Wat kunnen/ moeten we met dyslexie bij
kleuters?
Predictie en preventie van ernstige leerproblemen
Tijdslijn leesontwikkeling:
Lezen is niet zomaar iets dat start met de formele leesinstructie in het 1 e leerjaar, maar bouwt
eigenlijk verder op tijdens de hele ontwikkeling.
Vanaf onze geboorte worden we bewust gemaakt van verschillende klanken van taal. Deze spelen
ook allemaal een rol tijdens de leesontwikkeling.
Dyslexie paradox:
De periode waarin de beschikbare
interventies het meest efficiënt zijn, de
meeste effectiviteit vertonen, ligt voor
wanneer een diagnose gesteld wordt.
Heeft o.a. te maken met het
hardnekkigheidcriterium (persistent en
resistent).
Diagnose dyslexie:
Ernstige achterstand.
Persistent en hardnekkig.
Exclusief.
, Overgang 3e kleuterklas en 1e leerjaar! Vaak pas op einde van het 2 e leerjaar ten vroegste en
vaak pas in het 3e leerjaar een diagnose van dyslexie gaan stellen.
Mogelijke oplossing:
Predictie en preventie van ernstige leesproblemen.
o Voorspellen wie dyslexie gaat ontwikkelen. Bij die mensen een preventief aanbod
doen.
Op kleuterleeftijd!
Dyslexie voorspellen!?
Onderzoek naar predictieve variabelen.
Basisfunctiemodel:
Het oudste theoretisch model rond leerstoornissen in het Nederlandstalig gebied.
Dit model vormde de basis voor het klassieke schoolrijpheidsonderzoek.
o Bij kleuters gaan kijken of ze klaar zijn om he formele lees- en spellingonderwijs aan
te vatten. Ging ook om de wiskundige vaardigheden.
o Cognitieve basisfuncties vormen de bodem voor de groei van de schoolse
vaardigheden.
Visuele perceptie:
o Instrumenteel niveau:
Gezichtsscherpte.
Accommodatie.
Convergentie.
Diepte-zien en binoculaire fusie.
Scanning.
Hierover gaat het NIET in het basisfunctie model!!! Wel over cognitieve functies.
, o Cognitief niveau:
Zaken bij de visuele perceptie die te maken hebben met het visueel zien (de
perceptie), MAAR waarbij er een cognitieve act moet gebeuren. Waarbij dat er dus
een inspanning van het systeem moet gebeuren (hardware niet alleen, software
moet toegepast worden).
Verschillende vaardigheden (taken) die werden afgenomen bij kinderen om te
zien of ze schoolrijp waren:
1) Visuele discriminatie: minimale verschillen leren zien.
Welk van de
achterste
figuren vormt
hetzelfde dier
als in de
cirkel?
Welke twee figuren zijn gelijk?
2) Visuele analyse/ figuur-achtergrond waarneming
Linkse
figuur
laten
naleggen
met bv
steeknageltjes.
Kinderen die hier een goede figuur-achtergrond waarneming hebben zien
hier twee vierkanten. Leggen eerst vierkant (1 t.e.m. 16) en daarna tweede
vierkant (17 t.e.m. 30).
Kinderen zonder goede figuur-
achtergrond waarneming.
Gebruiken heel andere
oplossingsstrategie om na te
leggen.
3) Ruimtelijke oriëntatie: hoe goed
het kind zich kan oriënteren.
4) Visuo-spatiële waarneming: de vaardigheid om ook in 2D, 3D figuren
zaken te kunnen interpreteren.
kleuters?
Predictie en preventie van ernstige leerproblemen
Tijdslijn leesontwikkeling:
Lezen is niet zomaar iets dat start met de formele leesinstructie in het 1 e leerjaar, maar bouwt
eigenlijk verder op tijdens de hele ontwikkeling.
Vanaf onze geboorte worden we bewust gemaakt van verschillende klanken van taal. Deze spelen
ook allemaal een rol tijdens de leesontwikkeling.
Dyslexie paradox:
De periode waarin de beschikbare
interventies het meest efficiënt zijn, de
meeste effectiviteit vertonen, ligt voor
wanneer een diagnose gesteld wordt.
Heeft o.a. te maken met het
hardnekkigheidcriterium (persistent en
resistent).
Diagnose dyslexie:
Ernstige achterstand.
Persistent en hardnekkig.
Exclusief.
, Overgang 3e kleuterklas en 1e leerjaar! Vaak pas op einde van het 2 e leerjaar ten vroegste en
vaak pas in het 3e leerjaar een diagnose van dyslexie gaan stellen.
Mogelijke oplossing:
Predictie en preventie van ernstige leesproblemen.
o Voorspellen wie dyslexie gaat ontwikkelen. Bij die mensen een preventief aanbod
doen.
Op kleuterleeftijd!
Dyslexie voorspellen!?
Onderzoek naar predictieve variabelen.
Basisfunctiemodel:
Het oudste theoretisch model rond leerstoornissen in het Nederlandstalig gebied.
Dit model vormde de basis voor het klassieke schoolrijpheidsonderzoek.
o Bij kleuters gaan kijken of ze klaar zijn om he formele lees- en spellingonderwijs aan
te vatten. Ging ook om de wiskundige vaardigheden.
o Cognitieve basisfuncties vormen de bodem voor de groei van de schoolse
vaardigheden.
Visuele perceptie:
o Instrumenteel niveau:
Gezichtsscherpte.
Accommodatie.
Convergentie.
Diepte-zien en binoculaire fusie.
Scanning.
Hierover gaat het NIET in het basisfunctie model!!! Wel over cognitieve functies.
, o Cognitief niveau:
Zaken bij de visuele perceptie die te maken hebben met het visueel zien (de
perceptie), MAAR waarbij er een cognitieve act moet gebeuren. Waarbij dat er dus
een inspanning van het systeem moet gebeuren (hardware niet alleen, software
moet toegepast worden).
Verschillende vaardigheden (taken) die werden afgenomen bij kinderen om te
zien of ze schoolrijp waren:
1) Visuele discriminatie: minimale verschillen leren zien.
Welk van de
achterste
figuren vormt
hetzelfde dier
als in de
cirkel?
Welke twee figuren zijn gelijk?
2) Visuele analyse/ figuur-achtergrond waarneming
Linkse
figuur
laten
naleggen
met bv
steeknageltjes.
Kinderen die hier een goede figuur-achtergrond waarneming hebben zien
hier twee vierkanten. Leggen eerst vierkant (1 t.e.m. 16) en daarna tweede
vierkant (17 t.e.m. 30).
Kinderen zonder goede figuur-
achtergrond waarneming.
Gebruiken heel andere
oplossingsstrategie om na te
leggen.
3) Ruimtelijke oriëntatie: hoe goed
het kind zich kan oriënteren.
4) Visuo-spatiële waarneming: de vaardigheid om ook in 2D, 3D figuren
zaken te kunnen interpreteren.