Migaratierecht (600350-M-6) 9 december 2020 Antwoordindicatie Versie I
Vragen (zonder casus etc) met Antwoordindicatie en puntenverdeling op blokniveau, op sub-vraag niveau
Blok A – stelling (15 punten)
a. Neem een standpunt in ten aanzien van deze stelling (eens/oneens) [3 pnt].
Antwoordindicatie blok A, vraag a
Keuze voor eens/oneens [3 pnt]
b. Geef twee argumenten uit de studiestof die uw keuze (eens/oneens) bij vraag a
onderbouwen. Formuleer uw antwoord in eigen woorden [12 pnt].
Antwoordindicatie blok A, vraag b Per argument [6 pnt]
Argumenten die de stelling ondersteunen
1. Het beleid is gebaseerd op een ambtsbericht uit 2000. Voor dat ambtsbericht zijn anonieme
bronnen gebruikt, en bovendien zijn er in de loop der tijd andere organisaties (zoals de
UNHCR) geweest die het ambtsbericht op belangrijke punten hebben bekritiseerd. We
hebben hier dus te maken met een 20 jaar oud ambtsbericht waarvan moeilijk is te
achterhalen of de informatie die er in staat wel klopt. Het ambtsbericht is daarom niet
betrouwbaar.
2. Het beleid neemt voor ex-(onder)officieren van de KhAD/WAD automatisch aan dat er
sprake is geweest van ‘personal and knowing participation’. Dit automatisme, op basis
waarvan deze asielzoekers dus worden uitgesloten van een asielstatus op basis van artikel
1F Vluchtelingenverdrag, is in strijd met de verplichting tot een individueel onderzoek en
individuele beoordeling uit HvJEU B. & D. t. Duitsland.
Argumenten die de stelling weerleggen
1. De ABRvS heeft inzage gehad in de onderliggende (geanonimiseerde) bronnen van het
ambtsbericht en heeft, vol toetsend, geoordeeld dat het ambtsbericht zorgvuldig tot stand is
gekomen, betrouwbaar is, en daarom ten grondslag mag liggen aan het 1F-beleid ten
aanzien van ex-(onder)officieren van de KhAD/WAD. Zie ABRvS 2 oktober 2012
(201100646/1).
2. Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de individuele gevallen wel bekeken
worden, maar dat zodra duidelijk is geworden (in het individuele geval) dat een asielzoeker
(onder)officier is geweest bij de Afghaanse veiligheidsdiensten, er automatisch ‘personal and
knowing participation’ wordt aangenomen op basis van gedegen onderzoek (zoals
neergelegd in het ambtsbericht). Zo bezien vindt er wel een individueel onderzoek plaats,
maar wordt het criterium ‘personal and knowing participation’ ingevuld aan de hand van een
algemeen deskundigenbericht. Dit is een kwestie van bewijs, en daar heeft het Unierecht
niets over te zeggen. Het beleid is dan ook niet in strijd met B. & D. t. Duitsland.
3. Het beleid is bewust (en terecht) streng omdat Nederland anders het risico loopt ernstige
misdadigers te makkelijk asiel te verlenen. Er moet een balans zijn tussen enerzijds een
mogelijkheid om de aanname van ‘personal and knowing participation’ te ontkrachten, en
anderzijds een strenge toets die het misdadigers moeilijk maakt hier asiel te krijgen. Dat het
, dus moeilijk is om hier asiel te krijgen, is dus op zichzelf nog geen reden om het beleid te
herzien.
Blok B – Toepassingsvraag (totaal 25 punten)
a. Werk aan de hand van de feiten het juridisch kader uit dat op de verblijfsbeëindiging van Ian van toepassing
is. [14 pnt]
Antwoordindicatie Blok B, vraag a [14 pnt]
Uit de casus blijkt dat Ian op zijn 13e naar Nederland is gekomen om bij zijn vader en stiefmoeder te verblijven. Hij
zal zijn verblijfsrecht ontlenen aan de gezinsherenigingsrichtlijn. [2 pnt]
Zijn vader moet dan een derdelander (d.w.z. een onderdaan van een land dat geen lid is van de EU), wettig in Nl
verblijven op grond van een verblijfstitel met een geldigheidsduur van 1 jaar of meer en reden hebben om te
verwachten dat hem een permanente verblijfsrecht zal worden toegekende (zie art. 2(a) en (c) en, 3(1) van rl.
