Persoongerichte En Organisatiegerichte Methoden Va (CO6C7A)
Summary
Samenvatting PMCI - Ganzenbord 1 Specificiteit van de criminoloog - KU Leuven Criminologie Academiejaar 2022/2023
8 views 0 purchase
Course
Persoongerichte En Organisatiegerichte Methoden Va (CO6C7A)
Institution
Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven)
Samenvatting van het hoofdstuk 'Specificiteit v.d. criminoloog' behorend tot het vak 'Persoonsgerichte methdoen van de criminologische interventie' gegeven in de 2e bachelor Criminologische Wetenschappen aan de KU Leuven. De samenvatting is gebaseerd op zowel de filmpjes, powerpoint als teksten in ...
Persoongerichte En Organisatiegerichte Methoden Va (CO6C7A)
All documents for this subject (4)
Seller
Follow
5amengevat
Reviews received
Content preview
Samenvatting persoonsgerichte methoden
Academiejaar 2022/2023
Relatie tussen justitie en hulpverlening:
De specificiteit van de criminologische interventie
Persoonsgerichte interventie = een (actieve) tussenkomst afgestemd op de behoefte van een
individu of een kleine groep.
De persoonsgerichte criminologische interventie bestaat uit 5 essentiële elementen:
1. Het doel v.d. interventie: het algemene doel is het oplossen van een probleem:
o Probleem = discrepantie (onderlinge afwijking) tussen de actuele en gewenste
toestand.
o Oplossing = de discrepantie ‘wegwerken’.
De criminologische interventie is gericht op grens- of regeloverschrijdend gedrag.
o Grenzen en regels = impliciete bakens in intermenselijk verkeer, wetten en expliciete
regelgeving.
o Probleem = (potentiële) verstoringen van intermenselijke verhoudingen bij een
(mogelijk) conflict → de aard v.h. conflict zal het doel specificeren. → moeilijkheid:
verschillende partijen met verschillende problemen en doelstellingen.
2. De theorie die de interventie stuurt = in het algemeen ideeën over de wijze waarop een
probleem tot stand komt, de wijze waarop een probleem kan worden voorkomen of opgelost,
ideeën over hoe goed functioneren eruitziet of wie er moet beslissen over het voorgaande
binnen een interventie. De theorie moet tenminste voor een deel empirisch gefundeerd zijn en
betreft vaak een interdisciplinaire kijk. Criminologische theorieën stimuleren de
wetenschappelijke reflectie op de systemen en mechanismen die door de regelgevende
instanties of subgroepen worden gehanteerd om het gedrag van mensen te reguleren.
3. De methodes die we gebruiken om de interventie uit te voeren = de concrete middelen
(=technieken) en de wijze waarop die moeten worden toegepast (=procedures) waarover een
criminoloog beschikt om het vooropgestelde doel te bereiken.
o Diagnostische activiteit = het verzamelen van informatie met betrekking tot een
specifiek geval. Heeft als doel het bij te dragen aan een oplossing van het probleem →
bijv. criminogenese, anamnese, risicotaxatie en het politioneel verhoor.
o Gedragsbeïnvloedende activiteit = veranderingen in de persoon of structurele
context bereiken. Heeft als doel de discrepantie tussen de actuele en gewenste
toestand te reduceren. Heeft 3 dimensies:
Tijdstip: primair (voorafgaand), secundair (tijdens) of tertiair (na) de
manifestatie v.h. probleem.
1. Primair → voorlichtingscampagnes en het faciliteren van
beleidsinitiatieven op een breed publiek om finaal
veiligheidsverhogend gedrag te stimuleren.
2. Secundair → gericht op een groep waarvan men weet dat die een
verhoogd risico vormt om dader/slachtoffer van een delict te worden.
Hierbij geeft men informatie, verzorgt men opvoedingsbegeleiding
aan huis, stimuleert men zinvolle vrijetijdsbesteding.
3. Tertiair → het interview en het gesprek als basismethoden voor het
verzamelen va informatie en het uitvoeren van procedures die gericht
zijn op gedragsverandering. Gezien de aard v.d. problemen en de
doelstelling vergt de tertiaire persoonsgerichte criminologische
aanpak per definitie een systeemgerichte aanpak. Er is vaak een
meekijkende derde en in veel gevallen zijn er meerdere betrokken
aanwezig. De tertiaire persoonsgerichte directe criminologische
, interventie kan als criminologische counseling worden benoemd
waarbij vaak gebruik wordt gemaakt van methoden die zijn afgeleid
van psychologische theorieën.
