Belangrijkste aantekeningen colleges
VENTILATIE, WARMTESTROMEN, ENERGIE
• Luchtstroom/ -snelheid acceptabel 0,15-0,4 m/s
• Exergie = max. arbeid = potentie
Model van Fanger: Gaat alleen over fysiologische invloed. Dus NIET psychologische.
ATG-model: Ander model dan Model van Fanger. Psychologische adaptatie meegenomen. Gaat over
verschil in alpha-/ bètagebouw (comfort hetzelfde)
• PMV 2 tot 5 = zweten, flauwvallen
• PMV 1 = bloedvaten verbreden
• PMV 0 = niks, ontspannen
• PMV -1 = bloedvaten vernauwen
• PMV -2 tot -5 rillen, niet meer kunnen bewegen
Thermisch comfort: Geen wens voor hogere of lagere temperatuur. Relatie tussen temperatuur en
relatieve vochtigheid.
PMV: Gemiddelde verwachtte mening over temperatuur. Gemiddelde van thermische sensatie.
PPD (Da Dear): Gemiddelde verwachte ontevredenheid over temperatuur.
• Knik in grafiek BF bij Te = 11 graden: geen verschil tussen Da Dear en Fanger, dus geen
psychologische adaptatie.
• Als PMV = 0, dan PPD = 5%.
• Behaaglijkheid PMV tussen -2 en 2.
• 1 clo = 0,155 m^2 k/w (kledingweerstand)
• 1 met = 58 W (metabolisme)
• Normaal = 100 W voor mens
• 25 m^3/ s aan luchtverversing
1
, Schoorsteeneffect: Thermische trek (warme lucht stijgt op) in een “schoorsteen”. Ventilatie door
drukverschil tussen Ei en Ee in “schoorsteen”.
• Op de neutrale lijn is er geen drukverschil en dus ook geen ventilatie. (midden van bijv.
gebouw)
• Dichtheid lucht = 1,2 kg/m^3
• Topp = Tl + Ts) / 2 -> afbeelding met hoeken in ruimtes
Operatieve temperatuur: Gemiddelde van lucht- en stralingstemperatuur. Beste maat voor
thermische sensatie.
Alpha-gebouw: Te openen ramen, geen koeling.
Bèta-gebouw: Geen of weinig te openen ramen/ adaptieve koeling.
Tocht: Te hoge luchtsnelheid
• Afvoer van O2 (meetsysteem ververuiling) niet belangrijk, verontreiniging wel.
(mengventilatie)
Verdringingsventilatie: lucht wordt van onder ingeblazen en neemt vervuiling mee, wordt boven
afgezogen.
Infiltratie: Ongewenste ventilatie, door kieren, naden, deuren.
Warmtepomp: Gebruikt deels elektra, maar ook externe bronnen (bijv. warmte op lage
temperatuur). Haalt warmte van buiten naar binnen.
Warmtewisselaar: Koelt ene stof af tot de temperatuur van de andere instroom.
Warmte-koude-opslag (WKO): Langetermijnopslag. Opslag van zomerwarmte/ winterkoelte in een
aquifer.
Type ventilatie:
• Type A: Natuurlijke ventilatie
• Type B: Mechanische toevoer, natuurlijke afvoer.
• Type C: Geen toevoer, wel mechanische afvoer.
• Type D: Mechanische toe- en afvoer
Stationaire versus dynamische warmtebalans.
Effect warmteterugwinning = TT-vraag -> grafiek.
2
VENTILATIE, WARMTESTROMEN, ENERGIE
• Luchtstroom/ -snelheid acceptabel 0,15-0,4 m/s
• Exergie = max. arbeid = potentie
Model van Fanger: Gaat alleen over fysiologische invloed. Dus NIET psychologische.
ATG-model: Ander model dan Model van Fanger. Psychologische adaptatie meegenomen. Gaat over
verschil in alpha-/ bètagebouw (comfort hetzelfde)
• PMV 2 tot 5 = zweten, flauwvallen
• PMV 1 = bloedvaten verbreden
• PMV 0 = niks, ontspannen
• PMV -1 = bloedvaten vernauwen
• PMV -2 tot -5 rillen, niet meer kunnen bewegen
Thermisch comfort: Geen wens voor hogere of lagere temperatuur. Relatie tussen temperatuur en
relatieve vochtigheid.
PMV: Gemiddelde verwachtte mening over temperatuur. Gemiddelde van thermische sensatie.
PPD (Da Dear): Gemiddelde verwachte ontevredenheid over temperatuur.
• Knik in grafiek BF bij Te = 11 graden: geen verschil tussen Da Dear en Fanger, dus geen
psychologische adaptatie.
• Als PMV = 0, dan PPD = 5%.
• Behaaglijkheid PMV tussen -2 en 2.
• 1 clo = 0,155 m^2 k/w (kledingweerstand)
• 1 met = 58 W (metabolisme)
• Normaal = 100 W voor mens
• 25 m^3/ s aan luchtverversing
1
, Schoorsteeneffect: Thermische trek (warme lucht stijgt op) in een “schoorsteen”. Ventilatie door
drukverschil tussen Ei en Ee in “schoorsteen”.
• Op de neutrale lijn is er geen drukverschil en dus ook geen ventilatie. (midden van bijv.
gebouw)
• Dichtheid lucht = 1,2 kg/m^3
• Topp = Tl + Ts) / 2 -> afbeelding met hoeken in ruimtes
Operatieve temperatuur: Gemiddelde van lucht- en stralingstemperatuur. Beste maat voor
thermische sensatie.
Alpha-gebouw: Te openen ramen, geen koeling.
Bèta-gebouw: Geen of weinig te openen ramen/ adaptieve koeling.
Tocht: Te hoge luchtsnelheid
• Afvoer van O2 (meetsysteem ververuiling) niet belangrijk, verontreiniging wel.
(mengventilatie)
Verdringingsventilatie: lucht wordt van onder ingeblazen en neemt vervuiling mee, wordt boven
afgezogen.
Infiltratie: Ongewenste ventilatie, door kieren, naden, deuren.
Warmtepomp: Gebruikt deels elektra, maar ook externe bronnen (bijv. warmte op lage
temperatuur). Haalt warmte van buiten naar binnen.
Warmtewisselaar: Koelt ene stof af tot de temperatuur van de andere instroom.
Warmte-koude-opslag (WKO): Langetermijnopslag. Opslag van zomerwarmte/ winterkoelte in een
aquifer.
Type ventilatie:
• Type A: Natuurlijke ventilatie
• Type B: Mechanische toevoer, natuurlijke afvoer.
• Type C: Geen toevoer, wel mechanische afvoer.
• Type D: Mechanische toe- en afvoer
Stationaire versus dynamische warmtebalans.
Effect warmteterugwinning = TT-vraag -> grafiek.
2