Inhoud
Week 1: Orthopedie BE...................................................................................................................................................6
Week 2: Orthopedie OE.................................................................................................................................................13
Week 3: A-specifieke nekklachten.................................................................................................................................20
Week 4: A-specifieke lage rug klachten.........................................................................................................................23
Week 5: Cervicaal en lumbaal radiculair syndroom.......................................................................................................27
Week 6: Centrale zenuwstelsel......................................................................................................................................29
Week 7: Perifeer zenuwstelsel.......................................................................................................................................32
Week 8: Hart & Long, viscero-vasculair problematiek...................................................................................................40
,
,Toets instructie: FYVB16FTIP
Tijdens de afname van de toets zijn de studenten in tweetallen aanwezig waarbij de ene student de rol van
therapeut op zich neemt en de andere student de rol van patiënt. De kandidaat (=therapeut) trekt een
casus en voert na lezing een fysiotherapeutisch onderzoek en –behandeling bij de proefpersoon uit. De
docent bepaalt tijdens de toets aan de hand van een docentversie van de casus de uitkomsten van het
fysiotherapeutisch onderzoek. De docent stelt tijdens de praktijktoets daar waar nodig vragen ter
verheldering. Daarnaast beoordeelt hij of het onderzoek en de behandeling wordt uitgevoerd conform de
criteria op het beoordelingsformulier. De student verantwoordt de uitgevoerde handelingen door klinisch te
redeneren met behulp van relevante concepten en theorieën, die gedurende blok 1.1 t/m 2.3 van het
curriculum fysiotherapie behandeld zijn.
Beoordeling van de praktijk toets:
Fysiotherapeutisch onderzoek
Screening(Alleen DTF)
Anamnese
ICF-Conclusie met hypothesevorming (xx jaar m/v met klachten waarbij
stoornis(Kwantificeren) en stoornis(kwantificeren) het hoofdprobleem zijn en
activiteiten/participatie moeite kosten, daarnaast persoonlijk/omgevingsfactoren
die van invloed kunnen zijn op de klachten.
Normaal/abnormaal verloop? Indien mogelijk in profielen verdelen
Inspectie (totaal, lokaal, functioneel)
Palpatie
Bewegingsonderzoek
Specifieke testen
Fysiotherapeutische conclusie na gehele onderzoek: Onderzoek moet
consistent zijn met conclusie na anamnese!
Fysiotherapeutische behandeling
Behandelplan SMART geformuleerd
Doelen op lange termijn(ICF) 3 maand(12week) op participatie/activiteit.
2x doelen op korte termijn 2-3 week, stoornis/activiteit niveau.(Ziekte inzicht +
vergrootte mob/verlichte pijn enz.
Behandelmiddelen
Behandelplan consistent met fysiotherapeutische conclusie na onderzoek
richten op hulpvraag!
Behandeling 1 Uitleg klacht, beïnvloedende factoren, prognose en behandeling
(leergesprek)
Behandeloptie 2
Behandeloptie 3
Behandeloptie 4
Afronding behandeling HOS en
bedoeling volgende bijeenkomst
, Screening
Personalia
Uitleg procedure
Hulpvraag
Ontstaanswijze/beloop
Rode vlaggen
Terugkoppeling resultaten Pluis of niet pluis
Anamnese
Structuur / functiestoornissen Activiteiten Participatie
↔ ↔ ↔
Soort -Bij welke activiteiten -4 A’s
Ernst(VAS) treed (stoornis) op? En Inhoud
Wanneer hoeveel moeite kost Omstandigheden
het(PSK) Voorwaarden
Ontstaan
Beloop Verhoudingen
-Hobby’s
Pijn – Mobiliteit – Stabiliteit(P/A) – Balans –
Kracht – Sensorische verschijnselen
↑ ↑
Persoonlijke factoren Omgevingsfactoren
LoC -Thuissituatie
-Ervaart u invloed op de klachten? -Hulp van omgeving
Coping -Belastbaarheid die omgeving vraagt
-Wat doet u op het moment dat u klachten
heeft?
Attributie
-Hoe denkt u dat de probleem is ontstaan?
Ziekte perceptie
-Heeft u enige idee wat er aan de hand is ?
Samengevat
Hulpvraag
Onderzoek
Inspectie Totaal Lokaal Functioneel
Palpatie
Bewegingsonderzoek functioneel houden.
Specifieke testen
FT diagnose (xx jaar m/v met klachten waarbij stoornis(Kwantificeren) en
stoornis(kwantificeren) het hoofdprobleem zijn en activiteiten/participatie moeite kosten,
daarnaast persoonlijk/omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op de klachten.
Behandeldoelen
o Lang termijn
o Kort termijn
Behandelmiddelen Leergesprek
HOS?
