HOOFDSTUK 2 - BOUWSTENEN VAN STOFFEN
§2.1 - Periodiek systeem
Je kunt de bouw van een atoom beschrijven met behulp van atoommodellen:
Atomen bestaan uit verschillende onderdelen:
- Atoomkern:
De atoomkern is positief geladen en bevat
protonen en neutronen.
Een atoom is opgebouwd uit 3 verschillende deeltjes.
- Protonen:
Protonen (p) zijn positief geladen deeltjes (1+).
- Neutronen:
Neutronen zijn neutraal geladen deeltjes (0).
Atoommodel van Rutherford
- Elektronen:
Elektronen zijn negatief geladen deeltjes (1-).
De elektronen bevinden zich in een elektronenwolk rondom de atoomkern.
Alle atomen lijken op elkaar qua bouw, maar het aantal protonen, neutronen en elektronen is
per atoomsoort verschillend.
Je kunt het aantal protonen, neutronen, elektronen en het massagetal berekenen:
- Protonen:
Het aantal protonen is gelijk aan het atoomnummer. → Protonen = atoomnummer.
- Neutronen:
Neutronen = massagetal - atoomnummer.
- Elektronen:
Het aantal elektronen is gelijk aan het aantal protonen. → Elektronen = protonen.
- Massagetal:
Massagetal = protonen + neutronen.
Je kunt het massagetal op meerdere manieren weergeven.
Voorbeeld:
- Mg-24, Mg-25, Mg-26
- ²⁴Mg, ²⁵Mg, ²⁶Mg
1
, SCHEIKUNDE LEEROVERZICHT H2
Je weet wat isotopen zijn:
Isotopen zijn atomen van dezelfde atoomsoort maar met een verschillend aantal neutronen.
Atoomsoort Magnesium (Mg) Magnesium (Mg) Magnesium (Mg)
Atoomnummer 12 12 12
Aantal protonen 12 12 12
Aantal elektronen 12 12 12
Aantal neutronen 12 13 14
Massagetal 24 25 26
Je kunt elektronenconfiguraties afleiden uit het periodiek systeem:
De verdeling van elektronen over schillen wordt de
elektronenconfiguratie genoemd.
- De periode geeft het aantal schillen aan.
- De groep toont elementen met gelijkwaardige eigenschappen.
Voorbeeld:
Je wilt het atoommodel van natrium (Na) weten.
1. Kijk naar de periode.
Natrium bevindt zich in periode 3, dus heeft 3 schillen.
2. Kijk naar de elektronenconfiguratie.
Natrium bevat 2 + 8 + 1 = 11 elektronen.
3. Plaats de juiste hoeveelheid elektronen in de schil.
Eerste schil (K-schil) → 2 elektronen.
Tweede schil (L-schil) → 8 elektronen.
Derde schil (M-schil) → 1 elektron.
4. Controleer je antwoord.
Het atoomnummer van Natrium (Na) is 11.
2 + 8 + 1 = 11.
Atoommodel van
Natrium (Na)
2