Focus: veranderingen in de persoon dan wel in de structurele context.
Karakter: defensief (beperken) of offensief (verruimen) van
gedragsmogelijkheden.
De methode moet 1) de gelegenheid bieden om te leren op cognitief, affectief en gedragsmatig
vlak; 2) de hoop op verbetering / verandering stimuleren; 3) het gevoel van beheersing over de
situatie / het leven stimuleren; 4) het gevoel van vervreemding verminderen en 5) zorgen voor
een minimale emotionele arousal bij de cliënt.
Men kan de criminoloog terugvinden als “veiligheidsarchitect” en als “casemanager”:
Veiligheidsarchitect = de criminoloog is enerzijds bedrijvig in de architectuur van de
programma’s waarbij voor deelaspecten beroep kan worden gedaan op andere specialismen,
anderzijds voert de criminoloog ook zelf directe individuele en groepsinterventies uit.
Casemanager = de criminoloog die een geïntegreerd overzicht houdt op zowel de juridische
context als op de welzijnsinitiateven die rond een persoon zijn uitgevoerd en de criminoloog
neemt in dit proces de rol op als “counselor”.
4. De setting waar in de interventie wordt uitgevoerd bestaat uit de kenmerken van de
organisatie die de interventie verstrekken, de plaats van de organisatie tussen justitie en
hulpverlening (=binnen het ruimer maatschappelijk stel) en de fysieke ruimte waar de
interventie plaatsvindt.
5. De (professionele) relatie die de interventie aanstuurt = de gevoelens en attitudes van de
deelnemers naar elkaar toe en de wijze waarop deze tot uiting worden gebracht in een
interactie.
o Overdrachtsrelatie = het deel v.d. relatie dat wordt bepaald door de vroegere
ervaringen v.d. participanten → gevoelens, attitudes en uitdrukkingsmodaliteiten die
wellicht aangepast waren aan vroegere interacties, maar niet aansluiten bij de actuele
professionele interactiepartner.
o Werkrelatie = de band van wederzijds respect en engagement en een overeenkomst
m.b.t. de na te streven doelen en taken.
Een van de basisvoorwaarden voor de ontwikkeling van een kwaliteitsvolle
werkrelatie is de houding van onvoorwaardelijke positieve aanvaarding →
onvoorwaardelijke positieve aanvaarding = de openheid voor de beleving
van de cliënt; een aanvaarding van de beleving zonder voorwaarden.
o Reële relatie = het basisgevoel van de participanten naar elkaar toe dat ofwel een
eerder positieve dan wel negatieve valentie heeft.
De professionele relatie wordt verder van een meer intieme of persoonlijke relatie afgebakend door
onder meer de beperkingen in de duur v.d. relatie, de nadruk op het probleem, het éénzijdige belang en
aandacht voor de cliënt, het onevenwicht in de relatie waarbij de cliënt de expert is inzake zijn
levensverhaal en de beroepskundige de expert in de wijze waarop problemen kunnen worden
aangepast, de sturing door een beroepscode (ethiek) en de situering binnen een organisatie (of de
setting).
De criminoloog moet openstaan voor een veelheid van beïnvloedende factoren, van betrokken partijen
en het sociaal netwerk van de cliënt. Bovendien moet de criminoloog een constante kritische reflectie
hebben op systemen die afdwingbare regels uitvaardigen en een wetenschappelijk-kritische houding
aannemen t.a.v. zijn eigen werk en op basis hiervan gemotiveerd zijn om de interventie te
optimaliseren. Het vinden van een aanvaardbaar evenwicht waarbij zowel rekening wordt gehouden
met de bakens van professionele interventie om haar helende werking te maximaliseren, de bakens die
de opdrachtgever uitzet en een respectvolle bejegening van en open houding voor de persoon van de
cliënt vergt v.d. professionele interveniant een continue aandacht.
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller 5amengevat. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $3.21. You're not tied to anything after your purchase.