Vraag: Is er vitaal (granulatie weefsel) - of dood weefsel (necrose, firbrine)? Zwart, geel, rood
(stroomschema)?
Behandeling: Zorg voor een vitale wondbodem:
Rood: beschermen
Geel: reinigen en bacteriën verwijderen.
Zwart: verwijderen dood weefsel.
Stap 2 Infectie
Vraag: Is er infectie of ontsteking? Infectieverschijnselen: roodheid, zwelling, pijn, warmte, koorts?
Toename van (gekleurd) wondvocht? Sterke of afwijkende geur?
Behandeling:
Regelmatige wondcontrole en verzorging/ reiniging
Antibacteriële wondbehandelingsproducten, zoals protease-inhibitie (remmers) anti-
microbiele middelen, antiseptica, antibiotica.
Stap 3 Moisture, vochtig wondmilieu
Vraag: Is de wond droog, vochtig, nat? Hoe ziet het verband eruit: droog, verzadigd, lekkage? Hoe
vaak wordt het verband verwisseld?
Behandeling: Zorg voor een vochtig wondmilieu (uitdroging en verweking van wondranden
voorkomen):
Droog wondmilieu: wond vochtig maken
Vochtig wondmilieu: wond vochtig houden
Nat wondmilieu: overtollig wondvocht absorberen
Stap 4 Epithelial edge advancement: stimulatie epithelialisatie vanuit de
wondrand.
Vraag: Is de wondrand vitaal, teruggetrokken, ondermijnd? Is de wondomgeving droog, verweekt
(maceratie)? Bij intacte wondranden kan er re-epithelialisatie plaatsvinden, bij niet intacte
wondranden (ondermijnd) zijn deze al gesloten en kunnen de epitheelcellen niet meer migreren over
het wondbed.
Behandeling: Stimuleer de epithelialisatie vanuit de wondranden:
Bescherm de wondranden en wondomgeving
Zorg voor vitale wondranden
Als de eerste 3 stappen met goed resultaat zijn doorlopen, dan is een genezingsproces zichtbaar
vanuit de wondranden en/of vanuit het midden van de wond.