Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Other

Begrippenlijst OWE 8 Indiceren van Zorg

Rating
4.0
(1)
Sold
2
Pages
19
Uploaded on
24-06-2023
Written in
2022/2023

In dit document staan alle begrippen van OWE 8 Indiceren van Zorg met de betekenis.

Institution
Course

Content preview

OWE 8 Begrippenlijst

Week 1 en 2 anatomie en fysiologie zenuwstelsel
Hersenstam = Verantwoordelijk voor onze basis- en vitale functies. De hersenstam
bestaat uit de middenhersenen, de pons en het verlengde merg.
Cerebellum = Kleine hersenen (regelen samenwerking tussen de spieren, zodat er
een vloeiende beweging ontstaat).
Centrale zenuwstelsel = Deel van het zenuwstelsel dat binnen de benige omhulsels
van schedel en wervelkolom ligt. Het zijn de hersenen en het ruggenmerg.
Perifere zenuwstelsel = Bevindt zich grotendeels buiten de schedel en de
wervelkolom. De delen van het perifere zenuwstelsel vormen de verbindingswegen
tussen het centrale zenuwstelsel en de rest van het lichaam, de periferie.
Reflexboog = De weg die de impuls aflegt vanaf de plaats van prikkeling tot de
plaats van handelen.
Autonoom zenuwstelsel (sympathisch en parasympatisch) = Het reguleert de
vegetatieve stelsels en coördineert de samenwerking tussen afzonderlijke stelsels.
Het gaat om onbewuste reacties.
Animale zenuwstelsel = Reguleert de wisselwerking tussen het individu en zijn
omgeving. Het gaat om bewuste reacties.
Afferente banen = Banen die van het ruggenmerg in de richting naar de hersenen
gaan.
Efferente banen = Banen die van de hersenen in de richting van het ruggenmerg
afdalen.
Dendrieten = Meestal korte, sterk vertakte celuitlopers die de impulsen naar het
cellichaam toe geleiden.
Axonen = Type zenuwvezel dat impulsen van het cellichaam af geleidt.
Myelineschede = Vetlaagje wat op de meeste axonen zit.
Insnoeringen van Ranvier = De onderbrekingen van het myelineschede die op
regelmatige afstand zijn van elkaar.
Schakelneuronen = Zenuwcellen die in het centrale zenuwstelsel liggen. Hun taak is
om de impulsen van de ene op de andere zenuwcel over te dragen. Interneuronen
hebben korte dendrieten en een kort axon. De meeste neuronen in het CZS zijn
schakelneuronen.
Witte stof = Axonen met een myelineschede. Functioneel kun je witte stof
karakteriseren als de geleidingsweg waarlangs impulsgeleiding plaatsvindt. Tot de
witte stof behoren de zenuwen in het perifere zenuwstelsel en de banen in het
centrale zenuwstelsel.
Grijze stof = Zenuwcellichamen en dendrieten, waarbij een aantal functionele
eenheden is te onderscheiden.

,Epineurium = Stevig bindweefselmantel dat om de zenuw zelf zit.
Perineurium = Bindweefselmantel dat om de bundel zenuwen zit.
Tractus = Bundel gemyeliniseerde zenuwvezels, maar dan binnen het centrale
zenuwstelsel.
Associatiebanen = Korte banen die de verschillende delen binnen de hersenen met
elkaar verbinden.
Commissuren = Korte banen die de verschillende delen binnen de hersenen met
elkaar verbinden.
Basale ganglia = Kernen in de hersenen.
Actiepotentiaal = Depolarisatie boven de drempelwaarde (-50 mV ) tot maximaal 30
mV.
Synaps = Draagt de elektrische impuls via chemische boodschappers over aan de
volgende cel.
Neurotransmitters = Hormoonachtige stoffen die zorgen dat er impulsoverdracht
plaatsvindt.
Motorische eindplaat = Hierin eindigen motorische axonen. Een motorisch
eindplaatje heeft contact met een spiervezel.
Cerebrum = De grote hersenen
Piramide en extra-piramidesysteem = Piramidale systeem is het aansturen van
bewegingen (nauwkeurig). Het extrapiramidale systeem is de automatische houding
en ondersteunend aan fijne motoriek.
Primaire en secundaire schorsgebieden = In de primaire schors wordt de prikkel
gesignaleerd (visueel, akoestisch, tactiel). In de secundaire schors herkent de
prikkel.
Motorische homunculus = Een mannetje met grote handen, vingers, voeten en
lippen dat ondersteboven tegen de motorische schors ligt
gevlijd. De omvang van de ledematen van het mannetje beeldt
de grootte van het corresponderende gebied in de motorische
schors uit.




