1. Introductie 2
2. Anatomie en fysiologie van het oog 3
3. Fysiologie van het visuele systeem 9
4. Onderzoek van de visuele banen 25
5. Anamnese en onderzoek van de patiënt met een oogklacht 33
6. Cornea en conjunctiva 36
7. Amblyopie en strabisme 46
8. Uveïtis of ontsteking van het vaatvlies 54
9. Refractie afwijkingen 59
10.Cataract 64
11.Radiologie 70
12.Oftalmoneurologie 75
13.Oogleden 92
14.Glaucoom 111
15.Retina – algemeen 121
16.Acuut visusverlies 132
17.Rijgeschiktheid 137
18.Visuele revalidatie 143
19.Farmacotherapie 144
20.1 Chronisch visusverlies – diabetes 156
2 Chronisch visusverlies – ARMD 162
21.Casussen 164
22. Vaardigheden oftalmologie 164
1
, 1. INTRODUCTIE
4 O’S
- Oogarts (≠ oogchirurg)
- Orthoptist
- Optometrist
- Opticien
OOGARTS
- 6 jaar basisopleiding + 4 jaar ASO
- 1300 oogartsen in België (12,2 per 100,000 inwoners)
à toch lange wachttijden (enkele weken tot 6 maanden)
- Vroeger solo-praktijken, nu groepspraktijken waarbij verschillende artsen een subspecialiteit kiezen
- Para-medisch personeel ondersteunt de oogarts:
o Paramedicus = iemand die voor zijn beroep diagnostische, therapeutische handelingen of
technische hulpverstrekkingen levert op verzoek van een arts.
o Orthoptist: onderzoek en behandeling van kinderen en van patiënten met problemen met het
binoculair zicht
o Verpleging (bloedafnames, technische onderzoeken, assisteren in OK)
o Optometrist: nieuw paramedisch beroep erkend door het KB van 09/02/2023: concentreert
zich op de optische problematiek van het oog zelf (zoals refractieafwijking: myopie,
hypermetropie en/of het opsporen van astigmatisme) om tot een aangepaste bril of
lenscorrectie te komen.
- Opticien: technisch-commercieel statuut
EVOLUTIE
- Verschuiving van curatieve naar preventieve zorg bv valpreventie bij ouderen
- Toename van de refractie-afwijkingen bij jongeren (epidemie van myopie)
- Toename van degeneratieve aandoeningen bij de ouderen (maculaire degeneratie, glaucoom,…)
- Wetenschappelijke vooruitgang met nieuwe behandelingen (injecties voor maculaire degeneratie,
hoornvliestransplantaties voor endotheeldegeneratie,…)
- Multidisciplinaire problematiek: van diabetes tot leerstoornissen
- Verwachtingspatroon van de patiënten
ROL VAN DE HUISARTS OF SPOEDARTS
Op adequate wijze de ondervraging en het klinisch onderzoek kunnen doen van een patiënt met een oogklacht
zodat een differentiaal diagnose kan gemaakt worden met nadruk op het herkennen van de pathologie die al of
niet dringend moet doorverwezen worden naar de oogarts
Oftalmologie maakt integraal deel uit van de opleiding tot arts
2
, 2. ANATOMIE EN FYSIOLOGIE VAN HET
OOG EN DE GEZICHTSBANEN
LAGEN VAN DE OOGBOL
SCLERA
- = oogwit
- Niet-transparante fibreuze wand van het oog
o Ongeordende schikking van het collageen
o Dunst thv de vasthechting van de oogspieren
CORNEA
- = hoornvlies
- Transparant venster van het oog
o Geen BV
o Niet-gemyeliniseerde zenuwuiteinden
o Specifieke structuur: regelmatige ordening van collageen (vnl type 1)
5 LAGEN
EPITHEEL
- Meerlagig, niet-gekeratiniseerd plaveiselepitheel
- Lucht/traanfilm interface is het sterkste refractieve
interface van het oog
3
, STROMA
- Opgeboud uit
o Keratocyten
o Collageen I en VI
o Gronsubstantie van proteoglycans (hydrofiel)
- Theorie van Maurice: Transparantie van de cornea wordt bepaald door de regelmatige schikking van
de collageenfibrillen
à golflengte van licht en afstand tussen fibrillen komt zodanig overeen dat licht tussen fibrillen kan
reizen zonder hierop te botsen
ENDOTHEEL
- Monolaag van heaxagonale cellen
- Functie: water wegpompen uit het corneale stroma (ATP-dependente pomp)
o Hier veel energie en O2 voor nodig
o Ogen sluiten à minder O2
à als je problemen hebt met endotheelcellen kan pt last hebben van oedeem bij slapen
VEROUDERING VAN HET CORNEALE ENDOTHEEL
- Humane endotheelcellen prolifereren niet!
- Met stijgende leeftijd
o Celdensiteit neemt af
o Toenemend polymorfisme en
polymegethisme van de cellen
à cellen gaan veranderen
TRANSPARANTIE VAN DE CORNEA
- Falen van de endotheliale pompfunctie leidt tot
stromaal oedeem (afb L)
à verstoorde collageenschikking
- Corneaal oedeem met plooien van de Descemet
aan de spleetlamp (afb R)
ANATOMIE VOORKAMER EN CORNEA
- Dikte cornea
o Centraal: 0,5 mm
o Perifeer: 0,65 mm (dus dikker perifeer)
- Diameter
o 12,5 mm
- Kleiner bij vrouwen
4