EIGENTIJDSE
GESCHIEDENIS
Maarten Van Ginderachter
Laure Put
Uantwerpen, faculteit letteren en wijsbegeerte, departement geschiedenis
Academiejaar 2021-2022
1
,INHOUD
1 Inleiding ................................................................................................................................................................ 3
1.1 Wat is eigentijdse geschiedenis .................................................................................................................... 3
1.2 De geschiedenis van het vakdomein ‘eigentijdse geschiedenis’ ................................................................... 4
1.3 Globale samenhangen en de spanning tussen globalisering en fragmentering ........................................... 4
2 Ecologie: biosfeer onder druk .............................................................................................................................. 6
2.1 Bodem ........................................................................................................................................................... 6
2.2 Lucht .............................................................................................................................................................. 8
2.3 Water ............................................................................................................................................................ 9
3 Demografie en energie: oorzaken van de menselijke druk op het milieu ......................................................... 10
3.1 Bevolkingsgroei en urbanisering ................................................................................................................. 10
3.1.1 Mortaliteitstransitie: ziektebestrijding en voedselvoorziening ........................................................... 10
3.1.2 Fertiliteitstransitie: urbanisering en industrialisering .......................................................................... 14
3.2 Energiebehoeften, industrialisering en massaconsumptie ......................................................................... 14
4 Economie en maatschappij: de wereld als markt .............................................................................................. 15
4.1 Economische globalisering .......................................................................................................................... 15
4.1.1 Keynesiaanse tijdperk: gemengde economie (1945-1973) .................................................................. 16
4.1.2 Tijdperk van deregulering: neoliberale markt (1973-heden) ............................................................... 18
4.2 Armoede en ongelijkheid ............................................................................................................................ 20
5 Internationale politiek: orde en wanorde .......................................................................................................... 22
5.1 VS en USSR: van koude vrede naar koude oorlog (1945-1950) .................................................................. 22
5.1.1 Onmiddellijke naoorlog ........................................................................................................................ 22
5.1.2 Blokvorming en containment ............................................................................................................... 28
5.2 Dekolonisatie Azië en globalisering Koude Oorlog (1945-1953) ................................................................. 30
Ontwikkelingen Azië ...................................................................................................................................... 31
5.3 Tussen koude oorlog en confrontatie (1950-1962)..................................................................................... 33
5.4 De non-aligned movement en de ‘derde wereld’ ....................................................................................... 37
5.5 Het einde van de bipolaire wereldorde (1962-1991) .................................................................................. 41
5.5.1 Detente en het bipolarisme onder druk (1962-1979) .......................................................................... 41
5.5.2 Ineenstorting tweede wereld (1979-1991) .......................................................................................... 44
Belangrijke gebeurtenissen ................................................................................................................................... 50
Belangrijke leiders ................................................................................................................................................. 57
2
,1 INLEIDING
Syllabus: 5-14
1.1 WAT IS EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS
• Beginpunt: drie soorten afbakeningscriteria
o Methodologisch (/heuristisch)
▪ Bronnen en artefacten
• Standaard: overheidsdocumenten, verhalende bronnen, prenten,
onuitgegeven archiefstukken en gebruiksvoorwerpen uit het dagelijkse
leven
• Nieuw: radio, film, televisie en internet (audiovisueel en digitaal)
o Begin eigentijdse periode gekoppeld aan doorbraak media
▪ Orale bronnen: levende getuigen (nieuwe bronnen creëren)
• Vlottende begindatum
o Inhoudelijk
▪ Periode met meest recente fundamentele verschuiving
• Barraclough: "Contemporary history begins when the problems which are
actual in the world today first take visible shape."