Broca en Wernicke = Het gebied van Wernicke is betrokken bij het begrijpen van de
taal. Dit gebied werkt samen met het gebied van Broca om taal te produceren. Het
legt verbanden tussen de representatie van betekenis in het brein, en de klanken die
erbij horen als er gesproken wordt.

, Limbische systeem (hippocampus en amygdala) =


Het limbische systeem ligt aan de rand onder de
hersenkwabben. Het hele limbische systeem wordt
gevormd door een groep hersenstructuren in de grote
hersenen die betrokken zijn bij emotie, emotieregulering,
emotioneel geheugen, genot en motivatie


Thalamus = Thalamus is een schakelstation voor impulsen uit de zintuigen. Zo kan
bij concentratie op een specifieke bezigheid de thalamus ervoor zorgen dat je
andere impulsen minder bewust waarneemt.
Hypothalamus = Hypothalamus bestaat uit een aantal centra voor het regelen van
de homeostase (o.a. bloeddruk, temperatuur, honger en dorst).
Plexus = Netwerk van zenuwen of bloedvaten.
Pia mater = Zachte hersenvlies.
Arachnoid = De naam voor het hersenvlies wat rondom de hersenen aanwezig is en
waaruit deze cyste ontstaat. Een cyste is een holte gevuld met vocht. Soms wordt de
afkorting AC gebruikt.
Dura mater = Hard hersenvlies
a. carotis anterior = Voorste halsslagader
A. cerebri media en anterior = A. cerebri media is de middelste hersenslagader en
de a. cerebri anterior is de voorste hersenslagader.
Cirkel van Willis = Vanuit de cirkel van Willis vindt de verdeling van het bloed naar
de hersenen plaats. Zo worden de hersenen altijd van bloed voorzien, ook als één
(of meer) van de aanvoerende slagaders verstopt zou raken.
Afasie = Wanneer als gevolg van hersenletsel een of meer onderdelen van het
taalgebruik niet meer goed functioneren
Ataxie = Het ongecoördineerd en onsamenhangend verloop van bewegingen, dat
niet te wijten is aan verlies van spierkracht.
Apraxie = Je weet niet meer in welke volgorde je iets moet doen.
Agnosie = Je kunt nog steeds dingen zien, horen, proeven, ruiken en voelen. Je
kunt deze dingen alleen niet meer herkennen of plaatsen.
Paralyse = Volledige verlamming.
(Para)parese = Gedeeltelijk verlies van kracht.
Paraplegie = Lage dwarslaesie, alleen de benen zijn aangedaan.
Tetraparese = Hoge dwarslaesie, alle 4 de ledematen zijn aangedaan.
Tetraplegie = Hoge dwarslaesie, alle 4 de ledematen zijn aangedaan.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
June 24, 2023
Number of pages
19
Written in
2022/2023
Type
OTHER
Person
Unknown

Subjects

$8.48
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
2 year ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
mylneroomer Hogeschool Arnhem en Nijmegen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
16
Member since
3 year
Number of followers
10
Documents
9
Last sold
1 month ago

4.0

1 reviews

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0

Trending documents

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions