Werkgroep 2 voorbereiding
Vraag 1:
1a. Hij heeft op grond van art. 4 en 54 en 56 van de Grondwet en art. B 1 van de Kieswet
actief kiesrecht. Hij heeft namelijk de Nederlandse nationaliteit en heeft de leeftijd van 18
jaar bereikt. Hij heeft ook passief kiesrecht omdat hij een Nederlands nationaliteit heeft en
meerderjarige is.
Hoe vraag beantwoorden:
1. Rechtsvraag
2. Rechtsregel
3. Toepassing
4. Conclusie
1b. Op grond van art. 4 en 54 lid 2 en 56 van de Grondwet heeft hij recht op actief en
passief kiesrecht. Hij is namelijk een inwonende van Nederland met een Nederlandse
nationaliteit die de leeftijd van 18 al heeft bereikt.
1c. Op grond van art. 4 en 54 en 56 en 57 lid 2 van de Grondwet heeft hij recht op actief
en passief kiesrecht. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en woont ook in Nederland,
daarnaast heeft die de leeftijd van 18 jaar bereikt. Hij moet wel zijn lidmaatschap
opzeggen bij de Raad van State als die wordt gekozen. Hij mag niet beide functies
uitoefenen.
1d. Op grond van art. B 1 lid 2 van de Kieswet heeft hij actief kiesrecht. Hij is namelijk een
inwonende van Aruba maar heeft hiervoor wel al meer dan 10 jaar in Nederland gewoond.
Hij heeft ook de leeftijd van 18 jaar bereikt en heeft dus recht om te stemmen. Hij heeft
ook passief kiesrecht omdat hij voldoet aan de vereisten van het wettelijk kader in art. 56
van de Grondwet.
1e. Op grond van art. 4 en 54 en 56 van de Grondwet heeft zij geen actief en passief
kiesrecht. Het is een vereiste om een Nederlandse nationaliteit te hebben om te mogen
stemmen of jezelf verkiesbaar te stellen.
Vraag 2:
Op grond van art. B 2 van de Kieswet heeft zij geen kiesrecht omdat ze o cieel geen
Nederlander is. Éen van de voorwaarden om te mogen stemmen bij de Provinciale staten
verkiezingen is dat je de Nederlandse nationaliteit heeft. Zij heeft de Italiaanse nationaliteit
en heeft dus geen kiesrecht.
Vraag 3:
3a. Onder de regering wordt verstaan de koning en de ministers. (Art. 42 lid 1 Gw)
3b. Onder koning wordt verstaand het staatshoofd. De koning wordt benoemt via
erfopvolging. (Art. 24, 25 Gw)
3c. Onder minister wordt een zelfstandig staatsorgaan verstaan. (Art.47 Gw) Zij worden
per Koninklijk Besluit benoemt.
3d. De staatsecretaris is voor de ondersteuning van de minister (art. 48 Gw en art. 46 lid 2
Gw). Zij worden per Koninklijk Besluit benoemt. Ze worden via een kabinetsformatie
aangesteld.
3e. Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen.
3f. De ministers vormen samen de ministerraad (art. 45 Gw)
3g. De Minister-President representeert het kabinet. De Minister-President wordt door de
koning benoemt.
ffi
Vraag 1:
1a. Hij heeft op grond van art. 4 en 54 en 56 van de Grondwet en art. B 1 van de Kieswet
actief kiesrecht. Hij heeft namelijk de Nederlandse nationaliteit en heeft de leeftijd van 18
jaar bereikt. Hij heeft ook passief kiesrecht omdat hij een Nederlands nationaliteit heeft en
meerderjarige is.
Hoe vraag beantwoorden:
1. Rechtsvraag
2. Rechtsregel
3. Toepassing
4. Conclusie
1b. Op grond van art. 4 en 54 lid 2 en 56 van de Grondwet heeft hij recht op actief en
passief kiesrecht. Hij is namelijk een inwonende van Nederland met een Nederlandse
nationaliteit die de leeftijd van 18 al heeft bereikt.
1c. Op grond van art. 4 en 54 en 56 en 57 lid 2 van de Grondwet heeft hij recht op actief
en passief kiesrecht. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en woont ook in Nederland,
daarnaast heeft die de leeftijd van 18 jaar bereikt. Hij moet wel zijn lidmaatschap
opzeggen bij de Raad van State als die wordt gekozen. Hij mag niet beide functies
uitoefenen.
1d. Op grond van art. B 1 lid 2 van de Kieswet heeft hij actief kiesrecht. Hij is namelijk een
inwonende van Aruba maar heeft hiervoor wel al meer dan 10 jaar in Nederland gewoond.
Hij heeft ook de leeftijd van 18 jaar bereikt en heeft dus recht om te stemmen. Hij heeft
ook passief kiesrecht omdat hij voldoet aan de vereisten van het wettelijk kader in art. 56
van de Grondwet.
1e. Op grond van art. 4 en 54 en 56 van de Grondwet heeft zij geen actief en passief
kiesrecht. Het is een vereiste om een Nederlandse nationaliteit te hebben om te mogen
stemmen of jezelf verkiesbaar te stellen.
Vraag 2:
Op grond van art. B 2 van de Kieswet heeft zij geen kiesrecht omdat ze o cieel geen
Nederlander is. Éen van de voorwaarden om te mogen stemmen bij de Provinciale staten
verkiezingen is dat je de Nederlandse nationaliteit heeft. Zij heeft de Italiaanse nationaliteit
en heeft dus geen kiesrecht.
Vraag 3:
3a. Onder de regering wordt verstaan de koning en de ministers. (Art. 42 lid 1 Gw)
3b. Onder koning wordt verstaand het staatshoofd. De koning wordt benoemt via
erfopvolging. (Art. 24, 25 Gw)
3c. Onder minister wordt een zelfstandig staatsorgaan verstaan. (Art.47 Gw) Zij worden
per Koninklijk Besluit benoemt.
3d. De staatsecretaris is voor de ondersteuning van de minister (art. 48 Gw en art. 46 lid 2
Gw). Zij worden per Koninklijk Besluit benoemt. Ze worden via een kabinetsformatie
aangesteld.
3e. Het kabinet bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen.
3f. De ministers vormen samen de ministerraad (art. 45 Gw)
3g. De Minister-President representeert het kabinet. De Minister-President wordt door de
koning benoemt.
ffi