De verpleegkundige in de geriatrie
Basisboek hbo. Redactie: Saskia Danen en Ton Vermeij, 2012
Deze samenvatting is met zorg samengesteld. Wees echter alert bij het bestuderen ervan en verdiep je in actuele vernieuwingen.
DEEL 1 Oriëntatie op de zorgcategorie
H1. De zorgcategorie
De meeste ouderen wonen nog zelfstandig en hebben weinig hulp nodig. Van de 80-plussers is een
derde slecht ter been. Een vijfde van de 80-plussers kan zichzelf niet verzorgen. Binnen de groep
oudere zorgvragers wordt een onderverdeling gemaakt in de vitale oudere, die alleen maar last heeft
van galstenen; de pregeriatrische oudere die kwetsbaar is en waarbij preventie nodig is; de
geriatrische zorgvrager met complexe ziekteproblemen; de psychogeriatrische zorgvrager die lijdt aan
psychische en gedragsstoornissen.
De wijze waarop je zorg verleent is afhankelijk van je eigen gedachtegoed als zorgverlener. Als je
bijvoorbeeld van mening bent dat de ouderen van hun oude dag mogen genieten, zal je als
verpleegkundige minder snel het belang inzien om de ouderen te stimuleren tot bewegen. In
tegenstelling tot wanneer je de ouderen ziet als autonome, regievoerende wezens.
De hogere levensverwachting is aan vier punten toe te wijzen. Er is meer inzicht in het ontstaan van
ziekteverwekkers (1). Dat maakt dat hygiëne bijvoorbeeld beter wordt nagestreefd. De geneeskunde
is sterk ontwikkeld (2). Hierdoor kan er bijvoorbeeld effectief antibiotica ingezet worden. De
levenstandaard is verbetert (3), dat maakt dat ondervoeding bijvoorbeeld minder vaak voorkomt. Er
wordt steeds meer wetenschappelijk onderzoek (4) afgevuurd, bijvoorbeeld op het gebied van
farmacologie. Dat draagt ook bij aan de hogere levensverwachting.
Het verouderingsproces:
- Endogene (van binnenuit) en exogene veranderingen (van buitenaf). Een voorbeeld van
endogene veranderingen zijn grijsheid, staar en osteoporose. Exogene veranderingen zijn de
lichamelijke conditie, voedselinname en leefwijze.
- De organen gaan achteruit als gevolg van een vermindering van het aantal cellen en een
toename van beschadigde cellen door bijvoorbeeld atrofie of disbalans van hemostase.
- De vijf zintuigen gaan achteruit (gezicht, gehoor, tast, smaak, reuk)
- Verminderde hormoonproductie dat kan leiden tot osteoporose of schildklieraandoeningen.
- Verminderde cognitieve functies waardoor als meer moeite en tijd kost.
- Veranderde mobiliteit inclusief de gevolgen daarvan.
Een geriatrische zorgvrager kenmerkt zich door:
- Samenhang van somatische, psychische, sociale en functionele factoren;
- Gelijktijdige aanwezigheid van meer dan één ziekte (waarbij depressie bij dementie een
voorbeeld is van comorbiditeit en astma samen met diabetes mellitus een voorbeeld is van
multimorbiditeit).
- Veranderde presentatie van ziekten (denk aan de geriatric giants).
- Polyfarmacie
- Afname van functionele reserves en snelle achteruitgang.
- Langzaam herstel en grotere kans op complicaties.
Basisboek hbo. Redactie: Saskia Danen en Ton Vermeij, 2012
Deze samenvatting is met zorg samengesteld. Wees echter alert bij het bestuderen ervan en verdiep je in actuele vernieuwingen.
DEEL 1 Oriëntatie op de zorgcategorie
H1. De zorgcategorie
De meeste ouderen wonen nog zelfstandig en hebben weinig hulp nodig. Van de 80-plussers is een
derde slecht ter been. Een vijfde van de 80-plussers kan zichzelf niet verzorgen. Binnen de groep
oudere zorgvragers wordt een onderverdeling gemaakt in de vitale oudere, die alleen maar last heeft
van galstenen; de pregeriatrische oudere die kwetsbaar is en waarbij preventie nodig is; de
geriatrische zorgvrager met complexe ziekteproblemen; de psychogeriatrische zorgvrager die lijdt aan
psychische en gedragsstoornissen.
De wijze waarop je zorg verleent is afhankelijk van je eigen gedachtegoed als zorgverlener. Als je
bijvoorbeeld van mening bent dat de ouderen van hun oude dag mogen genieten, zal je als
verpleegkundige minder snel het belang inzien om de ouderen te stimuleren tot bewegen. In
tegenstelling tot wanneer je de ouderen ziet als autonome, regievoerende wezens.
De hogere levensverwachting is aan vier punten toe te wijzen. Er is meer inzicht in het ontstaan van
ziekteverwekkers (1). Dat maakt dat hygiëne bijvoorbeeld beter wordt nagestreefd. De geneeskunde
is sterk ontwikkeld (2). Hierdoor kan er bijvoorbeeld effectief antibiotica ingezet worden. De
levenstandaard is verbetert (3), dat maakt dat ondervoeding bijvoorbeeld minder vaak voorkomt. Er
wordt steeds meer wetenschappelijk onderzoek (4) afgevuurd, bijvoorbeeld op het gebied van
farmacologie. Dat draagt ook bij aan de hogere levensverwachting.
Het verouderingsproces:
- Endogene (van binnenuit) en exogene veranderingen (van buitenaf). Een voorbeeld van
endogene veranderingen zijn grijsheid, staar en osteoporose. Exogene veranderingen zijn de
lichamelijke conditie, voedselinname en leefwijze.
- De organen gaan achteruit als gevolg van een vermindering van het aantal cellen en een
toename van beschadigde cellen door bijvoorbeeld atrofie of disbalans van hemostase.
- De vijf zintuigen gaan achteruit (gezicht, gehoor, tast, smaak, reuk)
- Verminderde hormoonproductie dat kan leiden tot osteoporose of schildklieraandoeningen.
- Verminderde cognitieve functies waardoor als meer moeite en tijd kost.
- Veranderde mobiliteit inclusief de gevolgen daarvan.
Een geriatrische zorgvrager kenmerkt zich door:
- Samenhang van somatische, psychische, sociale en functionele factoren;
- Gelijktijdige aanwezigheid van meer dan één ziekte (waarbij depressie bij dementie een
voorbeeld is van comorbiditeit en astma samen met diabetes mellitus een voorbeeld is van
multimorbiditeit).
- Veranderde presentatie van ziekten (denk aan de geriatric giants).
- Polyfarmacie
- Afname van functionele reserves en snelle achteruitgang.
- Langzaam herstel en grotere kans op complicaties.