o Vlottende begindatum
▪ 1890: revolutionaire verandering en crisis (Barraclough)
▪ 1870: Frans-Duitse oorlog (patroon Brits-Franse rivaliteit
doorbroken)
▪ 1917: intrede VS in WOII en Oktoberrevolutie in Rusland
zijn aanzet tot bipolaire wereld (Zeitgeschichte Duitsland,
herzien na val communisme)
▪ 1789: Franse revolutie (histoire contemporaine Frankrijk)
o Problemen veranderen
o Problemen zijn regionaal verschillend
▪ Zelfs binnen West-Europa geen eensgezindheid over
beginpunt
o Causaliteit: hoe ver terug om wortels hedendaagse problemen
bloot te leggen
o Arbitrair
▪ Willekeurig
▪ Begindatum koppelen aan uitvinding
▪ 1838: eerste daguerreotype (foto’s)
▪ 1857: eerste geluidsopnames
• 1945
o Arbitrair: vooroorlogse evoluties blijven doorlopen
o Inhoudelijk: kwalitatieve en kwantitatieve verschuivingen, versnelling historische processen
▪ Sociaal: omkering internationale migratiepatroon
• 1870-1940: uittocht migranten uit West-Europa
• Plaats gemaakt voor immigratiegolf
▪ Economisch
• Eind 18e eeuw: Oosten > Westen
• 19e eeuw: verschuiving zwaartepunt (Azië => Europa en Noord-Amerika)
• 2e helft 20e eeuw: beweging stil, omgekeerde evolutie
• Handelsruimte verschoven: Atlantische => Stille Oceaan
3
, o Import-exportstromen: Noord-Amerika – Oost-Azië > Noord-
Amerika – Europa
o Versnellingen
▪ Wereldbevolking
▪ Economie: stijging BBP
• 1500-1820: 0.3% (0.3% per capita)
• 1820-1950: 1.6% (0.9% per capita)
• 1950-1998: 3.9% (2.1 % per capita)
▪ Globale energieverbruik
• 1850: 40x minder
• 1900: 15x minder
• 1945: 5 à 8x minder
•
1.2 DE GESCHIEDENIS VAN HET VAKDOMEIN ‘EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS’
• Geschiedschrijving: steeds meer geassocieerd met verre verleden
o Recente geschiedenis beschrijven: ‘onwetenschappelijk’
▪ Te dichte betrokkenheid
▪ Schaarste onuitgegeven archiefmateriaal
▪ Historici schreven als publicist/journalist, niet academicus
o Grote oorlog: eerste doorbraak studie eigentijdse geschiedenis
▪ Veelheid aan werken over Eerste Wereldoorlog
▪ Overheidsarchieven openbaar gemaakt in jaren 20-30
▪ Pas in 1945 academische erkenning
• Ook recente geschiedenis bestuderen
• Duitsland: ‘onthechte’ geschiedschrijving = mislukking
o Zeitgeschichte: academische erkenning
• Post-structuralisme: inzicht dat elke vorm van geschiedschrijving subjectief
is
o Verdwijnen harde onderscheid ‘objectieve verre verleden’ en
‘subjectieve dichte verleden’
1.3 GLOBALE SAMENHANGEN EN DE SPANNING TUSSEN GLOBALISERING EN
FRAGMENTERING
• Rode draad
o Globale samenhang
▪ Geografisch: verschillende delen wereld
▪ Ecologisch: mens – milieu
▪ Sociaal – economisch – politiek – cultureel – demografisch
▪ vb. nauwe interactie tussen bevolkingsdruk, ecologische uitputting, de economische
integratie van de wereldvoedselmarkt en de volksgezondheid
o Spanning
▪ Globale integratie – lokale fragmentatie
• Globalisering:
o Over een steeds groter geografisch gebied worden de
verbindingen tussen gemeenschappen steeds talrijker, intenser,
sneller en invloedrijker
o Vier dimensies:
4
GESCHIEDENIS
Maarten Van Ginderachter
Laure Put
Uantwerpen, faculteit letteren en wijsbegeerte, departement geschiedenis
Academiejaar 2021-2022
1
,INHOUD
1 Inleiding ................................................................................................................................................................ 3
1.1 Wat is eigentijdse geschiedenis .................................................................................................................... 3
1.2 De geschiedenis van het vakdomein ‘eigentijdse geschiedenis’ ................................................................... 4
1.3 Globale samenhangen en de spanning tussen globalisering en fragmentering ........................................... 4
2 Ecologie: biosfeer onder druk .............................................................................................................................. 6
2.1 Bodem ........................................................................................................................................................... 6
2.2 Lucht .............................................................................................................................................................. 8
2.3 Water ............................................................................................................................................................ 9
3 Demografie en energie: oorzaken van de menselijke druk op het milieu ......................................................... 10
3.1 Bevolkingsgroei en urbanisering ................................................................................................................. 10
3.1.1 Mortaliteitstransitie: ziektebestrijding en voedselvoorziening ........................................................... 10
3.1.2 Fertiliteitstransitie: urbanisering en industrialisering .......................................................................... 14
3.2 Energiebehoeften, industrialisering en massaconsumptie ......................................................................... 14
4 Economie en maatschappij: de wereld als markt .............................................................................................. 15
4.1 Economische globalisering .......................................................................................................................... 15
4.1.1 Keynesiaanse tijdperk: gemengde economie (1945-1973) .................................................................. 16
4.1.2 Tijdperk van deregulering: neoliberale markt (1973-heden) ............................................................... 18
4.2 Armoede en ongelijkheid ............................................................................................................................ 20
5 Internationale politiek: orde en wanorde .......................................................................................................... 22
5.1 VS en USSR: van koude vrede naar koude oorlog (1945-1950) .................................................................. 22
5.1.1 Onmiddellijke naoorlog ........................................................................................................................ 22
5.1.2 Blokvorming en containment ............................................................................................................... 28
5.2 Dekolonisatie Azië en globalisering Koude Oorlog (1945-1953) ................................................................. 30
Ontwikkelingen Azië ...................................................................................................................................... 31
5.3 Tussen koude oorlog en confrontatie (1950-1962)..................................................................................... 33
5.4 De non-aligned movement en de ‘derde wereld’ ....................................................................................... 37
5.5 Het einde van de bipolaire wereldorde (1962-1991) .................................................................................. 41
5.5.1 Detente en het bipolarisme onder druk (1962-1979) .......................................................................... 41
5.5.2 Ineenstorting tweede wereld (1979-1991) .......................................................................................... 44
Belangrijke gebeurtenissen ................................................................................................................................... 50
Belangrijke leiders ................................................................................................................................................. 57
2
,1 INLEIDING
Syllabus: 5-14
1.1 WAT IS EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS
• Beginpunt: drie soorten afbakeningscriteria
o Methodologisch (/heuristisch)
▪ Bronnen en artefacten
• Standaard: overheidsdocumenten, verhalende bronnen, prenten,
onuitgegeven archiefstukken en gebruiksvoorwerpen uit het dagelijkse
leven
• Nieuw: radio, film, televisie en internet (audiovisueel en digitaal)
o Begin eigentijdse periode gekoppeld aan doorbraak media
▪ Orale bronnen: levende getuigen (nieuwe bronnen creëren)
• Vlottende begindatum
o Inhoudelijk
▪ Periode met meest recente fundamentele verschuiving
• Barraclough: "Contemporary history begins when the problems which are
actual in the world today first take visible shape."
