Naam:
Opdracht: Schrijfopdracht 3
Voornaam:
Studentnummer:
Dag en tijdstip werkgroep: Donderdag 13:15-15:00
Nummer werkgroep:
Naam docent:
Aantal woorden: 1096 woorden
____________________________________
, Een verdediging van de vrijheid van meningsuiting
Inleiding
Velen zullen zich de beruchte uitspraak van Geert Wilders in 2014 herinneren,
oftewel zijn beruchte ‘minder Marokkanen’-uitspraak. Wat hierop volgde was
een golf van aangiftes en tevens een serie rechtszaken, waar recentelijk een
uitspraak in werd gedaan door de Hoge Raad in het Wilders II-arrest. Wilders
werd veroordeeld op basis van wetsartikel 137c Sr1 , dat o.a. groepsbelediging
strafbaar stelt. Deze strafrechtelijke bedreiging roept de vraag op: ‘Zijn de
artikelen 137c en 137d Sr nog wel verenigbaar met de vrijheid van
meningsuiting en daarmee ook de parlementaire immuniteit?’, in dit stuk zal
betoogd waarom deze twee artikelen een gevaar voor de vrijheid van
meningsuiting vormen. Voorstanders pleiten namelijk dat de wetsartikelen
cruciaal zijn ter bescherming van minderheden. Onder vrijheid van
meningsuiting zal in dit betoog zowel artikel 7 Gw én artikel 71 Gw vallen,
aangezien artikel 71 zodanig verweven met artikel 7 is dat dit betoog incompleet
is zonder beide artikelen te behandelen. Er zal eerst uitgebreid stilgestaan
worden achter de functies van vrijheid van meningsuiting, de gevaren van
strafrechtelijke bedreiging en de visies van de voorstanders van strafrechtelijke
bedreiging op beide grondwetsartikelen. Tevens zal stil gestaan worden bij de
consequenties van het beperken/bedreigen van de vrijheid van meningsuiting
zoals neergelegd in artikel 7 Gw én 71 Gw. Tot slot zal er een samenvatting en
conclusie geformuleerd worden.
1
ECLI:NL:HR:2021:1036, r.o. 3.4