Textiel chemie
Les 1
Periodiek systeem
Regel 1 heeft 1 schil en regel 2 heeft 2 schillen enzovoort.
De kolommen hebben per cijfer de zelfde eigenschappen.
Een molecuul bestaat uit verschillende atomen.
Ionen
Kation: een ion dat een positieve lading heeft.
Anion: een ion dat een negatieve lading heeft.
Isotopen
Atomen met dezelfde aantal protonen maar andere aantal nummer van neutronen.
Elementen met een gelijk aantal protonen maar een ander aantal neutronen.
Atoomnummer (Z) = aantal (#) protonen in atoom
Massagetal (A) = # protonen + # neutronen
Massagetal is altijd groter dan het atoomnummer.
Katoenen stof – garens – vezels – micro vezels – polymeren (cellulose) – glucose moleculen – atomen
Valentie elektronen: buitenste schil
Periodes geeft het aantal schillen aan
Eerste schil: maximaal 2
Volgende schillen: maximaal 8
Laatste schil: wat erover blijft
Wij gaan alleen bezig met groep 1, 2 en 13 t/m 18.
Groep 18 heeft de meest stabiele kolom: omdat de valentie vol is.
Ionen: als je een + of – ziet gaat het over een ion.
+ = kation (positieve lading)
- = anion (negatieve lading)
Alleen de valentie elektronen reageren: dus de buitenste schil gaat weg.
Elektronen= -
Protonen= +
Neutronen= o
Elke atoom wil 8 elektronen in de buitenste schil hebben: Octet regel
Octet regel: de neiging om 8 elektronen in de buitenste schil te hebben.
We moeten weten hoeveel valentie elektronen elke groep heeft.
, Covalentbinding/atoombinding: de atomen delen elektronen met elkaar om 8 te hebben in de
buitenste schil.
Alleen de buitenste schil geeft reacties.
Overgeven van elektronen (overdracht) = ionbinding/elektrostatische binding
Les 1
Periodiek systeem
Regel 1 heeft 1 schil en regel 2 heeft 2 schillen enzovoort.
De kolommen hebben per cijfer de zelfde eigenschappen.
Een molecuul bestaat uit verschillende atomen.
Ionen
Kation: een ion dat een positieve lading heeft.
Anion: een ion dat een negatieve lading heeft.
Isotopen
Atomen met dezelfde aantal protonen maar andere aantal nummer van neutronen.
Elementen met een gelijk aantal protonen maar een ander aantal neutronen.
Atoomnummer (Z) = aantal (#) protonen in atoom
Massagetal (A) = # protonen + # neutronen
Massagetal is altijd groter dan het atoomnummer.
Katoenen stof – garens – vezels – micro vezels – polymeren (cellulose) – glucose moleculen – atomen
Valentie elektronen: buitenste schil
Periodes geeft het aantal schillen aan
Eerste schil: maximaal 2
Volgende schillen: maximaal 8
Laatste schil: wat erover blijft
Wij gaan alleen bezig met groep 1, 2 en 13 t/m 18.
Groep 18 heeft de meest stabiele kolom: omdat de valentie vol is.
Ionen: als je een + of – ziet gaat het over een ion.
+ = kation (positieve lading)
- = anion (negatieve lading)
Alleen de valentie elektronen reageren: dus de buitenste schil gaat weg.
Elektronen= -
Protonen= +
Neutronen= o
Elke atoom wil 8 elektronen in de buitenste schil hebben: Octet regel
Octet regel: de neiging om 8 elektronen in de buitenste schil te hebben.
We moeten weten hoeveel valentie elektronen elke groep heeft.
, Covalentbinding/atoombinding: de atomen delen elektronen met elkaar om 8 te hebben in de
buitenste schil.
Alleen de buitenste schil geeft reacties.
Overgeven van elektronen (overdracht) = ionbinding/elektrostatische binding