o Vlottende begindatum
▪ 1890: revolutionaire verandering en crisis (Barraclough)
▪ 1870: Frans-Duitse oorlog (patroon Brits-Franse rivaliteit
doorbroken)
▪ 1917: intrede VS in WOII en Oktoberrevolutie in Rusland
zijn aanzet tot bipolaire wereld (Zeitgeschichte Duitsland,
herzien na val communisme)
▪ 1789: Franse revolutie (histoire contemporaine Frankrijk)
o Problemen veranderen
o Problemen zijn regionaal verschillend
▪ Zelfs binnen West-Europa geen eensgezindheid over
beginpunt
o Causaliteit: hoe ver terug om wortels hedendaagse problemen
bloot te leggen
o Arbitrair
▪ Willekeurig
▪ Begindatum koppelen aan uitvinding
▪ 1838: eerste daguerreotype (foto’s)
▪ 1857: eerste geluidsopnames
• 1945
o Arbitrair: vooroorlogse evoluties blijven doorlopen
o Inhoudelijk: kwalitatieve en kwantitatieve verschuivingen, versnelling historische processen
▪ Sociaal: omkering internationale migratiepatroon
• 1870-1940: uittocht migranten uit West-Europa
• Plaats gemaakt voor immigratiegolf
▪ Economisch
• Eind 18e eeuw: Oosten > Westen
• 19e eeuw: verschuiving zwaartepunt (Azië => Europa en Noord-Amerika)
• 2e helft 20e eeuw: beweging stil, omgekeerde evolutie
• Handelsruimte verschoven: Atlantische => Stille Oceaan
3
, o Import-exportstromen: Noord-Amerika – Oost-Azië > Noord-
Amerika – Europa
o Versnellingen
▪ Wereldbevolking
▪ Economie: stijging BBP
• 1500-1820: 0.3% (0.3% per capita)
• 1820-1950: 1.6% (0.9% per capita)
• 1950-1998: 3.9% (2.1 % per capita)
▪ Globale energieverbruik
• 1850: 40x minder
• 1900: 15x minder
• 1945: 5 à 8x minder
•
1.2 DE GESCHIEDENIS VAN HET VAKDOMEIN ‘EIGENTIJDSE GESCHIEDENIS’
• Geschiedschrijving: steeds meer geassocieerd met verre verleden
o Recente geschiedenis beschrijven: ‘onwetenschappelijk’
▪ Te dichte betrokkenheid
▪ Schaarste onuitgegeven archiefmateriaal
▪ Historici schreven als publicist/journalist, niet academicus
o Grote oorlog: eerste doorbraak studie eigentijdse geschiedenis
▪ Veelheid aan werken over Eerste Wereldoorlog
▪ Overheidsarchieven openbaar gemaakt in jaren 20-30
▪ Pas in 1945 academische erkenning
• Ook recente geschiedenis bestuderen
• Duitsland: ‘onthechte’ geschiedschrijving = mislukking
o Zeitgeschichte: academische erkenning
• Post-structuralisme: inzicht dat elke vorm van geschiedschrijving subjectief
is
o Verdwijnen harde onderscheid ‘objectieve verre verleden’ en
‘subjectieve dichte verleden’
1.3 GLOBALE SAMENHANGEN EN DE SPANNING TUSSEN GLOBALISERING EN
FRAGMENTERING
• Rode draad
o Globale samenhang
▪ Geografisch: verschillende delen wereld
▪ Ecologisch: mens – milieu
▪ Sociaal – economisch – politiek – cultureel – demografisch
▪ vb. nauwe interactie tussen bevolkingsdruk, ecologische uitputting, de economische
integratie van de wereldvoedselmarkt en de volksgezondheid
o Spanning
▪ Globale integratie – lokale fragmentatie
• Globalisering:
o Over een steeds groter geografisch gebied worden de
verbindingen tussen gemeenschappen steeds talrijker, intenser,
sneller en invloedrijker
o Vier dimensies:
4