Hoofdstuk 1 Didactische achtergronden van natuur- en techniekonderwijs
1.1. Waarover gaat natuur- en techniekonderwijs?
- Natuur en techniekonderwijs gaat over de hele ons omringende materiële werkelijkheid.
- Natuur= breed opgevat. Gaat over levende en niet-levende natuur. Bijvoorbeeld planten,
dieren, de mens, materialen, voorwerpen en natuurkundige verschijnselen (techniek en
milieu en omgeving).
- Zowel de kennis (feiten en inzichten) als de manier van werken is belangrijk. Kinderen
moeten zelf ontdekkend en ontwerpend bezig zijn. Hierbij doen ze allerlei (onderzoeks-)
vaardigheden op. Het is belangrijk dat kinderen een onderzoekende en verantwoorde
houding tegenover het milieu krijgen/hebben.
- Zie aandachtsgebieden: figuur 1.1.2. blz 21. Woordweb met alle thema’s: dieren, planten,
eigen lichaam, omgeving, weer en seizoenen, materialen voorwerpen en verschijnselen uit
natuur en techniek.
- De projectgroep Natuur- en techniekonderwijs op de basisschool (pgNOB) van de Stichting
leerplan ontwikkeling (SLO) heeft een leerplanvoorstel ontwikkeld voor natuur- en
techniekonderwijs.
- Hierin zijn 7 aandachtsgebieden vastgesteld binnen natuur- en techniekonderwijs:
1. Dieren
2. Planten
3. Eigen lichaam
> deze 3 horen bij ‘levende organismen’
4. Weer en seizoenen
5. Omgeving
6. Materialen en voorwerpen
7. Verschijnselen uit natuur en techniek
> deze horen bij ‘aandachtsgebieden bij natuuronderwijs’
- Later is het deel techniek uitgebreid en is het milieu nadrukkelijker in beeld gekomen
onder de titel ‘Leren voor een Duurzame Ontwikkeling’ (LvDO).
- Met als doelstelling: “Natuur, waaronder biologie, is er in het algemeen op gericht
leerlingen zicht te geven op samenhangen in de materiële werkelijkheid, waarmee het leven
van mensen onlosmakelijk verbonden is. Ontdekkende, onderzoekende en ontwerpende
activiteiten zijn daarbij onmisbaar als basis voor kennis, verwondering, een onderzoekende
houding en een besef van zorg en verantwoordelijkheid voor zichzelf, hun medemens en hun
omgeving.”
- Natuur en techniekonderwijs kan getypeerd worden als een veelzijdige confrontatie met de
levende en niet-levende natuur.
1