Samenvatting week 5 – Inleiding tot het Nederlandse Internationaal Privaatrecht
HC 9 – 17 oktober: Vervolg EEX-Verordening en commuun IPR
Strikwerda nrs. 214-224 (rechtsmacht onder commuun IPR)
Strikwerda nrs. 261-271 (erkenning en tenuitvoerlegging onder commuun IPR)
Strikwerda nrs. 272-274 (EEX-Verordening c.a., erkenning en tenuitvoerlegging)
B. Het commune internationaal bevoegdheidsrecht
214. Literatuur
215. Van oud naar nieuw
De op 1 januari 2002 ingevoerde regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wijkt op een
aantal punten fundamenteel af van het voordien geldende commune Nederlandse internationaal
bevoegdheidsrecht.
Wijzigingen:
- Ander uitgangspunt: stelsel van directe regels van internationaal bevoegdheidsrecht.
- Afschaffing forum actoris (bevoegdheid Nederlandse rechter op grond van de woonplaats van
de eiser in Nederland) in dagvaardingsprocedures.
- Invoering reeks nieuwe bevoegdheidsregels.
216. Hoofdregel in dagvaardingsprocedures: forum rei
Artikel 2 Rv: de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht indien de gedaagde in Nederland zijn
woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, forum rei.
- Onder woonplaats wordt verstaan het begrip woonplaats als bedoeld in artikel 1:10 BW. Is de
gedaagde een rechtspersoon dan geldt als woonplaats de plaats van de statutaire zetel, artikel
1:10 lid 2 BW. Ingevolge artikel 1:14 BW kan een rechtspersoon met een kantoor of filiaal in
Nederland ook op grond van artikel 2 Rv voor de Nederlandse rechter gedagvaard worden.
- Het begrip gewone verblijfplaats dient begrepen te worden als de maatschappelijke
woonplaats van een persoon. Hierbij dient in het algemeen sprake te zijn van enige
duurzaamheid.
217. Aanvullende bijzondere bevoegdheidsregels
Artikel 6 Rv bevat aanvullende gronden voor internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter
voor bepaalde categorieën van zaken:
a) Verbintenissen uit overeenkomst.
b) Individuele arbeidsovereenkomst of agentuurovereenkomst.
c) Tijdelijke individuele arbeidsovereenkomst.
d) Consumentenovereenkomsten; vrijwel niet meer van belang vanwege de inwerkingtreding van
Brussel I.
e) Verbintenissen uit onrechtmatige daad; van belang is HvJ 30 november 1976 (Kalimijnen):
onder de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan valt zowel de plaats van
handeling (het ‘Handlungsort’) als de plaats van de schadelijke inwerking (het ‘Erfolgsort’).
f) Zakelijke rechten op huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken; vrijwel niet
meer van belang vanwege de inwerkingtreding van Brussel I.
g) Nalatenschappen; wellicht ook zijn belang verloren door de inwerkingtreding van de Europese
Erfrechtverordening.
h) Vennootschappen/rechtspersonen; vrijwel niet meer van belang vanwege de inwerkingtreding
van Brussel I.
i) Faillissement.
218. Accessoire bevoegdheid
Artikel 7 Rv bevat een aantal aanvullende bevoegdheidsregels die hun grond vinden in de samenhang
van vordering.
HC 9 – 17 oktober: Vervolg EEX-Verordening en commuun IPR
Strikwerda nrs. 214-224 (rechtsmacht onder commuun IPR)
Strikwerda nrs. 261-271 (erkenning en tenuitvoerlegging onder commuun IPR)
Strikwerda nrs. 272-274 (EEX-Verordening c.a., erkenning en tenuitvoerlegging)
B. Het commune internationaal bevoegdheidsrecht
214. Literatuur
215. Van oud naar nieuw
De op 1 januari 2002 ingevoerde regeling van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter wijkt op een
aantal punten fundamenteel af van het voordien geldende commune Nederlandse internationaal
bevoegdheidsrecht.
Wijzigingen:
- Ander uitgangspunt: stelsel van directe regels van internationaal bevoegdheidsrecht.
- Afschaffing forum actoris (bevoegdheid Nederlandse rechter op grond van de woonplaats van
de eiser in Nederland) in dagvaardingsprocedures.
- Invoering reeks nieuwe bevoegdheidsregels.
216. Hoofdregel in dagvaardingsprocedures: forum rei
Artikel 2 Rv: de Nederlandse rechter heeft rechtsmacht indien de gedaagde in Nederland zijn
woonplaats of gewone verblijfplaats heeft, forum rei.
- Onder woonplaats wordt verstaan het begrip woonplaats als bedoeld in artikel 1:10 BW. Is de
gedaagde een rechtspersoon dan geldt als woonplaats de plaats van de statutaire zetel, artikel
1:10 lid 2 BW. Ingevolge artikel 1:14 BW kan een rechtspersoon met een kantoor of filiaal in
Nederland ook op grond van artikel 2 Rv voor de Nederlandse rechter gedagvaard worden.
- Het begrip gewone verblijfplaats dient begrepen te worden als de maatschappelijke
woonplaats van een persoon. Hierbij dient in het algemeen sprake te zijn van enige
duurzaamheid.
217. Aanvullende bijzondere bevoegdheidsregels
Artikel 6 Rv bevat aanvullende gronden voor internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter
voor bepaalde categorieën van zaken:
a) Verbintenissen uit overeenkomst.
b) Individuele arbeidsovereenkomst of agentuurovereenkomst.
c) Tijdelijke individuele arbeidsovereenkomst.
d) Consumentenovereenkomsten; vrijwel niet meer van belang vanwege de inwerkingtreding van
Brussel I.
e) Verbintenissen uit onrechtmatige daad; van belang is HvJ 30 november 1976 (Kalimijnen):
onder de plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan valt zowel de plaats van
handeling (het ‘Handlungsort’) als de plaats van de schadelijke inwerking (het ‘Erfolgsort’).
f) Zakelijke rechten op huur en verhuur, pacht en verpachting van onroerende zaken; vrijwel niet
meer van belang vanwege de inwerkingtreding van Brussel I.
g) Nalatenschappen; wellicht ook zijn belang verloren door de inwerkingtreding van de Europese
Erfrechtverordening.
h) Vennootschappen/rechtspersonen; vrijwel niet meer van belang vanwege de inwerkingtreding
van Brussel I.
i) Faillissement.
218. Accessoire bevoegdheid
Artikel 7 Rv bevat een aantal aanvullende bevoegdheidsregels die hun grond vinden in de samenhang
van vordering.