Welke primitieve reflexen zijn er?
- Grijpreflex
▪ Palmair grijpreflex
▪ Plantair grijpreflex
- Protective side turning (zijwaartse draaiing maken)
- Loopreflex
- Mororeflex
- Zuigreflex
- Zoekreflex
Wat is het ontwikkelingspatroon?
Cranio-caudaal: van het hoofd tot de voeten. Dit geldt hoogstwaarschijnlijk
voor de ontwikkeling van kunnen controleren van de houding. Het grijpreflex is
langer aanwezig in de voeten t.o.v. de handen. Eerst controle in hoofd en nek,
dan romp, dan bekken.
Wat zijn houdingsreacties?
De rest van ons leven voorhanden. Het is essentieel in ons motorisch
repertoire. Ook is het ondersteunend voor willekeurige motoriek en daar
ondergeschikt aan. Ze worden geïntegreerd in vaardigheden
Welke responses zijn er?
Positieve respons: betekend dat de reactieve optreed. Negatieve respons:
betekend dat de reactieve niet optreed.
Wat zijn de verschillende fases van kinderen?
Meeste ontwikkelingsfases worden getypeerd door gedrag. Fase hoort in grote
lijnen wel bij een leeftijd. De verschillende fases van kinderen:
- Baby: 0-1
- Dreumes: 1-2
- Peuter: 2-4
- Kleuter: 5-7
- Schoolkind: 7-12
- Puber: 12-15
- Adelecent: 16+
, Welke psychologische domeinen zijn er?
- Emotioneel: gevoel.
- Cognitief: denken en redeneren.
- Sociaal: relatie met anderen.
- Taal: gebruik en begrip van taal.
- Identiteit: besef en beeld van zichzelf.
Andere belangrijke domeinen zijn:
- Hersenontwikkeling:
▪ Bepalend voor de informatieverwerking
- Ontwikkeling van de waarneming:
▪ Bepalend voor de informatie die binnen komt
- Lichamelijk/motorische ontwikkeling:
▪ Bepalend voor het vermogen te handelen
Hoe gaat de hersenontwikkeling?
Al vanaf de geboorte vindt er een wisselwerking plaats tussen de rijping van de
hersenen en ervaring die het kind opdoet. Hoe verder naar achteren de
structuur ligt van de hersenen, hoe eerder deze uitontwikkeld is.
Hoe gaat het leren bij baby’s en kinderen van 1?
Conditioneren: door middel van conditioneren leer je dat de ene situatie een
andere situatie voorspeld.
Sociaal conditioneren: het kind neemt de reactie van de zorgdrager over en
koppelt dit aan de situatie.
Sociaal refereren: het kind kijkt bij een onbekende situatie naar de reactie van
de zorgdrager om wat te leren uit de situatie. Ze kijken eerst hoe de ouders
hierop reageren
Welke ontwikkelingen vinden er in het eerste jaar plaats?
- Hoofd optillen – ong. 1 maand oud
- Lachje – tussen 5/8 weken
- Terug lachen – 2 maanden
- Geluiden maken, blazen, hummen, gillen – 3 maanden
- Grijpen – 6 maanden
- Omrollen, voeten ontdekken, tijgeren, opstaan - 9 maanden
- Kruipen – 11/12 maanden