2003/86/EG). I.c. is gegeven dat ook zijn vader Canadees is en hier langer dan 10 jaar verblijf als echtgenoot van een
Nederlandse vrouw en twee kinderen waar hij 9 jaar gewerkt heeft. Gezien zijn verblijfsduur zal hij een vtv-
onbepaalde duur hebben. Ian moet familielid in de zin van art. 4 rl. 2003/86/EG. I.c. is hij toegelaten als minderjarige
kind van de gezinshereniger (sub c - want zijn moeder leeft niet meer); minderjarig omdat in Nl kinderen tot 18 jaar
minderjarig zijn. [4 pnt]
De vwden die gelden voor gezinshereniging staan in art. 7(1) a-c rl. 2003/86/EG : normale huisvesting (Nl hanteert
geen huisvestingseis); ziektekostenverzekering (daarover bidet casus geen uitsluitsel over) en stabiele en
regelmatige inkomsten (uit de casus blijkt dat de vader tot een jaar geleden als metaalarbeider in de hoogovens
heeft gewerkt). Voor de gezinsleden geldt dat van hen verwacht kan worden dat zij aan integratievoorwaarden
voldoen (art. 7(2)) – deze eis wordt niet aan kinderen gesteld als zij leerplichtig zijn en geen gevaar vormen voor de
openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid (art. 6). De casus biedt geen uitsluitsel of Ian op 13 jarige
leeftijd al criminele activiteiten heeft ontwikkeld. [4 pnt]
Het verblijfsrecht van ene gezinslid kan worden ingetrokken als niet meer aan de voorwaarden voor verblijf wordt
voldaan (art. 16(1)a) rl. 2003/86/EG). Openbare orde (art. 6) rechtvaardigt dus de intrekking van een
verblijfsdocument. Het Hof van Justitie heeft in het G.S. en V.G. arrest openbare orde in de zin van artikel 6 van de
gezinsherenigingsrichtlijn bij intrekking van het verblijfsrecht als volgt uitgelegd: Er moet een voldoende zware straf
zijn opgelegd ten opzichte van de duur van het verblijf. Verder moet de inbreuk die de strafrechtelijke veroordeling
rechtvaardigt voldoende ernstig van aard zijn om vast te kunnen stellen dat het noodzakelijk is het verblijf van deze
aanvrager uit te sluiten en moet er een individuele beoordeling hebben plaatsgevonden conform art. 17 rl.
2003/86/EG. [4 pnt]
b. Beoordeel of in het licht van de hierboven weergegeven feiten het verblijfsrecht van Ian beëindigd mag
worden op grond van het onder a uitgewerkte juridisch kader. Waar u informatie mist om een goede
beoordeling te maken, kunt u volstaan met dit aan te geven en te benoemen waarom u deze informatie
nodig heeft. [8 pnt]
Antwoordindicatie Blok B, vraag b [8 pnt]
The benefits of buying summaries with Stuvia:
Guaranteed quality through customer reviews
Stuvia customers have reviewed more than 700,000 summaries. This how you know that you are buying the best documents.
Quick and easy check-out
You can quickly pay through credit card or Stuvia-credit for the summaries. There is no membership needed.
Focus on what matters
Your fellow students write the study notes themselves, which is why the documents are always reliable and up-to-date. This ensures you quickly get to the core!
Frequently asked questions
What do I get when I buy this document?
You get a PDF, available immediately after your purchase. The purchased document is accessible anytime, anywhere and indefinitely through your profile.
Satisfaction guarantee: how does it work?
Our satisfaction guarantee ensures that you always find a study document that suits you well. You fill out a form, and our customer service team takes care of the rest.
Who am I buying these notes from?
Stuvia is a marketplace, so you are not buying this document from us, but from seller kkboudih. Stuvia facilitates payment to the seller.
Will I be stuck with a subscription?
No, you only buy these notes for $6.93. You're not tied to anything after your purchase.