Methodisch handelen – samenvatting H1: Verkenning
1.2 Kenmerken van methodisch handelen
Kenmerken methodisch handelen:
1. Doelgericht.
2. Systematisch.
3. Procesmatig.
4. Bewust.
1.3 Voordelen van methodisch werken
Voordelen van methodisch werken:
1. Je kunt beter vooruitkijken, waardoor je meer controle hebt over wat gebeurt en de kans op
fouten neemt af.
2. Je maakt voor de ander inzichtelijk welk proces je wilt volgen.
3. Je kunt je eigen handelen bespreekbaar maken/evalueren op grond daarvan eventueel je
proces bijstellen.
4. He maakt je proces overdraagbaar naar anderen.
5. Je werkt efficiënt en effectief.
1.4 Methode en methodiek
Methode = Vaste weldoordachte manier van handelen om een zeker doel te bereiken.
Methodiek = Leer der te volgen methoden. Een overzicht over meerdere methoden.
1.5 De regulatieve cyclus
Regulatieve cyclus = Een voldoende neutraal kader waarin we competenties kunnen vergelijken en
waarin competenties uit diverse profielen tot hun recht komen.
Competentiebakens die tot doel hebben de empowerment van client te versterken:
1. Versterk eigen kracht en zelfreligie.
Helpt personen bij het vinden van eigen oplossingen voor hun hulpvragen. De sociaal
werker motiveert, informeert en helpt deze vaardigheid te ontwikkelen.
2. Stuurt aan op betrokkenheid en participatie.
Stimuleert het verantwoordelijks gevoel van de cliënt zodat hij beter in staat is om
actief deel te nemen aan zijn sociale omgeving.
, 3. Is zichtbaar en werkt outreachend.
Reageert op zorgsignalen en/of signaleert behoeften en hulpvragen, ook als mensen
zelf de weg naar de hulpverlening nog niet hebben gevonden.
4. Verheldert vragen en behoeften.
Begeleid vanuit een ‘open’ houding en luistert actief.
5. Helpt client contact te maken.
Maakt gebruik van zijn kennis van de sociale kaart om cliënten te ondersteunen bij
het leggen van contacten binnen het netwerk van de client of bij het leggen van
contacten met andere voorzieningen.
6. Inspireert tot ander gedrag.
Bevordert dat cliënten afhankelijk gedrag ombuigen naar eigen verantwoordelijk
gedrag.
7. Werkt samen en versterkt netwerken.
Maakt gebruik van kennis en kunde van collega’s en legt binnen de hulpverlening
contacten met andere netwerken en disciplines, om hun expertise te gebruiken ten
behoeve van de cliënt.
8. Beweegt zich in een uitlopende leef- en systeemwerelden.
Is actief in verschillende leef- en systeemwerelden van de client, waardoor ervaringen
worden opgedaan met verschillende maatschappelijke segmenten van cliënten.
9. Heeft oog voor verhoudingen en kan inspelen op veranderingen.
Herkent in de relatie met zijn client patronen en kan inspelen op veranderingen die
zowel binnen het cliëntsysteem als in de samenleving ontstaan.
10. Benut professionele ruimte.
Maakt gebruik van de eigen ruimte binnen een clientsituatie en zet de eigen
professionele ervaring in om beslissingen te nemen.
1.6 Een lineair model
Lineair model:
Doelformulering – stap 1 – stap 2 – stap 3 – doelresultaat.
1.7 Een circulair model
Circulair model = Hierbij worden de fasen van het stappenplan in een cirkel gesitueerd.
1.2 Kenmerken van methodisch handelen
Kenmerken methodisch handelen:
1. Doelgericht.
2. Systematisch.
3. Procesmatig.
4. Bewust.
1.3 Voordelen van methodisch werken
Voordelen van methodisch werken:
1. Je kunt beter vooruitkijken, waardoor je meer controle hebt over wat gebeurt en de kans op
fouten neemt af.
2. Je maakt voor de ander inzichtelijk welk proces je wilt volgen.
3. Je kunt je eigen handelen bespreekbaar maken/evalueren op grond daarvan eventueel je
proces bijstellen.
4. He maakt je proces overdraagbaar naar anderen.
5. Je werkt efficiënt en effectief.
1.4 Methode en methodiek
Methode = Vaste weldoordachte manier van handelen om een zeker doel te bereiken.
Methodiek = Leer der te volgen methoden. Een overzicht over meerdere methoden.
1.5 De regulatieve cyclus
Regulatieve cyclus = Een voldoende neutraal kader waarin we competenties kunnen vergelijken en
waarin competenties uit diverse profielen tot hun recht komen.
Competentiebakens die tot doel hebben de empowerment van client te versterken:
1. Versterk eigen kracht en zelfreligie.
Helpt personen bij het vinden van eigen oplossingen voor hun hulpvragen. De sociaal
werker motiveert, informeert en helpt deze vaardigheid te ontwikkelen.
2. Stuurt aan op betrokkenheid en participatie.
Stimuleert het verantwoordelijks gevoel van de cliënt zodat hij beter in staat is om
actief deel te nemen aan zijn sociale omgeving.
, 3. Is zichtbaar en werkt outreachend.
Reageert op zorgsignalen en/of signaleert behoeften en hulpvragen, ook als mensen
zelf de weg naar de hulpverlening nog niet hebben gevonden.
4. Verheldert vragen en behoeften.
Begeleid vanuit een ‘open’ houding en luistert actief.
5. Helpt client contact te maken.
Maakt gebruik van zijn kennis van de sociale kaart om cliënten te ondersteunen bij
het leggen van contacten binnen het netwerk van de client of bij het leggen van
contacten met andere voorzieningen.
6. Inspireert tot ander gedrag.
Bevordert dat cliënten afhankelijk gedrag ombuigen naar eigen verantwoordelijk
gedrag.
7. Werkt samen en versterkt netwerken.
Maakt gebruik van kennis en kunde van collega’s en legt binnen de hulpverlening
contacten met andere netwerken en disciplines, om hun expertise te gebruiken ten
behoeve van de cliënt.
8. Beweegt zich in een uitlopende leef- en systeemwerelden.
Is actief in verschillende leef- en systeemwerelden van de client, waardoor ervaringen
worden opgedaan met verschillende maatschappelijke segmenten van cliënten.
9. Heeft oog voor verhoudingen en kan inspelen op veranderingen.
Herkent in de relatie met zijn client patronen en kan inspelen op veranderingen die
zowel binnen het cliëntsysteem als in de samenleving ontstaan.
10. Benut professionele ruimte.
Maakt gebruik van de eigen ruimte binnen een clientsituatie en zet de eigen
professionele ervaring in om beslissingen te nemen.
1.6 Een lineair model
Lineair model:
Doelformulering – stap 1 – stap 2 – stap 3 – doelresultaat.
1.7 Een circulair model
Circulair model = Hierbij worden de fasen van het stappenplan in een cirkel gesitueerd.