Week 1: Orthopedie BE...................................................................................................................................................6
Week 2: Orthopedie OE.................................................................................................................................................13
Week 3: A-specifieke nekklachten.................................................................................................................................20
Week 4: A-specifieke lage rug klachten.........................................................................................................................23
Week 5: Cervicaal en lumbaal radiculair syndroom.......................................................................................................27
Week 6: Centrale zenuwstelsel......................................................................................................................................29
Week 7: Perifeer zenuwstelsel.......................................................................................................................................32
Week 8: Hart & Long, viscero-vasculair problematiek...................................................................................................40
,
,Toets instructie: FYVB16FTIP
Tijdens de afname van de toets zijn de studenten in tweetallen aanwezig waarbij de ene student de rol van
therapeut op zich neemt en de andere student de rol van patiënt. De kandidaat (=therapeut) trekt een
casus en voert na lezing een fysiotherapeutisch onderzoek en –behandeling bij de proefpersoon uit. De
docent bepaalt tijdens de toets aan de hand van een docentversie van de casus de uitkomsten van het
fysiotherapeutisch onderzoek. De docent stelt tijdens de praktijktoets daar waar nodig vragen ter
verheldering. Daarnaast beoordeelt hij of het onderzoek en de behandeling wordt uitgevoerd conform de
criteria op het beoordelingsformulier. De student verantwoordt de uitgevoerde handelingen door klinisch te
redeneren met behulp van relevante concepten en theorieën, die gedurende blok 1.1 t/m 2.3 van het
curriculum fysiotherapie behandeld zijn.
Beoordeling van de praktijk toets:
Fysiotherapeutisch onderzoek
Screening(Alleen DTF)
Anamnese
ICF-Conclusie met hypothesevorming (xx jaar m/v met klachten waarbij
stoornis(Kwantificeren) en stoornis(kwantificeren) het hoofdprobleem zijn en
activiteiten/participatie moeite kosten, daarnaast persoonlijk/omgevingsfactoren
die van invloed kunnen zijn op de klachten.
Normaal/abnormaal verloop? Indien mogelijk in profielen verdelen
Inspectie (totaal, lokaal, functioneel)
Palpatie
Bewegingsonderzoek
Specifieke testen
Fysiotherapeutische conclusie na gehele onderzoek: Onderzoek moet
consistent zijn met conclusie na anamnese!
Fysiotherapeutische behandeling
Behandelplan SMART geformuleerd
Doelen op lange termijn(ICF) 3 maand(12week) op participatie/activiteit.
2x doelen op korte termijn 2-3 week, stoornis/activiteit niveau.(Ziekte inzicht +
vergrootte mob/verlichte pijn enz.
Behandelmiddelen
Behandelplan consistent met fysiotherapeutische conclusie na onderzoek
richten op hulpvraag!
Behandeling 1 Uitleg klacht, beïnvloedende factoren, prognose en behandeling
(leergesprek)
Behandeloptie 2
Behandeloptie 3
Behandeloptie 4
Afronding behandeling HOS en
bedoeling volgende bijeenkomst
, Screening
Personalia
Uitleg procedure
Hulpvraag
Ontstaanswijze/beloop
Rode vlaggen
Terugkoppeling resultaten Pluis of niet pluis
Anamnese
Structuur / functiestoornissen Activiteiten Participatie
↔ ↔ ↔
Soort -Bij welke activiteiten -4 A’s
Ernst(VAS) treed (stoornis) op? En Inhoud
Wanneer hoeveel moeite kost Omstandigheden
het(PSK) Voorwaarden
Ontstaan
Beloop Verhoudingen
-Hobby’s
Pijn – Mobiliteit – Stabiliteit(P/A) – Balans –
Kracht – Sensorische verschijnselen
↑ ↑
Persoonlijke factoren Omgevingsfactoren
LoC -Thuissituatie
-Ervaart u invloed op de klachten? -Hulp van omgeving
Coping -Belastbaarheid die omgeving vraagt
-Wat doet u op het moment dat u klachten
heeft?
Attributie
-Hoe denkt u dat de probleem is ontstaan?
Ziekte perceptie
-Heeft u enige idee wat er aan de hand is ?
Samengevat
Hulpvraag
Onderzoek
Inspectie Totaal Lokaal Functioneel
Palpatie
Bewegingsonderzoek functioneel houden.
Specifieke testen
FT diagnose (xx jaar m/v met klachten waarbij stoornis(Kwantificeren) en
stoornis(kwantificeren) het hoofdprobleem zijn en activiteiten/participatie moeite kosten,
daarnaast persoonlijk/omgevingsfactoren die van invloed kunnen zijn op de klachten.
Behandeldoelen
o Lang termijn
o Kort termijn
Behandelmiddelen Leergesprek
HOS?