd zelf juist
taboewoorden. Dit kan op den duur leiden tot een hele cyclus van woorden die
aanvankelijk een verzachtende functie hadden en gaandeweg weer vervangen
moesten worden. In de taalkunde heet dit proces de "tredmolen van het
eufemisme".
 Poetsvrouw - werkster - schoonmaakster - huishoudelijke hulp - interieurverzorgster-
interieurhygiëniste
 Bejaardentehuis - rusthuis - rustoord - home - woonzorgcentrum

LEESWERK
- Mimese ook wel nabootsing of weerspiegeling (mimespeler)
- Onomatopee Een onomatopee of klanknabootsing is een woord dat fonetisch het geluid dat
het beschrijft nabootst of suggereert en dat deel uitmaakt van de woordenschat van een of
meer natuurlijke talen. Met piepen doen we het geluid van een muis na, maar we kunnen
nooit het echte geluid nadoen. Net zoals bij kwaken, blaffen en miauwen.
- Arbitrair vs. Iconisch arbitrair betekent willekeurig. Als iets arbitrair is, is dat niet gebaseerd
op een bepaalde overtuiging of argumentatie, maar gebaseerd op pure willekeur. Woorden
kunnen arbitrair zijn, maar veel woorden zijn dat niet. Iconisch is gelijkenis. Dus in Jip en
Janneke: Arbitrair wijkt af van het normale, iconisch is heel stereotyperend.
- Denotatie vs. Connotatie denotatie is de letterlijke betekenis van het woord en connotatie is
wat je erbij voelt. Zie het als: denotatie is de hoofdbetekenis zoals het in het woordenboek
staat en connotatie is de gevoelsbetekenis, het gevoel dat het woord opwerk.
- Functiewoorden een woord met weinig inhoudelijke betekenis. Vaak geven ze de structuur
van een zin aan. In het Nederlands behoren functiewoorden tot de volgende woordklassen:
lidwoord, voegwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels en telwoorden. Dit is een zin met
vier functiewoorden.
- Inhoudswoorden Woorden met een rijke betekenis, tegenovergestelde van functiewoorden.
Denk aan: zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord en bijwoord.
- Deiktische woorden Komt uit het Grieks wat ‘wijzen’ of ‘aanwijzen’ betekent. Denk aan
woorden als: hier, daar, ik, jij, vandaag en morgen.
- Woordrelaties (analogieën) in de logica is een alanogiebewijs een redeneervorm waarbij
men op grond van vergelijking met een ander geval een conclusie afleidt.
o Synonymie gelijkheid van betekenis of benaming. Kapot/stuk
o Homonymie Zelfde woord met meerdere betekenissen, denk aan bank om op de
zitten en bank om je geld op te storten.
o Polysemie Er is sprake van betekenisverwantschap, blad van een boom, blad van een
magazine. Beide plat en dun en dus een betekenisovereenkomst.
o Meronymie het duidt de semantische relatie aan. ‘X is een deel van y.’ Zoals: ‘de
klink van de deur’ de klink is een deel van de deur. Het woord dat het ‘deel’

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
April 5, 2023
Number of pages
7
Written in
2022/2023
Type
OTHER
Person
Unknown

Subjects

$8.29
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
avitalvanslooten

Get to know the seller

Seller avatar
avitalvanslooten NHL Stenden Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
-
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
1
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions