1
,Inleiding:
In de module 1.1 begeleiden in de leefwereld
Heb ik samen met de cliënt gewerkt aan de verschillende begeleidingsdoelen. Hierbij heb ik als
persoonlijk begeleidster rekening gehouden met de verschillende methodieken die wij gebruiken op
de Dintelstraat en die aansluiten bij deze cliënt iedereen is uniek en verschillend.
Ik heb mijn verslag anoniem geschreven, het ondersteuningsplan van de cliënt is heir bij ook
anoniem gemaakt. Dit in verband met privacy van de cliënt.
De volgende leeruitkomsten heb ik verwerkt in mijn verslag.
- In het ondersteuningsplan is een ondersteuningsvraag van de client beschreven volgens protocol.
- Verder heb ik beschreven hoe ik agogisch kan handelen, en hoe ik dit toepas in de praktijk.
- Zowel in het ondersteuningsplan als het verslag houd ik rekening met de waardeoriëntaties van de
cliënt.
Veel leesplezier.
2
, Inhoud
1.1 begeleiden in de leefwereld.............................................................................................................1
Inleiding:.................................................................................................................................................2
1A Cliënten profiel..................................................................................................................................5
Lichamelijk welbevinden:...................................................................................................................6
Het kan zijn dat mensen met een (lichtverstandelijke) beperking het lastig vinden om de ADL
handelingen uit te voeren, (Alle dagelijkse levensbehoeften) bij deze doelgroep ervaar ook ik in het
werkveld dat de meeste cliënten het lastig vinden om dagelijks schone kleding aan te trekken en of
hun tanden twee keer per dag te poetsen denk dan aan de algemene hygiëne, beddengoed
verschonen, schoon ondergoed aantrekken etc. de doelgroep mensen met een lichtverstandelijke
beperking vindt het lastig om ondersteuning te aanvaarden (Rot, 2014)..........................................6
Bij mensen met een NAH wisselt het lichamelijk welbevinden persoon. Meestal zijn lichamelijke
gevolgen bij Nah zichtbaar. Denk aan gehele of gedeeltelijke verlamming. Een niet werkende arm
of benen zouden hier een voorbeeld van kunnen zijn........................................................................6
Lichamelijk welbevinden kan ook als leef plezier worden gezien, denk bijvoorbeeld aan de
geestelijke gezondheid en of iemand zich sociaal goed voelt. Het welbevinden gaat vooral om
kwaliteit van leven, dat je lekker in je vel zit, maar ook lichamelijk gezond en tevreden zijn met hoe
het leven er momenteel uit ziet.........................................................................................................6
Sociaal functioneren/sociaal netwerk/lichamelijk welbevinden........................................................7
Sociaal functioneren gaat hierbij om allerlei kleinere en grotere onderdelen van het gedrag,
waaruit blijkt dat iemand weet hoe hij/zij met andere mensen om moet gaan.................................7
Wonen en leefomstandigheden.........................................................................................................8
Praktische zelfredzaamheid/participatie/sociale redzaamheid..........................................................8
Deelnamen aan de maatschappij kan voor mensen met een NAH al extra lastig zijn........................8
De visie van Esdégé-Reigersdaal.............................................................................................................8
Methodiek die aansluit op de beschreven cliënt..............................................................................10
Oplossingsgericht:............................................................................................................................10
Wij werken als team oplossingsgericht zo spelen wij in op de behoefte en ontwikkeling van de
cliënten.................................................................................................................................................10
Clientkenmerken..................................................................................................................................11
Gedrag van de Cliënt:.......................................................................................................................11
Draagkracht V/S draaglast analyses......................................................................................................11
Wanneer de hoeveelheid eisen de er aan je wordt gesteld, of die je zelf stelt, overeenkomt die je aan
kunt., dan spreken we over een goed evenwicht (I bakker, 1998)........................................................11
Wat gaat er goed,.................................................................................................................................11
waar krijg ik energie van:......................................................................................................................11
De wensen, behoefte en mogelijkheden van de cliënt:....................................................................12
3